Het komische wrattenzwijn
EEN van de grappigste tafereeltjes in de Afrikaanse savanne is een joggende familie wrattenzwijnen. Men ziet ze soms op waardige wrattenzwijnmanier met kwieke tred draven, elk met een dun, gepluimd staartje als een kleine radioantenne recht omhoog. Natuurlijk is het niet de bedoeling van het wrattenzwijn om waarnemers te amuseren. Volgens het boek Maberly’s Mammals of Southern Africa „helpt deze gewoonte de dieren waarschijnlijk om elkaar in lang gras te zien wanneer ze vluchten, vooral in het geval van de jongen met hun zeer beperkte zicht”.
Nog komischer is de manier waarop ze hun „woning” binnengaan, vooral als ze dat met grote snelheid doen. De „woning” van wrattenzwijnen kan een vergroot hol in de grond van een aardvarken of stekelvarken zijn en wrattenzwijnen hebben een unieke manier om naar binnen te gaan. De biggen, die nog geen goede wrattenzwijnmanieren geleerd hebben, zullen net als elk ander zichzelf respecterend dier met de kop vooruit het hol inrennen. Maar de ouders doen het anders! Op volle snelheid en met militaire precisie draaien ze zich bij de ingang van hun hol snel om — en haasten zich achterwaarts hun veilige woning in! Deze kleine manoeuvre wordt niet louter verricht om toeschouwers te amuseren. Weet u, het wrattenzwijn is nu duidelijk in het voordeel omdat hij met zijn snuit naar zijn vijand gekeerd staat en elke eventuele verdere aanval met zijn dodelijke slagtanden kan afweren.
Natuurlijk kan zo’n haastige terugtrekking soms onverwachte complicaties geven. Het probleem is dat wrattenzwijnen vaak niet de enige dieren zijn die deze stoffige holen onder de grond bewonen. Ook hyena’s, honingdassen, jakhalzen en stekelvarkens kunnen onderdak zoeken in deze legers. „Als de holen al bezet zijn, kunnen [wrattenzwijnen] af en toe met onaangename confrontaties te maken krijgen”, aldus het tijdschrift Custos. „Er zijn enkele gevallen waargenomen van wrattenzwijnen met stekels [van een stekelvarken] in hun achterste.” Voor het arme wrattenzwijn zal dat uiteraard niet zo amusant zijn.
Met zijn indrukwekkende slagtanden ziet het wrattenzwijn er uit als een boosaardig roofdier op zoek naar een prooi. Maar zo is hij niet. Het wrattenzwijn is beschreven als een „doorgaans vredelievend dier”. Het wrattenzwijn blijkt een graseter te zijn en daarbij ook nog een behoorlijk kieskeurige! Hij leeft bijna uitsluitend van kort gras en eet daarvan alleen de malse groeitoppen; onkruid, lang gras en andere planten laat hij staan. Verder is het wrattenzwijn bereid om op zoek naar voedsel zelfs in de onaangenaamste plaatsen door te dringen. En als hij zijn snuit tussen doornstruiken steekt op zoek naar smakelijk jong gras dat er wellicht onder groeit, dienen zijn slagtanden om zijn snuit te beschermen.
Tijdens de heetste uren van de dag kunnen wrattenzwijnen vaak „thuis” worden getroffen, in een verlaten aardvarkenhol dat ze met hun slagtanden hebben vergroot. Als ze niet rusten, kunt u ze misschien bij een nabijgelegen drinkplaats zien drinken en zich in de modder zien wentelen. Wanneer het tijd is om te eten, kunt u ze over de grasvlakten zien draven. (Ze zijn niet van zins het op een galopperen te zetten, tenzij er niets anders op zit.) Ze bewegen zich met waardigheid voort, waarbij ze allemaal — van volwassen zwijn tot biggetje — hun dunne staart stijf rechtop houden.
Wrattenzwijnen zijn niet bepaald de knapste leden van de zwijnenfamilie. Ze hebben echter wel een zeer passende naam, die ze te danken hebben aan de opvallende „wratten” op hun lange snuit. Het zijn in feite geen echte wratten maar uitgroeisels van verdikte huid, en ze kunnen heel functioneel zijn. Ze kunnen de ogen van het wrattenzwijn helpen beschermen als hij de grond omwroet op zoek naar voedsel. Ze kunnen ook nuttig zijn bij een gevecht tussen mannetjes; ze dienen dan als schild tegen de scherpe slagtanden van de tegenstander.
Achter die komische snuit gaat een felle vechter schuil. Wrattenzeugen letten heel goed op hun jongen en zijn zeer beschermend. Andere volwassen leden van de kudde zullen de jongen eveneens beschermen, zelfs als dat betekent dat ze zichzelf daarbij in gevaar brengen. Als een cheetah bijvoorbeeld een wrattenbig probeert te pakken, zal een volwassen zwijn op de aanvaller losstormen. Gewoonlijk zal de cheetah alleen al bij het zien van deze aanstormende bonk woede en scherpe slagtanden op de vlucht slaan. Ondertussen proberen de biggetjes al hollend veilig onder de buik van hun moeder te blijven. Dreigt er ernstiger gevaar, bijvoorbeeld van een leeuw of een luipaard, dan trekken de wrattenzwijnen zich natuurlijk wijselijk terug, hun staart nog steeds in de lucht. De volwassen exemplaren zullen echter de achterhoede vormen en de jongen de gelegenheid geven zich als eerste in veiligheid te stellen.
Niettemin merkt dr. Darryl Mason in het tijdschrift Custos op: „Volwassen wrattenzwijnen kunnen voor cheetahs, luipaarden en hyena’s geduchte tegenstanders zijn.” Men heeft een wrattenzeug een van haar jongen tegen een groot mannetjesluipaard zien verdedigen. Ze viel de luipaard moedig aan en achtervolgde hem over een afstand van dertig meter voordat hij zich haastig in een boom terugtrok. Bij een andere gelegenheid heeft men twee wrattenzwijnen een troep van zestien hyenahonden op een afstand zien houden.
Wat is het fascinerend de capriolen van deze geweldige komiek van de Afrikaanse savanne gade te slaan!