Lied 170
„God worde waarachtig bevonden”
1. Jehovah is in waarheid God;
Een leugen spreekt hij niet.
Verlaten kan men zich op hem;
Beloften breekt hij niet.
God is waarachtig, ook al blijkt
Elk mens een leugenaar.
Zijn Woord staat vast — onaangetast —
En eeuwig blijft het waar.
2. Toen God zijn Eerstgeboor’ne zond
Om dienst te doen op aard,
Liet Jezus God waarachtig zijn;
’t Was hem zijn leven waard!
Jehovah’s wil was wet voor hem
En in gehoorzaamheid
Heeft hij, Gods knecht, die streed voor recht,
Gods „schapen” trouw geleid.
3. Gods Woord is door de mens bespot;
Van leugens houdt hij meer.
Wíj laten God waarachtig zijn;
Ons voorbeeld is de Heer.
Voor ons, die Gods Woord prediken,
Is dit het laatste woord
Dat steeds beslist, zich nooit vergist;
Gehoorzaam gaan wij voort.