Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 684-685
  • Insnijdingen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Insnijdingen
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Insnijdingen
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • In hoeverre mogen christenen rouwen?
    Ontwaakt! 1976
  • Vlees
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Rouw
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 684-685

INSNIJDINGEN.

Blijkbaar was het in de oudheid algemeen gebruikelijk zich in tijden van rouw insnijdingen in het vlees te maken of zich de armen en handen of het gezicht open te rijten (Jer. 47:5; 48:37). Dit werd waarschijnlijk gedaan om de godheden, van wie men dacht dat ze het opzicht over de doden hadden, rustig of gunstig te stemmen. Over dit gebruik dat de Scythen bij de dood van hun koning in acht namen, zei de Griekse geschiedschrijver Herodotus: „Zij snijden een stukje van hun oor af, scheren hun hoofdhaar af, krabben hun voorhoofd en neus open en steken een pijl door hun linkerhand.” — Historiën, IV, 71, vertaling door dr. Onno Damsté, 1978.

Men bracht zich echter niet alleen tijdens rouwriten snijwonden toe. In de hoop dat hun god hun smeekbeden zou verhoren, maakten de profeten van Baäl zich „naar hun gewoonte insnijdingen met dolken en met lansen, totdat zij dropen van het bloed” (1 Kon. 18:28). Soortgelijke riten waren ook bij andere oude volken in zwang. Herodotus verhaalt bijvoorbeeld dat de in Egypte wonende Kariërs zich tijdens het feest van Isis met messen insnijdingen aan het voorhoofd toebrachten. — II, 61.

Gods wet verbood de Israëlieten uitdrukkelijk zich ter wille van hun doden insnijdingen in het vlees te maken (Lev. 19:28; 21:5; Deut. 14:1). De reden voor dit verbod lag hierin, dat Israël een heilig volk voor Jehovah was, een speciaal bezit (Deut. 14:2). Als zodanig dienden zij alle afgodische gebruiken te mijden. Bovendien zouden zulke overdreven uitingen van rouw, waarbij men zichzelf wonden toebracht, hoogst ongepast zijn voor een volk dat volledig op de hoogte was van de werkelijke toestand waarin de doden zich bevinden en de hoop die er ten aanzien van hen bestaat. (Vergelijk Daniël 12:13; Hebreeën 11:19; 1 Thessalonicenzen 4:13.) Tevens doordrong het verbod inzake zelfverminking de Israëlieten van het feit dat zij een juist respect voor het menselijke lichaam als Gods schepping dienden te hebben.

Klaarblijkelijk gebeurde het echter wel eens dat de Israëlieten minachting toonden voor Gods wet, die het maken van insnijdingen in hun vlees verbood. — Jer. 41:5; vergelijk Micha 5:1.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen