Zeeën vol narigheid
IN EEN gemiddeld jaar loost de mensheid zo’n 130 miljoen liter olie in de wereldzeeën. In dat cijfer, hoe ontstellend ook, zijn niet eens de nu en dan voorkomende reusachtige rampen verwerkt, zoals het ongeluk in 1989 met de Exxon Valdez voor de kust van Alaska, of de catastrofe in de Perzische Golf vorig jaar, waarbij ongeveer 160 miljoen liter olie per dag de zee instroomde!
De mens dumpt echter lang niet alleen olie in de wereldzeeën. In de Noordzee voor de kust van Duitsland bereiken industriële chemicaliën niveaus die door deskundigen als toxisch worden beschreven. Nog 200 kilometer uit de kust wordt een dodelijk bestanddeel van verf die gebruikt wordt om de romp van schepen te beschermen, aangetroffen in wat oceanografen de microlaag noemen. Deze uiterst belangrijke oppervlaktelaag van de oceaan is een broedkamer voor massa’s viseitjes en het tehuis van de microscopisch kleine organismen die de voornaamste voedselbron voor veel zeedieren zijn.
Ten zuiden van Europa hebben wetenschappers ontdekt dat de microlaag van de Middellandse Zee eveneens vol chemische verontreinigende stoffen, olie en rioolvuil zit. Zeezoogdieren, zoals walvisachtigen, hebben bijzonder te lijden van een vervuilde microlaag, daar ze geregeld naar de oppervlakte moeten om te ademen. In de Middellandse Zee sterven dan ook jaarlijks ongeveer 6000 zeezoogdieren, voor het grootste deel door de vervuiling. In een bepaalde periode spoelden honderden dolfijnen op de Middellandse-Zeestranden aan — langs de Franse kust alleen al tegen de vijftig per week. Een virus had de bevallige, sierlijke dieren aangetast. Het is heel goed mogelijk dat de verontreiniging de ziekte bevordert doordat de weerstand van de dolfijnen erdoor afneemt. De oceanograaf Jean-Michel Cousteau schreef veelbetekenend: „Als dolfijnen aan vervuiling kunnen sterven, kunnen wij het ook.”
Zo’n voorspelling klinkt misschien sinister, maar het is een feit dat de vervuiling de mensheid reeds op talloze manieren bedreigt. Zo hebben reddingswerkers voor de kust van Newfoundland gemerkt dat de vervuiling hun pogingen belemmerde om overlevenden van een vliegtuigongeluk te vinden. Deze keer was plastic afval de boosdoener. De oceaan was er zo mee bezaaid dat reddingsploegen niet konden zeggen of zij stukken van het wrak of stukken afval in het oog kregen. Eventuele overlevenden hebben zij nooit gevonden.
Een triest verhaal, vindt u niet? Maar bedenk dit eens: Als de vervuilingscrisis de mens zwaar op het hart ligt, wat voor een gevoel moet het Degene die „de zeeën en al wat daarin is” geschapen heeft, dan wel geven? (Nehemia 9:6) Het kan niet anders of de tijd nadert met rasse schreden dat hij ’hen zal verderven die de aarde verderven’. — Openbaring 11:18.
[Illustratieverantwoording op blz. 31]
Mike Baytoff/Black Star