De oprukkende woestijnen — Zullen ze echt bloeien als de roos?
ZAND, zand en nog eens zand! Zo ver het oog reikt, niets dan gloeiendheet, rusteloos zand. In de verte ziet men reusachtige piramidevormige duinen, 200 meter hoog en zesmaal zo breed aan de basis, oprijzen naar de wolkeloze hemel. Aanhoudende winden boetseren kronkelende ribbels in het zand. De hitte van de zon is intens. Zelfs slangen en kikkers moeten ervoor wegvluchten onder het zand. De weerkaatsing van het zonlicht is verblindend. De zinderende hitte speelt een spelletje met onze ogen — luchtspiegelingen van waterpoelen waar helemaal geen water is; objecten in de verte die iets heel anders lijken dan ze in werkelijkheid zijn.
Dan nemen de winden toe tot stormkracht en wervelen het zand in zulke grote wolken op dat ze het daglicht in duister veranderen. De zandwolken kunnen door kleding heen dringen en prikken de huid als waren het speldepunten. Ze kunnen auto’s van hun laklaag ontdoen en voorruiten veranderen in ondoorzichtig matglas. Ze kunnen woestijngesteente tot grillige vormen beeldhouwen en telegraafpalen tot de helft van hun hoogte begraven.
Op het midden van de dag, als de temperatuur een verzengende 52° à 54° Celsius kan bedragen, zullen bezoekers baden in het zweet. ’s Nachts kan het kwik dalen tot een temperatuur om van te klappertanden: 4° Celsius of lager, zodat die bezoekers blauw zien van de kou. Wanneer zij verschillende lagen wollen kleding dragen, zullen zij het minder warm hebben; zijn zij heel licht gekleed, dan zullen zij worden verzengd. Op 30 centimeter boven de grond gezeten kan het 17° koeler zijn dan wanneer zij op de grond zelf plaatsnemen. Voeg hierbij de verdroogde kelen, het zoeken naar water, de angst voor slangen, de steek van schorpioenen, het gevaar van zich plotseling met water vullende rivierbeddingen, het risico van verdwalen — dit alles maakt deze stille, droge wereld van woestijnzand tot een weinig aantrekkelijk oord.
Niemand schijnt zeker te weten hoeveel woestijnen, klein of groot, er in de wereld zijn — om de voor de hand liggende reden dat niemand ze geteld schijnt te hebben. „Ik ben tot meer dan 125 gekomen”, zei een bekende woestijnonderzoeker. „Misschien zijn er wel tweemaal zoveel.” Er zijn echter woestijnen op elk continent. Ze nemen bijna een vijfde van het landoppervlak van de aarde in.
De grootste woestijn van allemaal, de Noordafrikaanse Sahara, omvat de helft van het totale woestijnoppervlak van de wereld — ruim negen miljoen vierkante kilometer. De Arabische Woestijn op het Arabische schiereiland en de Kalahari in het zuidwesten van Afrika hebben een landoppervlak van respectievelijk 1,3 miljoen en een half miljoen vierkante kilometer. De Grote Zandwoestijn in Australië, op de tweede plaats na de Sahara, kan bogen op een gebied van 3,4 miljoen vierkante kilometer — bijna de helft van het continent. De Gobi in China, ongeveer twee keer de grootte van de Amerikaanse staat Texas, strekt zich uit over 1,3 miljoen vierkante kilometer.
Noord-Amerika kent ook woestijnen — Californië bestaat voor 25 procent uit woestijn. Woestijnen in Arizona, Oregon, Utah, Nevada en Mexico zijn al net zo heet en net zo droog. De Death Valley in Californië is naar verluidt de op één na heetste woestijn op aarde. Zuid-Amerika staat bekend om de droogste woestijn ter wereld — de Atacama — die zich ten zuiden van de grens met Peru over 970 kilometer in het noordelijke deel van Chili uitstrekt. Allemaal woestijnen, met allemaal dezelfde eigenschap — het is er heet en droog.
Er zijn bijvoorbeeld plekken in de Atacama in Chili waar de regen zo schaars is dat een bewoner klaagde: „Om de paar jaar krijgen wij een motregentje — maar de druppels zijn heel klein.” Op andere plaatsen in dezelfde woestijn blijkt volgens officiële rapporten in een periode van veertien jaar totaal geen regen- of sneeuwval te hebben plaatsgevonden. Volgens niet-officiële rapporten is er op andere plaatsen in de Atacama in geen vijftig jaar regen gevallen, en in zelfs nog drogere gebieden heeft men nog nooit regen geregistreerd. In de Namibwoestijn in Zuidwest-Afrika schommelt de jaarlijkse neerslag tussen de 0,3 en 15 centimeter. In enkele gebieden in de Sahara was de hoeveelheid neerslag in een periode van twee jaar nul. De neerslag kan een heel grillig verloop hebben. „In de Gobi”, zei een ervaren woestijnonderzoeker, „stierven de ene dag de schapen nog door gebrek aan water. De volgende dag verdronken mens en dier in een wolkbreuk.”
Oprukkende woestijnen
Heden ten dage worden eindeloze krantekolommen gewijd aan bezorgdheid over de woestijnen. Waarom zijn de woestijnen nu, na al duizenden jaren te hebben bestaan, zo in de publiciteit? Onze grootste meren en rivieren zijn door de mens vervuild. De vis zit vol met giftige chemicaliën die op onverantwoordelijke wijze in de rivieren zijn geloosd. Zelfs de hemel boven ons begint een kerkhof van ruimtevaart-„oud roest” te worden. Van de woestijnen echter heeft de mens wel bepaalde delen bedwongen, maar verder hebben ze nog steeds goeddeels hun natuurlijke karakter en het plante- en dierenleven dat daar reeds duizenden jaren heeft bestaan.
Maar bijna wekelijks vertellen de krantekoppen een zelfde verhaal — „Verbreiding van woestijnen rampzalige ontwikkeling die tot hongersnood leidt”, bericht The New York Times. „Rampspoedige droogte in groot deel van Afrika verandert Sahellanden in tweede Sahara”, aldus een kop in The Atlanta Journal and Constitution. „Woestijnen blijven zich uitbreiden”, The Boston Globe. „Hoeveelheid bebouwbaar land in de wereld neemt af”, The Toronto Star. „In één jaar verzwelgt Sahara groot deel van Tsjaad”, kondigt een ander blad aan. Vrachten papier worden volgeschreven over de bedreiging van de zich uitbreidende woestijnen.
Laten wij nu eens verder lezen dan de koppen. „De Sahara breidt zijn woestijndroogte met zo’n 10 à 20 kilometer per jaar in zuidwaartse richting uit. Dit proces is al meer dan tien jaar aan de gang, en geleidelijk aan wordt de Sahel, de halfdroge gordel aan de zuidrand van de Sahara, erdoor opgeslokt”, aldus The New York Times van 2 januari 1985.
„Elk jaar verandert ongeveer 21 miljoen hectare land in woestijn . . . Het probleem doet zich voornamelijk voor in Afrika, India en Zuid-Amerika”, bericht The Boston Globe van 11 juni 1984.
„De uitbreiding van de woestijn vormt een regelrechte bedreiging voor het voortbestaan van sommige landen, waaronder Mauritanië, waar overheidsfunctionarissen zeggen dat de Sahara naar het zuiden oprukt met een snelheid van 6 kilometer per jaar. Mauritaniërs spreken over de dagen dat er nog leeuwen leefden in de bosrijke gebieden van het land, dezelfde gebieden die momenteel niet meer dan een dor landschap zijn met dode bomen en stuifzand”, vertelt The Atlanta Journal and Constitution van 20 januari 1985.
Dit wereldwijde verschijnsel van zich uitbreidende woestijnen is niet nieuw. Er is echter een nieuw woord gevormd om dit verraderlijke proces te beschrijven — „woestijnvorming”. Het is in vele landen al snel een bekend woord aan het worden. Woestijnvorming treft momenteel zo’n honderd landen, met name de ontwikkelingslanden in Afrika die letterlijk omgeven zijn door woestijnen.
Het is een probleem waarvoor de organisatie der Verenigde Naties een oplossing zoekt. „Wij moeten dit zien als een kolossaal probleem”, zei Gaäfar Karrar, hoofd van de afdeling tegen woestijnvorming van de UNEP (het VN-milieuprogramma). „Wij zouden tegen het eind van de eeuw een derde van ’s werelds bestaande landbouwareaal kunnen verliezen”, zei hij. Volgens een VN-rapport vormt woestijnvorming een bedreiging voor 35 procent van het landoppervlak van de aarde, ofte wel zo’n 117 miljoen vierkante kilometer, en voor 20 procent van haar bevolking — ongeveer 850 miljoen mensen. „Bijna geen enkele plaats in de wereld is immuun voor woestijnvorming”, zei Karrar.
In 1977 kwamen vertegenwoordigers van 94 naties in Nairobi (Kenia) bijeen en werden het eens over een „actieplan” om de uitbreiding van woestijnen tegen de eeuwwisseling tot staan te brengen. Maar wegens algemene onverschilligheid van de zijde van de naties en een gebrek aan financiën werd het plan als niet langer haalbaar aan de kant gezet. In 1980 schatte de UNEP dat het over een periode van twintig jaar ongeveer 90 miljard dollar zou kosten, ofte wel 4,5 miljard dollar per jaar, om tegen het jaar 2000 aan de verbreiding van de woestijnen een eind te hebben gemaakt. Hoe ernstig vinden de deskundigen dit oprukken van het zand? „Als de huidige opmars van woestijnvorming doorgaat”, aldus een woordvoerder van de UNEP, „zal de situatie tegen het jaar 2000 op een wereldomvattende catastrofe zijn uitgelopen.”
Als men de aard van het proces van woestijnvorming beschouwt, rijzen er enkele interessante vragen: Welk actieplan zou er door de VN kunnen worden ingesteld om deze schijnbaar onverbiddelijke uitbreiding van de woestijnen met succes te stuiten? Zouden de VN het denken van de mens kunnen omvormen en volledig in overeenstemming kunnen brengen met dat van oprecht bezorgde mensen die voorzien welke wereldomvattende catastrofe een voortgaande woestijnvorming ten slotte zal veroorzaken? Het woord „woestijnvorming”, zo zegt een schrijver, is een „term die zich laat vertalen als de verbreiding van woestijnen ten gevolge van menselijke activiteit”. Dr. Mostafa K. Tolba, uitvoerend directeur van de UNEP, benadrukt de grondoorzaak van woestijnvorming: „De voornaamste oorzaak is niet droogte, zoals velen nog steeds geloven, maar een door mensen teweeggebrachte overexploitatie van de grond door overcultivering, overbeweiding, slechte irrigatiepraktijken en ontbossing.”
Een dergelijke overexploitatie wordt versneld naarmate de bevolking toeneemt en nieuwe gronden worden gekoloniseerd die de bevolkingstoename niet kunnen onderhouden. Ten einde het land in cultuur te brengen om de toegenomen bevolking te voeden, huizen te bouwen, en hout als brandstof te gebruiken, wordt elke boom die in zicht is, omgehakt. „Nu is er ook een tekort aan hout en houtskool”, zei het hoofd van de Natuurbeschermingsdienst in Mauritanië. „En toch blijven de mensen maar kappen. Ze denken dat Allah voor de regen en de bomen zal zorgen.” Zo ver ze kunnen grazen vreet hun vee elk blaadje groen op om zich in leven te houden. Het gevolg is dat het van alle begroeiing ontblote land wordt gebakken in de onbarmhartige zon, en de micro-organismen, die nodig zijn voor de plantengroei, worden gedood. Naarmate de begroeiing afneemt, nemen de woestijnen in omvang toe.
Vervolgens komt de wind. Het zand van de omringende droge gebieden wordt door de wind meegevoerd en over de naakte aarde geblazen, en omdat niets het tegenhoudt, overspoelt het het land, hoogt het zich op in de straten, waait het de huizen binnen en dwingt het de mensen verder te trekken naar nieuwe gebieden in een schijnbaar eindeloze cyclus.
En waar eens voldoende regen viel, weerkaatst het nu onbegroeide land de hitte van de zon waardoor de warmtehuishouding van de atmosfeer wordt veranderd op manieren die volgens deskundigen de regenval onderdrukken, en dus de groei van woestijnachtige omstandigheden versnellen in wat gaandeweg een onstuitbaar proces wordt. Mensen ploegen in de droge aarde om hun zaad te planten, maar helaas, niets wil groeien. Hongersnood waart rond in het land. Wanneer zal het eindigen?
Zullen de woestijnen werkelijk bloeien als de roos?
Meer dan twee millennia geleden werd de profeet Jesaja ertoe geïnspireerd te schrijven over de toekomst van de woestijnen der aarde en de wonderbaarlijke verandering die ze zullen ondergaan — niet door een of ander „actieplan” van de Verenigde Naties, maar onder de Koninkrijksregering van Christus Jezus. En in deze grootse profetie die nu op het punt staat in vervulling te gaan, staan geen woorden van vertwijfeling maar van hoop. „Zelfs de wildernis en de woestijn zullen zich in die dagen verheugen; in de woestijn zullen bloemen bloeien. Ja, er zal een overvloed van bloemen en gezang en vreugde zijn! De woestijnen zullen zo groen worden als de bergen van Libanon, zo liefelijk als de weiden van de Karmel en de Sjaron; want de Heer zal daar zijn glorie tonen, de heerlijkheid van onze God . . . Bronnen zullen uitbarsten in de wildernis, en stromen in de woestijn. De verschroeide aarde zal een waterpoel worden, met waterbronnen in het dorstig land. Waar de woestijnjakhalzen woonden, zullen riet en bies zijn!” — Jesaja 35:1-6, The Living Bible.
Dit is de onder inspiratie beloofde toekomst van de woestijnen van rusteloos, gloeiendheet zand.
[Inzet op blz. 10]
„Om de paar jaar krijgen wij een motregentje — maar de druppels zijn heel klein”
[Kaart op blz. 11]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
Woestijngebieden van de aarde afgebeeld in wit