Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 41-42
  • Adullam

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Adullam
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Adullam
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Grot
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Grot
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • David
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 41-42

ADULLAM

(Adu̱llam) [schuilplaats, toevluchtsoord].

Een tot Juda behorende stad in de vruchtbare laagvlakte of Sjefela, ongeveer halverwege tussen Bethlehem en Lachis (Joz. 15:35). Ze wordt geïdentificeerd met Tell esh-Sheikh Madhkur, dat ongeveer 15 km ten N.N.O. van het huidige Beth-Gubrin (Eleutheropolis) ligt. De oorspronkelijke naam schijnt bewaard te zijn gebleven in de naam van de nabijgelegen ruïnes van Ed-el-mije. De plaats van het oude Adullam beheerst de Wadi (stroomdal) es Sur en de toegang vanaf dat deel van de Sjefela naar het binnenland van Juda, en was dus van strategische betekenis. De plaats is vooral bekend door de „grot van Adullam”, waarheen David voor koning Saul vluchtte. Er zijn talloze kalksteengrotten in dit gebied.

Adullam was kennelijk een zeer oude stad. In de bijbel wordt ze voor het eerst genoemd in verband met Hira, „de Adullamiet”, die voordat Jakobs gezin naar Egypte verhuisde een metgezel van Juda werd (Gen. 38:1, 2, 12, 20). Adullam behoorde tot de 31 kleine koninkrijken die zo’n 300 jaar later tijdens Jozua’s veroveringsveldtocht onderworpen werden (Joz. 11:1-15; 12:15). Daarna werd Adullam, samen met andere steden van de Sjefela, door het lot aan Juda toegewezen. — Joz. 15:33-35.

Toen David op zijn vlucht voor koning Saul aan de Filistijnse koning Achis van Gath ontkwam, zocht hij toevlucht in een grot van Adullam, waar zich uiteindelijk zo’n 400 man bij hem voegden (1 Sam. 22:1-5). Aangezien dit gebied ongeveer 20 km ten Z.W. van Bethlehem lag, kan het voor David bekend terrein zijn geweest uit de tijd dat hij nog schaapherder was. Door de betrekkelijke ontoegankelijkheid schijnt de plaats geschikt te zijn geweest als vesting voor David. Later, toen David koning was, gebruikte hij deze plaats als operatiebasis in zijn oorlogen tegen de Filistijnen. Van hier uit braken de drie strijders op om voor David water uit de regenbak van Bethlehem te bemachtigen. David weigerde echter het te drinken, omdat het hun bloed vertegenwoordigde, dat zij bij deze onderneming hadden geriskeerd. — 1 Kron. 11:15-19; 12:16; 2 Sam. 5:17, 18.

Adullam behoorde tot de 15 steden die door Rehabeam van Juda werden versterkt (2 Kron. 11:5-12). Deze reeks van vestingsteden, die bescherming moesten bieden tegen aanvallen vanuit het W. en Z., werden tijdens de regering van Hizkia door Sanheribs troepen onder de voet gelopen (732/731 v.G.T.) (2 Kon. 18:13). In de dagen van Nehemia wordt Adullam vermeld als een van de steden waar de gerepatrieerde joden, die uit de Babylonische ballingschap waren teruggekeerd, zich weer vestigden. — Neh. 11:30.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen