Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 419
  • Gadarenen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Gadarenen
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Gadarenen
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Gerasenen
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Waarom Jezus Christus geen openbaarheid wenste
    Ontwaakt! 1972
  • Legioen
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 419

GADARENEN

(Gadare̱nen).

De naam waarmee de bewoners worden aangeduid van een streek waar Christus Jezus uit twee mannen demonen uitdreef. Volgens de als de beste geldende nog voorhanden zijnde handschriften gebruikte Mattheüs oorspronkelijk de uitdrukking „land der Gadarenen”, terwijl Markus en Lukas in hun verslag over deze gebeurtenis de uitdrukking „land der Gerasenen” bezigden. — Matth. 8:28; Mark. 5:1; Luk. 8:26.

Zoals uit het verslag blijkt, lagen beide gebieden aan „de overkant”, d.w.z. aan de oostzijde, van de Zee van Galilea. De benaming „land der Gadarenen” had mogelijk betrekking op het gebied rond de stad Gadara (het huidige Umm Keis), die ongeveer 8 km ten Z.O. van de Zee van Galilea lag. Op vele munten uit Gadara is een schip afgebeeld, wat doet vermoeden dat het gebied van deze stad zich wellicht tot de Zee van Galilea uitstrekte en derhalve op zijn minst een deel van het „land der Gerasenen”, ten O. van dit water, omvatte. Geleerden die deze zienswijze huldigen, brengen het „land der Gerasenen” in verband met de omgeving van Kersa, een stad die ongeveer 19 km ten N. van Gadara ligt. Anderen daarentegen zijn van mening dat „het land der Gerasenen” wellicht betrekking heeft op het grote gebied dat de ongeveer 55 km ten Z.O. van de Zee van Galilea gelegen stad Gerasa (Dzjerasj) omgaf en opperen dat het zich tot de streek ten O. van dat meer uitstrekte en derhalve ook het „land der Gadarenen” omvatte. In beide gevallen zou het verslag van Mattheüs beslist niet in tegenspraak zijn met dat van Markus en Lukas.

Terwijl Mattheüs twee mannen noemt, vestigen Markus en Lukas de aandacht op slechts één man, ongetwijfeld omdat zijn geval opvallender was. Alhoewel deze man Jezus wilde vergezellen, stond Jezus hem dit niet toe, maar gebood hem bekend te maken wat God voor hem had gedaan. In andere gevallen had Jezus altijd uitdrukkelijk bevolen om niet over zijn wonderen te spreken. Hij was er namelijk niet op uit opzien te baren en de mensen conclusies te laten trekken op grond van sensationele berichten, maar wilde klaarblijkelijk dat zij op grond van onomstotelijke bewijzen tot de overtuiging kwamen dat hij werkelijk de Christus was. Daardoor werden ook de profetische woorden bij monde van Jesaja vervuld: „Hij zal niet twisten, noch luid roepen, noch zal iemand op de brede straten zijn stem horen” (Matth. 12:15-21; Jes. 42:1-4). De uitzondering in het geval van de voormalige bezetene was echter passend. Deze man kon getuigenis afleggen onder mensen met wie de Zoon van God waarschijnlijk slechts beperkt contact zou hebben, te meer omdat hem dringend verzocht werd vandaar weg te gaan. De aanwezigheid van de man was een bewijs dat Jezus de macht had om iets goeds te bewerken en ontzenuwde elk ongunstige bericht dat wellicht wegens het verlies van de kudde zwijnen in omloop gebracht zou worden. — Matth. 8:28-34; Mark. 5:1-20; Luk. 8:26-39; zie ZWIJNEN.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen