1. Vader van Simea (Simeam); nakomeling van de Benjaminiet Jeïël uit Gibeon. — 1Kr 8:1, 29-32; 9:35-38.
2. Een leider die was aangesteld om gedurende de tweede maand dienst voor de koning te verrichten in de afdeling waarover Dodai, de Ahohiet, het bevel voerde. — 1Kr 27:1, 4.