De hele stad sprak erover
DRIE Koninkrijkszalen, twee woningen, op drie vloeren in een gebouw van 1500 m2, gebouwd in drie dagen — dat maakte in Waterbury (Connecticut, VS) heel wat tongen los. Op een lang weekeinde, van 11-13 oktober, brachten zo’n 1500 getuigen van Jehovah tot stand wat The Sunday Republican in de kop boven haar verslag een „weekendwonder” noemde.
Welwillende functionarissen van de stad bezochten het bouwterrein. De burgemeester zei: „Het is een prachtig gebouw. U zult er wel heel trots op zijn.”
Een directeur van een plaatselijke bank keek met verbazing toe: „Al twee jaar lang probeer ik een bankfiliaal te laten bouwen, maar jullie lukt het jullie gebouw in drie dagen klaar te krijgen!”
De beambte van de planologische dienst zag de ploegen werken en zei: „Het is net een goedgeoliede machine.” Zijn secretaris voegde eraan toe: „Het schijnt dat jullie goddelijke leiding hadden.”
De jurist die de wettelijke aangelegenheden verzorgde, kwam samen met zijn vrouw, een professor aan de Universiteit van Connecticut. Ze zei: „Het is verbazingwekkend waartoe mensen in staat zijn als zij samenwerken.” Hij bood aan: „Wij hebben drie logeerkamers. Als u ze nodig hebt om een paar van uw werkers onder te brengen, bent u welkom.”
Een van de bouwinspecteurs zei: „Fantastisch, fantastisch. Het gebouw voldoet niet alleen aan de voorschriften, maar overtreft ze zelfs.”
Toen de Getuigen de vergunning voor de verwarming en air-conditioning aanvroegen, bestudeerde de inspecteur de plannen en vroeg: „Hoe lang bent u van plan over het gebouw te doen?” „Drie dagen.” Hij wierp het hoofd achterover en lachte hartelijk. „Drie dagen? Jullie hebben voor deze plannen alleen al twee maanden nodig!” En weer lachte hij.
Tijdens de bouwwerkzaamheden was er een stroom van bezoekers; er werden rondleidingen gegeven en koffie en maaltijden geserveerd. Op zondag, de tweede dag, werden er 3000 personen in 12 minuten van voedsel voorzien.
[Kader op blz. 31]
Het resultaat van geloof en werken
„Geloof zette een tiener ertoe aan specie te mengen terwijl zijn vader zei dat het thuis niet eens lukt hem het gazon te laten maaien. Geloof maakte dat rondleiders met trots over hun prestaties spraken . . . Zij zetten een gebouw neer ter waarde van $2 miljoen voor misschien slechts $700.000.
Blank en zwart, jong en oud, mannen en vrouwen hadden allen geloof en werkten schouder aan schouder, een ieder naar zijn vermogen. Jonge kinderen konden helpen stenen rapen; vrouwen konden in de keuken werken; sommigen konden rijden; iedereen kon iets doen. En dat betekent dat dit hun kerk is en altijd zal zijn. Men hoeft hun geen succes te wensen, want zij hebben getoond dat zij de wil bezitten het te doen slagen.” — Redactioneel artikel in The American (Waterbury, Connecticut), 15 oktober 1986.