Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • it-2 ‘Saffraan’
  • Saffraan

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Saffraan
  • Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Vergelijkbare artikelen
  • Saffraan
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Eens kostbaarder dan goud
    Ontwaakt! 1989
  • Bloemen — wonderen der schepping
    Ontwaakt! 1987
  • Lelie
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
Meer weergeven
Inzicht in de Schrift, Deel 2
it-2 ‘Saffraan’

SAFFRAAN

[Hebr.: kar·kōm].

Het alleen in het Hooglied (4:14) voorkomende Hebreeuwse woord wordt gewoonlijk geïdentificeerd met de saffraankrokus (Crocus sativus), een in de herfst bloeiend knolgewas met grasachtige blaadjes en purperen bloemen, die veel weg heeft van de gewone in het voorjaar bloeiende krokus. Voor de bereiding van slechts 28 g saffraan, een donkeroranje substantie die uit gedroogde stijltjes en bloemstempels bestaat, zijn ongeveer 4000 bloemen nodig. Zodra de bloemen ontluiken, of kort daarna, worden de stempel en het bovenste gedeelte van het stijltje verwijderd en vervolgens gedroogd. Saffraan dient voor het kleuren en kruiden van voedsel en werd vroeger op veel grotere schaal dan thans gebruikt om stoffen geel te verven. Saffraan werd ook als geneesmiddel en als parfum gebruikt.

De Hebreeuwse term chavats·tseʹleth, die met „crocus”, „roos” of „saffraan” (vgl. PC; SV; NW) wordt weergegeven, heeft waarschijnlijk betrekking op een knolgewas (Hgl 2:1, vtn.; Jes 35:1, vtn.). Volgens de Hebreeuwse lexicograaf Gesenius is chavats·tseʹleth waarschijnlijk afgeleid van een woord dat „knol” betekent, en hij vond „herfsttijloos” een nauwkeuriger equivalent voor het in de oorspronkelijke taal gebruikte woord (A Hebrew and English Lexicon of the Old Testament, vertaald door E. Robinson, 1836, blz. 317). Een Hebreeuws en Aramees lexicon door Koehler en Baumgartner brengt het woord chavats·tseʹleth in verband met een Akkadische uitdrukking die „stengel” betekent en definieert het als „affodil”, een plant die tot de Leliefamilie behoort. — Hebräisches und aramäisches Lexikon zum Alten Testament, Leiden, 1967, blz. 275.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen