Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g85 8/2 blz. 12-14
  • Is winnen het enige waar het op aankomt?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Is winnen het enige waar het op aankomt?
  • Ontwaakt! 1985
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Waarom doet verliezen pijn?
  • Wat is ervoor nodig om een winnaar te zijn?
  • „Het is een spel. Laat het een spel blijven”
  • Hoe sport binnen de perken te houden
    Ontwaakt! 1991
  • Moet ik bij een sportteam gaan?
    Ontwaakt! 1996
  • Jeugdsport — De nieuwe epidemie van geweld
    Ontwaakt! 2002
  • De huidige problemen met de sport
    Ontwaakt! 1991
Meer weergeven
Ontwaakt! 1985
g85 8/2 blz. 12-14

Jonge mensen vragen . . .

Is winnen het enige waar het op aankomt?

„ALS ik win, vind ik dat heel gewoon. Als ik verlies, stort mijn leven in elkaar.” Voor Martina Navratilova, de huidige tenniskampioene, stort het leven niet al te dikwijls in elkaar. Zij verliest maar zelden. Toch geeft zij zelf toe dat verliezen een traumatische ervaring voor haar is.

„Wij werden ingemaakt, en ik zag er vreselijk uit. Na afloop zat ik in de kleedkamer te huilen en te grienen als een reusachtige baby. Ik vond het verschrikkelijk om te verliezen, en er slecht uitzien bij het verliezen, vond ik helemaal iets onverdraaglijks.” Zelfs toen de ultralange Amerikaanse basketbalspeler Kareem Abdul-Jabbar nog op de middelbare school zat, was verliezen al een klap voor hem. Denk jij er ook zo over als je verliest?

Waarom doet verliezen pijn?

Waarom is het voor velen van ons zo’n schok als wij verliezen? Onder andere omdat men ons heeft wijsgemaakt dat winnen het enige is waar het op aankomt. Tweede of derde worden, of alleen maar meegedaan hebben, betekent dat je verloren hebt! Het is zoals een voormalige amateurvoetballer uit Duitsland verklaart: „Dikwijls wordt een nederlaag een geestelijke ’lijkzang’ en loopt het uit op genadeloze kritiek.”

De oud-sportjournalist Leonard Koppett zegt in zijn boek Sports Illusion, Sports Reality (Illusie en werkelijkheid in de sport): „De filosofie van alleen-winnen-telt begint overal door te dringen. . . . Het is een schadelijke invloed in onze cultuur, want ze is onrealistisch (er kan er maar één de eerste zijn) en de ontwaarding van zo veel andere deugden — bekwaamheid, moed, toewijding, begaafdheid, bevredigende inspanning, vorderingen, eerlijke prestaties — betekent een verarming voor ons.” Ja, er kunnen nog wel andere voortreffelijke eigenschappen getoond worden zonder dat iemand beslist hoeft te winnen. Moet verliezen dan een trauma zijn? „Alle waarden herleiden tot winnen of niet winnen, maakt je bekrompen en is dwaasheid”, aldus Koppett.

De druk om te winnen, en van sport alleen maar te genieten als je inderdaad wint, begint dikwijls al thuis — bij de ouders. Soms zoeken zij hun levensvervulling in de prestaties van hun kinderen. Onbewust wekken sommige ouders de indruk dat hun reputatie op het spel staat als hun kinderen niet winnen. Ook op schoolniveau wordt er druk uitgeoefend. Abdul-Jabbar zegt over zijn trainer op school: „Wij kregen zijn bijtende kritiek over ons heen als iemand ook maar in de buurt van een overwinning op ons kwam. Verliezen werd iets ondenkbaars, en de aardigheid ging van het basketbalspelen af. . . . [Hij] trainde door je op een heel vriendelijke manier te vernederen. Hij pakte je in je gevoelens van trots, omdat hij wist dat een puber niets ergers kan overkomen dan een belabberde indruk maken waar de andere jongens bij zijn.” — Wij cursiveren.

Dat is de sleutel tot het syndroom van het winnen-tot-elke-prijs — TROTS. Niemand vindt het prettig om in zijn hemd te worden gezet waar anderen bij zijn of met een gevoel van minderwaardigheid te worden opgezadeld omdat zijn team verloren heeft. Nu is het een feit dat je INDERDAAD als mens de mindere bent wanneer je opschept bij een overwinning of wanhopig wordt bij verliezen. Waarom? Omdat je als winnaar verzuimt de waardigheid of het zelfrespect van de verliezer te eerbiedigen. De bijbel brengt dit gevaar onder de aandacht met de woorden: „Maar nu gaat gij prat op uw aanmatigend gesnoef. Al zulk pochen is goddeloos.” Als uit het lood geslagen verliezer hecht je te veel belang aan een illusie — de illusie dat sport het werkelijke leven is, terwijl het in feite niet meer is dan kortstondige „ijdelheid”. De wijze koning Salomo schreef: „Ikzelf heb al het harde werk en al de bekwaamheid in het werk gezien, dat het de wedijver betekent van de een tegenover de ander; ook dit is ijdelheid en een najagen van de wind.” Bedenk dat je werkelijke waarde als persoon niet van enkele seconden of minuten van sportactiviteit afhangt! — Jakobus 4:16; Prediker 4:4.

Wat is ervoor nodig om een winnaar te zijn?

„Als sport ontaardt in slavenarbeid . . . is er iets mis”, zegt de schrijver James Michener. Die uitspraak brengt ons op een ander element in de filosofie van het winnen-tot-elke-prijs. Wat is dat dan? Totale toewijding.

Een voorbeeld ter verduidelijking: Arthur Ashe, de voormalige tenniskampioen, schreef: „Het is mogelijk een atletisch meisje van zeven of acht jaar te nemen en binnen een jaar of zeven, acht met lessen van experts en ongeveer 5000 uur training misschien een tennisster van haar te maken die bij de beste vijftig hoort. Een jongen met dezelfde bekwaamheid zou daar ongeveer 8000 uur voor nodig hebben.” Merk op dat er zelfs na 5000 of 8000 uur training en wedstrijden geen garantie is dat men een kampioen heeft voortgebracht. „Misschien” levert het een plaats onder de beste vijftig op.

Waarin schuilt voor een christen het gevaar bij deze soort van toewijding? De cijfers van Ashe komen neer op vijf dagen per week drie uur per dag tennissen. Welke andere essentiële belangen moeten eronder lijden om tot die mate van toewijding aan het tennisspel te komen? Hoeveel tijd blijft er over voor het gewone algemene onderwijs? Hoeveel voor de nog belangrijkere geestelijke vorderingen? Hoeveel opbouwende omgang met het gezin gaat erdoor verloren? Dit zijn geen nutteloze vragen voor jonge mensen. De jeugd is een tijd waarin de hoogst belangrijke fundamenten voor iemands karakter, persoonlijkheid en geestelijk leven worden gelegd — of verwaarloosd.

In een onlangs in het tijdschrift ’Teen verschenen artikel werd een voorbeeld gegeven van de offers die toegewijde turners moeten brengen. Het betrof drie tieners, kandidaten voor de Olympische Spelen: Mary Lou, Dianne en Julianne. Hoe hadden zij hun succes bereikt? „Mary Lou omschrijft het als ’volledige toewijding van begin tot eind’.” Zij moeten zes uur per dag trainen en daarnaast hun huiswerk bijhouden en tijd uittrekken voor het reizen naar en van wedstrijden.

Maar er moet wel een prijs voor worden betaald. „Voor alle drie was het moeilijkste offer dat zij al vóór hun vijftiende jaar het huis uit moesten om met een trainer te kunnen werken die bekwaam genoeg was om het uiterste uit hen te halen.” Julianne ging op haar dertiende jaar uit huis om zich voor te bereiden op de Olympische Spelen van 1980. En allemaal voor niets — de Verenigde Staten boycotten de Spelen in Moskou.

Dan is de zienswijze van de romanschrijver James Michener misschien evenwichtiger: „Sport moet leuk zijn voor de beoefenaar. Het dient om spanningen af te reageren, het behoort uitbundige vrolijkheid tijdens het spel op te leveren . . . Als sport ontaardt in slavenarbeid, in ongeremde wedijver, of in een louter commerciële aangelegenheid, is er iets mis. . . . Als het spel niet leuk is, heeft het zijn bestaansrecht al half verloren.”

„Het is een spel. Laat het een spel blijven”

Die eenvoudige raad werd door Jack Nicklaus uitgesproken nadat hij onlangs bij een golfkampioenschap als tweede was geëindigd. Sport moet leuk en ontspannend zijn — een tijdverdrijf, „een spel”. Sport is het leven niet en het leven is geen sport. Zelfs de beste beroepsspelers zien dat feit soms onder de ogen. Jerry Kramer, de voormalige Amerikaanse voetballer, schreef: „Dikwijls vraag ik mij af wat er van mijn leven terecht zal komen, en wat mijn doel hier op aarde is, behalve dan de onnozele wedstrijden die ik elke zondag speel. Ik heb het gevoel dat het leven toch iets meer moet inhouden dan dat.”

Geloof jij dat het leven meer inhoudt dan alleen maar wedstrijden spelen? Christus en de apostelen geloofden dat beslist wel. Daarom kon de apostel Paulus, die goed op de hoogte was van de atletiekwedstrijden in het oude Griekenland, schrijven: „Want lichamelijke oefening is nuttig voor weinig, maar godvruchtige toewijding is nuttig voor alle dingen, daar ze een belofte inhoudt voor het tegenwoordige en het toekomende leven.” — 1 Timótheüs 4:8.

Het is verstandig om binnen redelijke grenzen moeite te doen om fit te blijven. Maar op de lange duur is godvruchtige toewijding belangrijker dan lichamelijke oefening. De wedloop van een christen winnen is waardevoller dan je in te spannen om een of andere sportwedstrijd te winnen. Een overwinning in de sport is een strovuurtje — vandaag roem, morgen een statistisch gegeven. Maar bedenk dat succes hebben in godvruchtige toewijding „een belofte inhoudt voor het tegenwoordige en het toekomende leven” — eeuwig leven onder Gods koninkrijk. — 1 Timótheüs 6:19.

[Illustratie op blz. 13]

Vind je het vreselijk om te verliezen? Waarom?

[Illustratie op blz. 14]

Sport kan een ontspannend tijdverdrijf zijn als het element van felle wedijver wordt uitgeschakeld

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen