Onze veranderende wereld — Waar koerst ze op af?
SOMMIGE veranderingen hebben een diepgaand en langdurig effect op het leven van miljoenen, op de hele wereldbevolking en toekomstige generaties zelfs. Geweldscriminaliteit, drugsgebruik, de verbreiding van AIDS, water- en luchtvervuiling en ontbossing zijn slechts enkele van de ontwikkelingen die op niemand van ons hun uitwerking missen. Het einde van de koude oorlog en de verbreiding van de democratie westerse stijl met haar markteconomie veranderen eveneens levens en zijn ook van invloed op de toekomst. Laten wij enkele van deze factoren eens onder de loep nemen.
Hoe de misdaad ons leven heeft veranderd
Hoe is het met de straten in uw buurt gesteld? Denkt u dat het veilig is om ’s avonds alleen buiten te lopen? Slechts dertig of veertig jaar geleden konden veel mensen zelfs hun deur van het slot laten. Maar de tijden zijn veranderd. Nu tellen sommige deuren twee of drie sloten en zit er voor ramen een traliewerk.
Mensen zijn thans bang om hun beste kleren en sieraden op straat te dragen. Sommige grotestadsbewoners zijn vermoord om een leren jack of een nertsmantel. Anderen zijn omgekomen in het kruisvuur tussen drugsbenden. Bijna dagelijks worden onschuldige omstanders, onder wie veel kinderen, gewond of gedood. Auto’s kunnen niet veilig op straat blijven staan zonder een ingenieuze inrichting die bescherming moet bieden tegen diefstal door parasieten. In dit ontwrichte wereldklimaat zijn mensen veranderd. Eerlijkheid en integriteit zijn bijna vergeten waarden. Het vertrouwen is verdwenen.
Misdaad en geweld zijn een wereldwijd verschijnsel. De volgende koppen boven het nieuws in verschillende bronnen illustreren dit: „Dienders en dieven, benden en ontucht; Moskou merkt dat het ze allemaal heeft”; „Een nieuw tijdperk bereikt Korea, met misdaad in zijn kielzog”; „Straatcriminaliteit treft dagelijks leven in Praag”; „Japan pakt de georganiseerde misdaad aan, en die vecht terug”; „De greep van de Octopus — Italiës hoogste mafiabestrijder bij bomaanslag gedood”. Misdaad is een universeel probleem.
De huidige criminaliteit is ook gewelddadiger. Een leven is niet veel waard. In het Braziliaanse Rio de Janeiro is een sloppengebied aan de rand van de stad „officieel door de Verenigde Naties erkend als het gewelddadigste gebied ter wereld. Elk jaar worden daar meer dan 2500 mensen vermoord” (World Press Review). In Colombia sturen drugsbaronnen hun sicario’s (huurmoordenaars), tieners nog, er op motorfietsen op uit om door middel van hun speciale snelle doodstraf rekeningen met concurrenten en debiteuren te vereffenen. En wee u als u getuige bent van een misdaad — of dat nu in Colombia of ergens anders is. U zou heel goed het volgende slachtoffer kunnen zijn.
Nog een grote verandering is dat steeds meer misdadigers dodelijke automatische wapens bij zich hebben, en steeds meer mensen ertoe overgaan pistolen bij zich te dragen voor zelfverdediging. Deze escalatie in het dragen van wapens betekent automatisch een escalatie in het aantal doden en ernstig gewonden, hetzij door een misdrijf of per ongeluk. Een veelgehoord cliché is nu dat een vuurwapen op zak of in huis van iedereen een potentiële moordenaar kan maken.
Misdaad en drugs
Wie had vijftig jaar geleden kunnen denken dat drugs nog eens een wereldprobleem zouden worden? Nu is het een van de voornaamste oorzaken van misdaad en geweld. In zijn boek Terrorism, Drugs and Crime in Europe After 1992 voorziet Richard Clutterbuck dat „op de lange duur de groei van de handel in narcotica de grootste van alle bedreigingen voor de menselijke beschaving zou kunnen blijken. . . . De winsten verschaffen de drugsbaronnen niet alleen enorme economische en politieke macht [Colombia is daarvan een duidelijk voorbeeld], maar er wordt ook een angstwekkende hoeveelheid misdaad overal ter wereld mee gefinancierd.” Hij verklaart ook: „Een van de grootste oorzaken van terrorisme en geweldscriminaliteit in de wereld is de cocaïnehandel van de cocavelden in Colombia naar de verslaafden in Europa en de VS.”
Uit de heersende misdaadgolf en de groeiende gevangenispopulatie in de wereld blijkt dat er miljoenen mensen zijn met misdadige bedoelingen en weinig zin om te veranderen. Te veel mensen hebben gezien dat misdaad lonend is. Het gevolg is dat onze wereld is veranderd — ten kwade. Ze is gevaarlijker geworden.
AIDS — Aanleiding tot verandering?
Wat eerst een ziekte leek te zijn die voornamelijk de homoseksuele bevolking trof, is een plaag geworden die mensen van elk ras en elke levensstijl teistert. AIDS heeft geen voorkeuren meer. In sommige landen van Afrika wordt de heteroseksuele bevolking erdoor gedecimeerd. Het gevolg is dat seksuele promiscuïteit voor sommigen plotseling afgedaan lijkt te hebben, niet uit een oogpunt van moraal maar uit vrees voor besmetting. „Veilig vrijen” is nu de leus en het gebruik van condooms de voornaamste aanbevolen preventieve barrière. Onthouding is het minst populaire voorbehoedmiddel. Maar wat zal de uitwerking van AIDS op de menselijke familie zijn in de onmiddellijke toekomst?
Het blad Time berichtte onlangs: „Tegen het jaar 2000 zou AIDS wel eens de grootste epidemie van de eeuw kunnen worden en de griepplaag van 1918 kunnen overschaduwen. Bij die ramp kwamen twintig miljoen mensen om, ofte wel 1% van de wereldbevolking — meer dan tweemaal zoveel als het aantal soldaten die in de Eerste Wereldoorlog stierven.” Zoals een deskundige zei, „is deze epidemie van historische proporties”.
Ondanks de miljoenen dollars en andere valuta die in het AIDS-onderzoek worden gestoken, is er geen oplossing in zicht. Op een recente AIDS-conferentie in Amsterdam kwamen 11.000 wetenschappers en andere deskundigen bijeen om het probleem te bestuderen. „De stemming was somber, een weerspiegeling van een decennium van frustratie, falen en groeiende tragiek. . . . Mogelijk is de mensheid niet dichter bij de overwinning op AIDS dan toen de speurtocht begon. Er is geen vaccin, geen geneesmiddel en niet eens een onbetwistbaar effectieve behandeling” (Time). Voor degenen die op het moment HIV-positief zijn en reeds grote kans lopen AIDS te krijgen, zijn de vooruitzichten mistroostig. Ook in dit geval is er sprake van een verandering ten kwade.
Verandering in de wereldpolitiek
De verandering in het politieke klimaat van de afgelopen vier jaar heeft veel leiders overvallen en misschien niemand sterker dan die in de Verenigde Staten. Plotseling moeten zij het zonder geloofwaardige tegenstander in de politieke arena stellen. De Verenigde Staten zijn wel vergeleken met een zeer gemotiveerd, onverslaanbaar basketballteam dat plotseling ontdekt dat niemand nog tegen ze wil spelen. Dit lastige parket werd in 1990 samengevat in een artikel door de redacteur van het blad Foreign Policy, Charles William Maynes: „Tegenwoordig is de taak van de Amerikaanse buitenlandse politiek niet, het land te bevrijden uit een rampzalige oorlog, maar de onverwachte vrede in te passen die er tussen de Verenigde Staten en de [voormalige] Sovjet-Unie uitgebroken is.”
De proliferatie van nucleaire know-how levert nieuwe bedreigingen op, terwijl de oorlogvoering met conventionele wapens blijft bloeien — tot groot genoegen van de wapenhandelaars. In een wereld die schreeuwt om vrede, versterken veel politieke leiders hun legers en voeren zij hun bewapening op. En de bijna bankroete Verenigde Naties komen niet veel verder dan pogingen om pleisters te plakken op de chronische zweren van de wereld.
De onveranderlijke vloek van het nationalisme
Toen het communisme uiteen begon te vallen, maakte de toenmalige Amerikaanse president Bush het begrip „een nieuwe wereldorde” populair. Zoals veel politieke leiders echter hebben ontdekt, zijn knappe leuzen goedkoop; positieve veranderingen zijn veel moeilijker te verwezenlijken. In zijn boek After the Fall — The Pursuit of Democracy in Central Europe zegt Jeffrey Goldfarb: „De onbegrensde hoop op ’een nieuwe wereldorde’ is al snel gevolgd door het besef dat de oudste problemen nog bestaan — dubbel en dwars soms. De euforie van de bevrijding . . . is vaak overschaduwd door vertwijfeling over politieke spanningen, nationalistische conflicten, religieus fundamentalisme en economische ineenstorting.” De burgeroorlog in het voormalige Joegoslavië is zeker een duidelijk voorbeeld van de tweedracht zaaiende invloed van politiek, godsdienst en nationalisme.
Goldfarb vervolgt: „Xenofobie [vrees voor buitenlanders] en persoonlijke onveiligheid zijn in Midden-Europa onontkoombare feiten geworden. Democratie werpt niet automatisch economische, politieke en culturele vruchten af, en een markteconomie belooft niet alleen rijkdom maar schept ook onpeilbare problemen voor wie niet weet hoe erin te werken.”
Het is echter overduidelijk dat dit geen problemen zijn die zich uitsluitend in Midden-Europa en de republieken van de voormalige Sovjet-Unie voordoen; xenofobie en economische onzekerheid komen overal ter wereld voor. De menselijke familie betaalt de prijs in de vorm van lijden en dood. En de onmiddellijke toekomst biedt geen hoop op verandering in deze diepgewortelde opvattingen die haat en geweld oproepen. Hoe komt dat? Doordat het onderwijs dat de meesten krijgen — hetzij van ouders of van nationalistisch georiënteerde schoolsystemen — haat, onverdraagzaamheid en op nationaliteit, etnische afkomst, stam of taal gebaseerde ideeën van superioriteit inprent.
Het nationalisme, door het weekblad Asiaweek „het laatste kwalijke isme” genoemd, is een van de onveranderlijke factoren die haat en bloedvergieten blijven teweegbrengen. Dat blad schreef: „Als de trots Serviër te zijn, betekent een Kroaat te haten, als vrijheid voor een Armeniër wraak op een Turk betekent, als onafhankelijkheid voor een Zoeloe onderdrukking van een Xhosa betekent en democratie voor een Roemeen de verdrijving van een Hongaar inhoudt, dan heeft het nationalisme zich al van zijn kwalijkste kant laten zien.”
Het doet ons denken aan wat Albert Einstein eens heeft gezegd: „Het nationalisme is een kinderziekte, de mazelen van de mensheid.” Bijna iedereen krijgt het op een gegeven moment en het blijft om zich heen grijpen. In 1946 schreef de Britse historicus Arnold Toynbee: „Het patriottisme . . . heeft het christendom voor een heel groot deel verdrongen als de religie van de westerse wereld.”
Is er enige hoop op verandering in het menselijk gedrag in het huidige samenstel? Sommigen zeggen dat die verandering alleen bereikt kan worden door een radicale verandering in het onderwijs. De econoom John K. Galbraith schreef: „Het zijn de mensen die de bepalende factor zijn voor vooruitgang. Dus . . . is er geen verbetering mogelijk met niet-verbeterde mensen, terwijl vooruitgang zeker is als mensen bevrijd en onderwezen zijn. . . . Het overwinnen van het analfabetisme komt op de eerste plaats.” Welke hoop is er dat de onderwijsstelsels van de wereld ooit liefde en verdraagzaamheid zullen onderwijzen in plaats van haat en achterdocht? Wanneer zullen diepgewortelde vijandschappen tussen stammen of etnische groeperingen plaats maken voor vertrouwen en begrip, door de erkenning dat wij allemaal tot de ene menselijke familie behoren?
Het is duidelijk dat positieve veranderingen nodig zijn. Sandra Postel schrijft in State of the World 1992: „Het resterende deel van dit decennium moet aanleiding geven tot nog diepgaander en ingrijpender hervormingen willen wij een reële hoop op een betere wereld kunnen behouden.” En waar koersen wij op af? Richard Clutterbuck verklaart: „De wereld blijft echter onstabiel en gevaarlijk. Nationalistische en religieuze hartstochten zullen voortduren. . . . De jaren ’90 zouden het gevaarlijkste of het progressiefste decennium van de eeuw kunnen zijn.” — Terrorism, Drugs and Crime in Europe After 1992.
Ons veranderende milieu
De afgelopen decennia is de mensheid zich bewust geworden van het feit dat menselijke activiteiten een gevaarlijke uitwerking hebben op het milieu. Door massale ontbossing sterven talloze dier- en plantesoorten uit. En daar de bossen deel uitmaken van het longenstelsel van de planeet, vermindert door de verwoesting van wouden ook het vermogen van de aarde om kooldioxide om te zetten in levenonderhoudende zuurstof. Een ander effect is aantasting van de bovengrond, ten slotte uitlopend op woestijnvorming.
Op dit punt zijn enkele waarschuwende stemmen opgegaan en een ervan is die van de Amerikaanse vice-president Al Gore. In zijn boek Earth in the Balance — Ecology and the Human Spirit schrijft hij: „Bij het huidige ontbossingstempo zullen nagenoeg alle tropische regenwouden halverwege de volgende eeuw verdwenen zijn. Als wij toelaten dat deze vernietiging plaatsvindt, zal de wereld de rijkste opslagplaats van genetische informatie op de planeet verliezen en daarmee mogelijke geneesmiddelen voor veel van de ziekten die ons teisteren. Ja, honderden belangrijke medicijnen die nu algemeen gebruikt worden, zijn afkomstig van planten en dieren uit de tropische wouden.”
Gore gelooft dat de invloed van de mens op het milieu een onmiddellijke bedreiging voor ons voortbestaan vertegenwoordigt. Hij verklaart: „Nu wij ons blijven uitbreiden tot in elk denkbaar leefmilieu, wordt de kwetsbaarheid van onze eigen beschaving duidelijker. . . . In de loop van een enkele generatie lopen wij het gevaar de samenstelling van de aardatmosfeer veel drastischer te veranderen dan enige vulkaan in de geschiedenis heeft gedaan, en de gevolgen kunnen zich nog eeuwen laten gelden.”
Niet alleen onze atmosfeer wordt bedreigd, maar volgens Gore en anderen loopt ook onze onontbeerlijke watervoorziening gevaar, vooral in de Derde Wereld, „waar de gevolgen van waterverontreiniging zich het scherpst en droevigst doen gevoelen in de vorm van hoge sterftecijfers door cholera, tyfus, dysenterie en diarree”. Vervolgens citeert Gore het feit dat „meer dan 1,7 miljard mensen niet voldoende veilig drinkwater tot hun beschikking hebben. Meer dan drie miljard mensen hebben geen goede sanitaire voorzieningen [toiletten en riolering] en lopen dus de kans dat hun water wordt verontreinigd. In India bijvoorbeeld deponeren honderd veertien grote en kleine steden hun menselijk afval en ander onverwerkt rioolvuil rechtstreeks in de Ganges.” En die rivier is de levensader voor miljoenen mensen!
Gautam S. Kaji, vice-president van de Wereldbank, waarschuwde een gehoor in Bangkok dat de „watervoorziening in Oost-Azië wel eens het cruciale probleem van de volgende eeuw zou kunnen zijn. . . . Ondanks de bekende voordelen van veilig drinkwater in termen van gezondheid en produktiviteit, worden Oostaziatische regeringen nu geconfronteerd met waterleidingbedrijven die niet voor drinkbaar water weten te zorgen . . . Dit is de vergeten kwestie van de milieuvriendelijke ontwikkeling.” Overal ter wereld wordt een van de basiselementen voor het leven — schoon water — verwaarloosd en verspild.
Dit zijn allemaal aspecten van onze veranderende wereld, een wereld die in veel gebieden een gevaarlijke beerput wordt en die het toekomstige bestaan van de mensheid bedreigt. De belangrijkste vraag is: Bezitten regeringen en de grote zakenwereld de wens en de motivatie om stappen te doen ter voorkoming van de totale uitputting van de hulpbronnen der aarde?
Verandert godsdienst de wereld?
Op het terrein van de godsdienst stuiten wij misschien wel op het grootste falen van de mensheid. Als een boom beoordeeld wordt naar zijn vruchten, dan is de godsdienst rekenschap verschuldigd voor de vruchten haat, onverdraagzaamheid en oorlog binnen haar eigen gelederen. Het heeft er veel van weg dat bij de meeste mensen godsdienst net als schoonheid is — het zit maar aan de buitenkant. Het is een vernisje dat onder de druk van racisme, nationalisme en economische onzekerheid snel loslaat.
Daar het christendom de godsdienst is van ’heb uw naaste lief en heb uw vijanden lief’, zou men zich kunnen afvragen wat er met de katholieken en de orthodoxen van het voormalige Joegoslavië is gebeurd. Zullen hun priesters hun al hun moorden en haat kwijtschelden? Hebben eeuwen van „christelijk” onderwijs slechts haat en moorden opgeleverd in Noord-Ierland? En hoe staat het met de niet-christelijke godsdiensten? Hebben die betere vruchten voortgebracht? Kunnen het hindoeïsme, de Sikh-religie, het boeddhisme, de islam en het sjintoïsme op een vreedzaam bericht van wederzijdse verdraagzaamheid wijzen?
In plaats van te dienen als een positieve invloed tot beschaving van de mensheid, heeft de godsdienst haar eigen fanatieke rol gespeeld door de vlammen van het ziedend patriottisme aan te wakkeren en zowel in twee wereldoorlogen als in menig ander conflict de legers te zegenen. Er is geen vooruitstrevende invloed ten goede van uitgegaan.
Wat is er daarom in de nabije toekomst van de godsdienst te verwachten? Ja, wat mogen wij eigenlijk van de toekomst verwachten voor ons huidige wereldstelsel — welke veranderingen zullen zich voltrekken? In ons derde artikel zullen deze vragen vanuit een unieke invalshoek worden besproken.
[Illustratie op blz. 7]
Een sterke toename van geweldscriminaliteit is ook een symptoom van verandering
[Illustraties op blz. 8]
Nationalisme en religieuze tweedracht blijven tot bloedvergieten leiden
[Verantwoording]
Jana Schneider/Sipa
Malcom Linton/Sipa
[Illustraties op blz. 9]
De aantasting van het milieu door de mens verandert het delicate evenwicht van de biosfeer
[Verantwoording]
Laif/Sipa
Sipa
[Illustratie op blz. 10]
Hitler begroet door de pauselijke nuntius Basallo di Torregrossa, 1933. Van oudsher is de religie betrokken geweest bij politiek en nationalisme
[Verantwoording]
Bundesarchiv Koblenz