MERAB
(Me̱rab) [waarschijnlijk: toename].
De oudste van de twee dochters van koning Saul (1 Sam. 14:49). Klaarblijkelijk had Saul beloofd een van hen uit te huwelijken aan de man die Goliath zou verslaan (1 Sam. 17:25), en het kan om die reden zijn dat hij David aanbood hem Merab tot vrouw te geven. Na zijn treffen met Goliath bleek David een behoedzaam en succesvol strijder tegen de Filistijnen te zijn, zodat Saul „bang voor hem werd”, maar bij het volk van Israël en Juda was David bemind (1 Sam. 18:15, 16). Toen Saul David beloofde hem Merab tot vrouw te geven, spoorde hij David aan zich dapper te blijven betonen. Bij zichzelf dacht hij echter: „Laat niet mijn hand op hem komen, doch laat de hand van de Filistijnen op hem komen.” Hij hoopte dus dat David in de strijd zou omkomen. Nederig aarzelde David in te gaan op het aanbod van de koning om zijn schoonzoon te worden. Toen het eenmaal zover was, kwam Saul zijn belofte niet na; Merab is nooit Davids vrouw geworden. In het verslag wordt gezegd dat de jongste dochter, Michal, „verliefd [was] op David”, waardoor wellicht te kennen wordt gegeven dat Merab niet verliefd op hem was. In ieder geval „gebeurde het . . . dat toen de tijd daar was dat Merab, Sauls dochter, aan David gegeven zou worden, zíj reeds aan Adriël, de Meholathiet, tot vrouw was gegeven”. — 1 Sam. 18:17-20.
Merab baarde vijf zonen aan Adriël. Later gaf David deze zonen en twee andere leden van Sauls huis echter over aan de Gibeonieten, die alle zeven ter dood brachten. Dit werd gedaan om verzoening te doen voor de aanslag die Saul tegen de Gibeonieten had beraamd om hen uit te roeien. — 2 Sam. 21:1-10.
MICHAL BRENGT DE ZONEN VAN HAAR ZUSTER MERAB GROOT
Volgens de Hebreeuwse masoretische tekst wordt in 2 Samuël 21:8 gesproken over „de vijf zonen van Michal, de dochter van Saul, die zij Adriël” gebaard had. Toch staat in 2 Samuël 6:23 dat Michal kinderloos stierf. Blijkbaar hebben sommige afschrijvers getracht dit probleem op te lossen door in 2 Samuël 21:8 de naam Michal te vervangen door Merab. Dit schijnt opgemaakt te kunnen worden uit de Syrische Pesjitta, de Septuaginta (uitg. van de Lagarde) en twee Hebreeuwse handschriften, die in dit vers de naam „Merab” bevatten. In bijna alle Hebreeuwse handschriften komt echter de volgende traditionele verklaring van 2 Samuël 21:8 voor:
Michals zuster Merab was de vrouw van Adriël, en zij baarde hem de genoemde vijf zonen. Daar Merab echter jong stierf, nam haar zuster Michal, die door David verstoten was en geen kinderen had, de opvoeding van de vijf jongens op zich. Daarom werden zij als de kinderen van Michal en niet als de kinderen van Merab aangeduid. In overeenstemming met deze opvatting van 2 Samuël 21:8 spreekt de vertaling van Isaac Leeser (7de uitg., 1922) over „de vijf zonen van Michal, de dochter van Saul, die zij voor Adriël had grootgebracht”, en een voetnoot daarbij luidt: „Daar Michal Davids vrouw was; maar de kinderen waren de kinderen van Merab, de oudste dochter van Saul, en waren waarschijnlijk door haar zuster opgevoed.” In de targoems staat: „De zonen van Merab (die Michal, Sauls dochter, had grootgebracht), die zij gebaard had.” Ook kunnen andere, niet in de Schrift onthulde factoren een rol hebben gespeeld bij de formulering van de tekst.