Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 1277
  • Profetes

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Profetes
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Profetes
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Mirjam — Zowel in haar jeugd als op haar oude dag bevoorrecht
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1980
  • Profeet
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Mirjam
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 1277

PROFETES.

Een vrouw die profeteert of de taak van een profeet vervult. Mirjam is de eerste vrouw die in de bijbel als profetes wordt aangeduid. Klaarblijkelijk bracht God via haar een boodschap of boodschappen over, misschien in de vorm van geïnspireerde zang (Ex. 15:20, 21). Derhalve wordt over haar en Aäron bericht dat zij tot Mozes zeiden: „Heeft [Jehovah] ook niet door ons gesproken?” (Num. 12:2) Jehovah zelf zei bij monde van de profeet Micha dat hij „Mozes, Aäron en Mirjam” voor de Israëlieten uit had gezonden toen hij dit volk uit Egypte leidde (Micha 6:4). Hoewel Mirjam het voorrecht had als instrument te dienen om goddelijke boodschappen over te brengen, was haar verhouding tot God in dit opzicht niet zoals de verhouding waarin haar broer Mozes tot God stond. Toen zij haar juiste plaats verliet, werd zij door God streng gekastijd. — Num. 12:1-15.

In de periode van de Rechters bediende Jehovah zich van Debora om inlichtingen over te brengen. Zij maakte zijn rechterlijke uitspraken met betrekking tot bepaalde aangelegenheden bekend en bracht zijn aanwijzingen over, zoals de bevelen die hij Barak gaf (Recht. 4:4-7, 14-16). Aldus diende zij gedurende een periode waarin de natie zwak en afvallig was geworden, figuurlijk gesproken als „een moeder in Israël” (Recht. 5:6-8). De profetes Hulda diende in de dagen van koning Josia op een soortgelijke manier doordat zij Gods oordeel aan de natie en haar koning bekendmaakte. — 2 Kon. 22:14-20; 2 Kron. 34:22-28.

Jesaja duidt zijn vrouw als „profetes” aan (Jes. 8:3). Dit doet vermoeden dat zij evenals vroegere profetessen de een of andere profetische opdracht van Jehovah had ontvangen.

Jehovah sprak met Ezechiël over Israëlitische vrouwen die ’uit hun eigen hart als profetessen optraden’. Dit impliceert dat deze profetessen niet door God waren aangesteld maar louter pseudoprofetessen waren, die zichzelf tot profetes hadden gemaakt (Ezech. 13:17-19). Door hun bedrieglijke en misleidende praktijken en propaganda ’joegen zij op zielen’, waarbij zij de rechtvaardigen veroordeelden en de goddelozen verontschuldigden, maar Jehovah zou zijn volk uit hun hand bevrijden. — Ezech. 13:20-23.

In de 1ste eeuw G.T., toen de joden nog steeds Gods verbondsvolk waren, diende de bejaarde Anna als profetes. Zij „ontbrak [nimmer] in de tempel, terwijl zij nacht en dag heilige dienst verrichtte met vasten en smekingen”. Door „tot allen die Jeruzalems bevrijding verwachtten, over het kind [Jezus te] spreken”, trad zij in de grondbetekenis van het woord als profetes op, daar zij een openbaring van Gods voornemen verkondigde. — Luk. 2:36-38.

Het profeteren behoorde tot de wonderbaarlijke gaven van de geest die aan de pasopgerichte christelijke gemeente werden geschonken. Bepaalde christelijke vrouwen, zoals de vier maagdelijke dochters van Filippus, werden door Gods heilige geest tot profeteren aangezet (Hand. 21:9; 1 Kor. 12:4, 10). Dit geschiedde als een vervulling van Joël 2:28, 29, waar werd voorzegd: „Uw zonen en uw dochters zullen stellig profeteren” (Hand. 2:14-18). Een vrouw die deze gave bezat, was echter nog steeds aan het gezag van haar man, haar hoofd, of aan de leiding van de mannen binnen de christelijke gemeente onderworpen; als teken van haar onderworpenheid moest zij wanneer zij profeteerde een hoofdbedekking dragen (1 Kor. 11:3-6) en mocht zij in de gemeente niet als leraar optreden. — 1 Tim. 2:11-15; 1 Kor. 14:31-35.

In de gemeente Thyatira was een met Izebel te vergelijken vrouw die beweerde over profetische krachten te beschikken, maar die de loopbaan volgde van de valse profetessen uit de oudheid en door Christus Jezus in zijn in Openbaring 2:20-23 opgetekende boodschap aan Johannes werd veroordeeld. Ten onrechte trad zij als leraar op en verleidde leden van de gemeente tot verkeerde daden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen