Wonderen en mysteries van de diepte
IN DE geborgenheid van hun kleine, Alvin geheten diepzeeduikboot daalden twee onderzoekers en hun stuurman af in de Grote Oceaan voor de kust van Ecuador. Hun bestemming? Een plaats die de Galápagosslenk heet. Toegerust met zoeklichten, camera’s en talrijke wetenschappelijke instrumenten dook de Alvin door 2800 meter vloeibare ruimte omlaag, een wereld van eeuwige duisternis binnen die nooit eerder door mensenogen was gezien.
Hebt u zich ooit afgevraagd wat er verborgen ligt in de bergen, canyons en slenken onder de donkere diepten van de oceanen? Zo ja, dan zult u graag lezen over de ontdekkingen die in 1977 begonnen met de bovengenoemde baanbrekende duik van de Alvin. Wat de bemanning zag, zal u misschien verbazen; zelfs voor hoogopgeleide wetenschappers was het alsof ze leven op een andere planeet zagen.
Het doel van de missie van de Alvin was het vinden van hydrothermale bronnen — onderzeese geisers die stralen verhit water de oceaan inspuiten. De Galápagosslenk was een veelbelovende plek omdat ze deel uitmaakt van een zeer vulkanische onderzeese slenk begrensd door een complexe keten van bergruggen die de hele aardbol omcirkelen, de middenoceanische ruggen genoemd. Dit kolossale stelsel, dat 65.000 kilometer lang is, slingert zich rond de hele planeet zoals de naad op een tennisbal. Zouden de oceanen het niet bedekken, dan zou het „ongetwijfeld de oppervlakte van de planeet domineren, omdat het zich uitstrekt over een gebied dat groter is dan het terrein dat door alle grote aardse bergketens samen bestreken wordt”, schrijft Jon Erickson in zijn boek Marine Geology.
Een bijzonder betekenisvol kenmerk van de middenoceanische ruggen is dat ze in wezen tweeledig zijn — twee bergketens die parallel aan elkaar lopen en 3000 meter boven de oceaanbodem uitsteken. Tussen de bergketens liggen de grootste kloven op aarde — canyons van wel 20 kilometer breed en 6 kilometer diep — viermaal zo diep als de Grand Canyon van Noord-Amerika! Aan de voet van deze kloven liggen zeer vulkanische breukzones. Toen wetenschappers voor het eerst het Atlantische deel van de ruggen bestudeerden — de Midden-Atlantische Rug genoemd, onthulden hun instrumenten zo’n intense vulkanische activiteit „dat het leek alsof de ingewanden van de Aarde naar buiten kwamen”, zegt Erickson.
Na een afdaling van negentig minuten ging de Alvin vlak boven de zeebodem horizontaal liggen en deden de mannen de zoeklichten van de Alvin aan. Het is de onderzoekers niet kwalijk te nemen dat ze zich op een andere planeet waanden. Hun lichten onthulden een aantal glinsterende warmwaterbronnen op de zeebodem, waar het water normaal net iets boven het vriespunt is. Dicht bij de bronnen werd iets nog vreemders zichtbaar — hele gemeenschappen van voorheen onbekende levende schepselen. Twee jaar later ontdekten onderzoekers aan boord van de Alvin op de Oost-Pacifische Rug voor de kust van Mexico gloeiend hete bronnen, smokers geheten. Een aantal van deze bronnen vormde griezelige schoorstenen, sommige van wel zes meter hoog. Veel van dezelfde dieren die in de Galápagosslenk waren gezien, werden op deze plek aangetroffen. In het volgende artikel zullen we deze verbazingwekkende levensvormen en de wereld van verbijsterende uitersten waarin ze leven nader beschouwen.
[Illustratieverantwoording op blz. 3]
COVER and page 3: OAR/National Undersea Research Program