ZWARTE MOERBEIBOOM
[Grieks: su·kaʹmi·nos].
Deze boom wordt slechts eenmaal genoemd, en wel door Jezus, toen hij met de apostelen over hun geloof sprak (Luk. 17:5, 6). Het hier gebruikte Griekse woord had gewoonlijk betrekking op de moerbeiboom, en de zwarte moerbei (Morus nigra) wordt in Palestina veel gekweekt. Het is een wijdvertakte, sterke boom die ongeveer 6 m hoog kan worden, grote hartvormige bladeren heeft en donkerrode of zwarte vruchten die op bramen lijken. De bladeren van de witte moerbei (Morus alba) worden als voer voor zijderupsen gebruikt. In Syrië werd deze moerbeiboom blijkbaar in de tijd van de Romeinen ingevoerd, en hij wordt daar nu nog gekweekt.