De prijs voor de vooruitgang
„MET de monsterachtige wapens die men reeds bezit, loopt de mensheid gevaar aan haar eind te komen door de morele pubers van deze wereld. Onze kennis van de wetenschap heeft reeds ons vermogen om haar in de hand te houden, overvleugeld. Wij hebben veel mannen van de wetenschap, maar te weinig mannen Gods”, verklaarde generaal Omar N. Bradley in 1948. Hij vervolgde: „De mens strompelt blindelings door een geestelijke duisternis terwijl hij speelt met de onzekere en gevaarlijke geheimen van leven en dood. De wereld heeft briljante geleerdheid verworven zonder wijsheid, macht zonder geweten.”
Thans, bijna 40 jaar later, hebben zijn woorden zelfs nog aan betekenis gewonnen. Beschouw dit eens: Als de vooruitgang van de 20ste eeuw werd afgemeten naar het aantal dollars dat aan wapens is besteed, zou 1986 een recordjaar zijn. Wereldwijd werd door de naties naar schatting $900 miljard aan militaire wapens uitgegeven. Dat staat gelijk aan een „historisch record van $1,7 miljoen per minuut . . . en vertegenwoordigt ongeveer 6 procent van het bruto nationaal produkt van de wereld”, meldt The Washington Post in een verslag over een onafhankelijke studie, samengesteld door Ruth Leger Sivard. Het Worldwatch Institute merkte op dat de militaire uitgaven ervoor hebben gezorgd dat „in de wereldhandel kanonnen vóór brood” komen, en voegde eraan toe dat de inspanningen van de naar schatting 500.000 geleerden die zich over de hele wereld met wapenonderzoek bezighouden, „de gecombineerde inspanningen voor de ontwikkeling van nieuwe energietechnieken, verbetering van de menselijke gezondheid, verhoging van de landbouwproduktie en de bestrijding van vervuiling” overtreffen. De militaire uitgaven van de supermachten hebben trouwens genoeg wapens opgeleverd om hun respectieve bevolkingen misschien wel tienmaal te vernietigen.
Het is duidelijk dat de opeenstapeling van wapens de menigte kwalen die de mensheid teisteren, niet heeft weggenomen, en de mens ook geen stap dichter bij de vrede heeft gebracht. In plaats daarvan, zoals generaal Bradley lang geleden verklaarde, weten wij „meer over oorlog dan over vrede, meer over het doden van elkaar dan over het leven. Dit is onze 20ste-eeuwse aanspraak op uitmuntendheid en vooruitgang.”