JEKAMEAM
(Jeka̱meam) [Moge het volk zich verheffen (opstaan)].
De vierde zoon van Hebron; een leviet uit de familie van Kehath en stamvader van een levitisch vaderlijk huis dat op zijn minst tot de regering van David bleef bestaan. — 1Kr 23:12, 19; 24:23, 30b, 31.