LYCIË
(Lycië) [misschien: wolf].
Een berglandschap aan de zuidwestkust van Klein-Azië. Ten N.W. van Lycië lag Carië, in het N. grensde het aan Frygië en Pisidië, en in het N.O. aan Pamfilië. De bergen in het gebied van het oude Lycië zijn uitlopers van het Taurusgebergte. Vooral in de oostelijke helft van de streek rijzen ze bijna direct aan de kust omhoog. De rivierdalen, waarvan het voornaamste dat van de Xanthos (Koçaçay) is, zijn vruchtbaar. De heuvels hebben een weelderige vegetatie en de berghellingen zijn geschikt als weidegrond voor schapen.
Twee Lycische steden, Patara en Myra, worden in verband met de reizen van de apostel Paulus specifiek genoemd. Er wordt echter niet bericht dat hij daar gepredikt heeft. — Hand. 21:1; 27:5.