Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g95 8/6 blz. 7-8
  • Hoe hebben zij het kunnen doen?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hoe hebben zij het kunnen doen?
  • Ontwaakt! 1995
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • „Uw koninkrijk kome”
  • Hoe bezag God de slavenhandel?
    Ontwaakt! 2001
  • De lange strijd tegen de slavernij
    Ontwaakt! 2002
  • Keurt God slavernij goed?
    Ontwaakt! 2011
  • Een religieus dilemma in het koloniale Brazilië
    Ontwaakt! 2002
Meer weergeven
Ontwaakt! 1995
g95 8/6 blz. 7-8

Hoe hebben zij het kunnen doen?

HOE rechtvaardigden mensen de slavenhandel? Historici wijzen erop dat tot de achttiende eeuw weinig mensen twijfelden aan de morele juistheid van de slavernij. In het boek The Rise and Fall of Black Slavery wordt opgemerkt: „In de tijd dat Columbus onverwacht in West-Indië belandde, hadden noch de kerk noch de geschriften die ze accepteerde, toekomstige kolonisten enige aanwijzing gegeven dat hun gebruik van dwangarbeid als immoreel beschouwd kon worden, hoewel hier en daar geestelijken erop gezinspeeld hadden hun twijfels te hebben. . . . Niets wees erop dat de instelling van de slavernij, verstrengeld als ze was met het geheel der Europese samenleving, aangevochten moest worden.”

Toen de transatlantische handel eenmaal floreerde, gebruikten veel geestelijken godsdienstige argumenten om de slavernij te steunen. Het boek American Slavery vermeldt: „Protestantse predikanten [in Amerika] speelden een vooraanstaande rol in de verdediging van de slavernij . . . Waarschijnlijk was het meest wijdverbreide en doelmatige godsdienstige argument wel de simpele overweging dat slavernij deel uitmaakte van Gods plan om een tot dusver heidens volk bekend te maken met de zegeningen van het christendom.”

Maar voor de vaak wrede en boosaardige behandeling die slaven kregen, volstond het excuus dat zij kennis maakten met „de zegeningen van het christendom” niet. Dus maakten koloniale meesters en ook schrijvers en filosofen in Europa zichzelf wijs dat zwarten anders waren dan blanken. Edward Long, een planter die History of Jamaica zou schrijven, merkte op: „Wanneer wij over de aard van deze lieden nadenken en over hun ongelijkheid ten opzichte van de rest van de mensheid, moeten wij dan niet tot de conclusie komen dat zij tot een andere soort behoren?” De gevolgen van die denkwijze kwamen tot uiting in de woorden van een gouverneur van Martinique: „Ik heb het stadium bereikt dat ik vast geloof dat men de negers moet behandelen zoals men beesten behandelt.”

Uiteindelijk droegen economisch eigenbelang en humanitaire overwegingen ertoe bij dat er een eind kwam aan de transatlantische slavenhandel. Van het begin af aan hadden Afrikanen zich tegen hun slavernij verzet en tegen het einde van de achttiende eeuw kwamen opstanden veel voor. Bange eigenaars gingen hun situatie steeds hachelijker vinden. Zij gingen zich ook afvragen of het, in plaats van slaven te houden, niet goedkoper zou zijn arbeidskrachten te huren als dat nodig was.

Tegelijkertijd kregen morele, godsdienstige en humanitaire argumenten tegen de slavernij steeds meer steun in Europa en Amerika. Bewegingen tot afschaffing van de slavernij werden sterk. Ondanks de wettelijke afschaffing van de slavenhandel in veel landen vanaf het jaar 1807, bleven de gevolgen van de slavernij.

In een televisieserie, The Africans: A Triple Heritage, werden de gevoelens van de zonen en dochters van Afrika schrijnend onder woorden gebracht: „Lang voor de slavendagen woonden wij in . . . Afrika. En toen kwamen er vreemden, die sommigen van ons weghaalden. Nu zijn wij zo wijd verspreid dat de zon nooit ondergaat over de nazaten van Afrika.” De aanwezigheid van miljoenen mensen van Afrikaanse afkomst in Noord- en Zuid-Amerika, het Caribisch gebied en Europa is een onmiskenbaar gevolg van de slavenhandel.

Er wordt nog steeds gediscussieerd over de vraag op wie de schuld rust voor de transatlantische slavenhandel. Basil Davidson, gespecialiseerd in Afrikaanse geschiedenis, schrijft in zijn boek The African Slave Trade: „Afrika en Europa waren er gezamenlijk bij betrokken.”

„Uw koninkrijk kome”

Er valt iets te leren — iets over menselijk bestuur. De wijze man schreef: „Ik [zag] dat overal op aarde mensen onderdrukt werden. Zij huilden, maar niemand troostte hen. Zij gingen gebukt onder het geweld van de onderdrukkers.” — Prediker 4:1, Groot Nieuws Bijbel.

Helaas gaan die woorden, geschreven lang voordat de Afrikaanse slavenhandel begon, thans nog steeds op. De onderdrukten en onderdrukkers zijn nog steeds onder ons en in sommige gebieden de slaven en hun meesters eveneens. Christenen weten dat Jehovah spoedig, door middel van zijn Koninkrijksregering, „de arme die om hulp schreeuwt, [zal] bevrijden, ook de ellendige en al wie geen helper heeft” (Psalm 72:12). Om die en andere redenen blijven zij tot God bidden: „Uw koninkrijk kome.” — Mattheüs 6:10.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen