Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 64
  • Ambtsgewaad

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Ambtsgewaad
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Ambtsgewaad
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Kleding
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Gewaad
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Kleding
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 64

AMBTSGEWAAD.

Het Hebreeuwse woord ’ad·deʹreth (van een grondwoord dat „wijd, groot, voornaam zijn” betekent) duidt op iets majestueus (Ezech. 17:8; Zach. 11:3) of, wanneer het betrekking heeft op een gewaad, klaarblijkelijk op een wijde mantel, die men waarschijnlijk over de schouders droeg en die van huiden was vervaardigd of van stof geweven uit haar of wol.

Een bewijs dat de uitdrukking op een haren kleed duidt, blijkt uit de wijze waarop Isaäks eerstgeborene Esau wordt beschreven. Bij de geboorte was hij „rood over zijn gehele lichaam, als een haren ambtskleed; daarom gaven zij hem de naam Esau” (Gen. 25:25). De gelijkenis met een ambtskleed was waarschijnlijk niet aan zijn rode haarkleur, maar aan zijn behaardheid toe te schrijven.

De Septuaginta gebruikt het Griekse woord me·loʹte (wat schapevacht of een of andere ruwe, onbewerkte, wollige vacht betekent) als weergave van het woord ’ad·deʹreth, wanneer het betrekking heeft op het door Elia en Elisa gedragen ambtsgewaad (1 Kon. 19:13). Hierdoor wordt te kennen gegeven dat het gewaad was vervaardigd van huiden waar de haren nog op zaten, zoals de dracht van bepaalde bedoeïenen. Toen Paulus over vervolgde dienstknechten van God zei dat zij ’in schapevachten en geitevellen’ hadden rondgezworven, kan hij op de kleding van zulke profeten van Jehovah gedoeld hebben (Hebr. 11:37). Johannes de Doper droeg een kameelharen gewaad, maar er wordt niet gezegd dat het zijn profetenmantel was. — Mark. 1:6.

Hoe deze haren ambtsgewaden ook waren vervaardigd, ze schijnen een identificerend kenmerk van bepaalde profeten te zijn geweest. Toen koning Ahazia de beschrijving hoorde van „een man in het bezit van een haren kleed, met een leren gordel om zijn lendenen gegord”, besefte hij onmiddellijk dat het de profeet Elia was (2 Kon. 1:8). Toen Elisa ’geroepen’ werd de ploeg te verlaten en Elia te volgen, zalfde Elia hem door dit ambtsgewaad op hem te werpen (1 Kon. 19:19-21). Toen Elia later in een storm werd opgenomen, bleef dit ambtsgewaad voor zijn opvolger achter. Al heel gauw gebruikte Elisa het gewaad om, evenals zijn meester voordien had gedaan, daarmee de wateren van de Jordaan te scheiden (2 Kon. 2:3, 8, 13, 14). Het schijnt dat valse profeten af en toe soortgelijke haren gewaden droegen teneinde het volk er door misleiding toe te brengen hen als achtenswaardige profeten van Jehovah te erkennen; op deze wijze trachtten zij hun boodschap geloofwaardiger te doen schijnen. — Zach. 13:4.

Het woord ’ad·deʹreth werd ook gebruikt voor kostbare of koninklijke gewaden, zoals het gewaad dat door Achan werd gestolen, „een mooi ambtskleed uit Sinear” (Joz. 7:21, 24). Het oude Babylon of Sinear was beroemd om zijn prachtige gewaden. De koning van Nineve „ontdeed zich van zijn ambtsgewaad”, ongetwijfeld een schitterend gewaad, en hulde zich in zakkleding teneinde blijk te geven van zijn berouw. — Jona 3:6.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen