Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g90 22/3 blz. 6-8
  • Wie doodt het regenwoud?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wie doodt het regenwoud?
  • Ontwaakt! 1990
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het harde lot van de armen
  • Diepere oorzaken
  • Zure winsten
  • De verkrachting van het regenwoud
    Ontwaakt! 1998
  • Is het regenwoud te redden?
    Ontwaakt! 2003
  • Het nut van het regenwoud
    Ontwaakt! 1998
  • Kunnen we het regenwoud gebruiken zonder het te vernietigen?
    Ontwaakt! 2003
Meer weergeven
Ontwaakt! 1990
g90 22/3 blz. 6-8

Wie doodt het regenwoud?

DIE vraag wordt vaak beantwoord met een beschuldiging aan het adres van de armen der wereld. Al eeuwenlang wordt door boeren in tropische landen bij het in cultuur brengen van de grond de methode van kaalslag en afbranden toegepast. Zij rooien een stuk bos en branden het plat, en zaaien er óf vlak voor óf vlak na het platbranden gewassen. De as van het woud levert voedingsstoffen voor de gewassen.

Door dit soort landbouw is lang geleden een verbazingwekkend feit in verband met het tropisch regenwoud aan het licht gekomen. Ongeveer 95 procent ervan groeit op zeer arme grond. Het woud verwerkt de voedingsstoffen zo snel dat ze grotendeels in de bomen en plantengroei ver boven de grond blijven, veilig voor de regens, die ze uit de bodem zouden wegspoelen. Het regenwoud past daarom volmaakt in zijn milieu, maar dat is voor de boer niet zulk goed nieuws.

Het harde lot van de armen

Maar al te snel spoelen de regens de voedingsstoffen weg die in de as van het verbrande woud zijn achtergebleven en geleidelijk wordt de landbouw een nachtmerrie. Een arme Boliviaanse boer vertelde: „Het eerste jaar kapte ik de bomen en verbrandde ze. En de maïs deed het goed op de as en was zoet, en wij dachten allemaal dat wij het eindelijk voor elkaar hadden. . . . Maar sindsdien is het slecht gegaan. De grond wordt steeds droger en er groeit alleen nog maar onkruid op. . . . En het ongedierte? Ik heb nog nooit zo veel soorten gezien. . . . Het is wel zo ongeveer met ons gedaan.”

In vroeger tijden zou een boer simpelweg nieuwe stukken woud kaalslaan en het oude stuk land braak laten liggen. Als het woud de eerste stukken eenmaal had heroverd, kon het opnieuw worden geveld. Dit proces werkt echter alleen als de kale stukken omgeven zijn door het oorspronkelijke woud, zodat insekten, vogels en andere dieren de zaden kunnen verspreiden en de jonge boompjes kunnen bevruchten. Dat vergt tijd.

Ook de bevolkingsexplosie heeft de situatie veranderd. Doordat de boeren dichter opeen wonen, worden de periodes dat het land braak ligt steeds korter. Vaak putten zwerflandbouwers hun land eenvoudig in enkele jaren uit en trekken dan verder het woud in, waarbij een brede strook wordt platgebrand.

Er is nog een factor die de situatie verergert. Ongeveer twee derde van de mensen in minder ontwikkelde landen is van hout afhankelijk als brandstof om op te koken en zich te warmen. Meer dan een miljard mensen kunnen slechts in hun brandstofbehoeften voorzien door het brandhout sneller te kappen dan het thans vervangen wordt.

Diepere oorzaken

Het is gemakkelijk de schuld op de armen te schuiven. Maar zoals de ecologen James D. Nations en Daniel I. Komer het uitdrukken, komt dat neer op „soldaten ervan beschuldigen dat zij de oorlogen veroorzaken”. Zij voegen eraan toe: „Zij zijn niets dan pionnen in het spel van een generaal. Om de rol van de kolonisten bij de ontbossing te begrijpen, moet men zich afvragen waarom deze gezinnen in eerste instantie naar het regenwoud trekken. Het antwoord is simpel: omdat er elders geen land voor hen is.”

In één tropisch land is zo’n 72 procent van het land eigendom van slechts 2 procent van de landeigenaars. Ondertussen heeft ongeveer 83 procent van de boerengezinnen óf niet voldoende land om het hoofd boven water te houden óf helemaal geen land. Dat patroon herhaalt zich in variërende gradaties op de hele aardbol. Grote uitgestrektheden land die privé-eigendom zijn, worden niet gebruikt om voedsel te verbouwen voor de plaatselijke bevolking, maar voor de verbouw van exportgewassen, die aan welvarende naties in de gematigde klimaatzones worden verkocht.

De houtindustrie is ook een beruchte boosdoener. Naast de rechtstreekse schade die het woud door de houtkap wordt toegebracht, worden regenwouden er ook kwetsbaarder door voor brand — en voor mensen. De bulldozers die in maagdelijk woud wegen voor de houthakkers banen, effenen ook het pad voor oprukkende menigten zwerflandbouwers.

En als de landbouw faalt, wat zo vaak gebeurt, kopen veeboeren het land op en maken er weidegrond van om er vee op te laten grazen. Dit gebeurt vooral in Zuid- en Midden-Amerika. Het grootste deel van het slachtvee wordt gefokt ten behoeve van de export naar welvarender landen. De gemiddelde huiskat in de Verenigde Staten eet per jaar meer rundvlees dan de gemiddelde inwoner van Midden-Amerika.

Uiteindelijk wordt de teloorgang van het tropisch regenwoud door de ontwikkelde landen gefinancierd — ter bevrediging van hun eigen begeerten. Zowel het rundvlees als de exotische tropische houtsoorten en de gewassen die zij gretig van tropische naties kopen, gaan ten koste van het woud, dat verdrongen of uitgebuit wordt. Wegens de Amerikaanse en Europese vraag naar cocaïne zijn honderdduizenden hectaren regenwoud in Peru kaalgeslagen om plaats te creëren voor de winstgevende verbouw van coca.

Zure winsten

Veel regeringen voeren een actief ontbossingsbeleid. Ze verschaffen belastingvoordelen voor veeboeren, houtfirma’s en telers van exportgewassen. Sommige staten geven een stuk land aan een boer als hij het „verbetert” door het bos te kappen. Eén land in Zuidoost-Azië heeft miljoenen zwerflandbouwers overgebracht naar de afgelegen regenwouden.

Een dergelijk beleid wordt gerechtvaardigd als gebruik maken van de wouden ten behoeve van de armen of ter stimulering van een teruglopende economie. Maar critici zijn van mening dat zelfs deze voordelen op korte termijn misleidend zijn. Zo is land dat niet geschikt was voor landbouw, heel vaak evenmin geschikt voor veeteelt. Veeteeltbedrijven worden over het algemeen na tien jaar verlaten.

De houtindustrie vergaat het vaak niet beter. Als er tropisch hardhout uit het woud wordt gewonnen zonder oog voor de toekomst, slinken de bossen snel. De Wereldbank schat dat meer dan 20 van de 33 landen die thans hun tropisch hout exporteren, er binnen 10 jaar doorheen zullen zijn. Thailand was zo drastisch ontbost dat het alle houtkap bij de wet moest verbieden. Naar schatting zullen de Filippijnen tegen het midden van de jaren ’90 volkomen kaal gekapt zijn.

De bitterste ironie is echter nog dat uit onderzoek is gebleken, dat een stuk regenwoud meer kan opbrengen als het intact wordt gelaten en de produkten ervan — de vruchten en de rubber bijvoorbeeld — worden geoogst. Ja, het brengt dan meer op dan de landbouw, veeteelt of houtkap op hetzelfde stuk land. Toch gaat de vernietiging door.

De aarde kan deze behandeling niet eeuwig verduren. Het boek Saving the Tropical Forests zegt het zo: „Als wij doorgaan met de huidige vernietiging, is de vraag niet of het regenwoud zal verdwijnen, maar wanneer.” Maar zou het werkelijk een slag voor de wereld zijn als alle regenwouden werden vernietigd?

[Illustratie op blz. 7]

Oorzaken van ontbossing

Overstromingen tengevolge van dammen

Kap-en-brandcultuur

Houtkap

Veeteelt

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen