Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g83 8/1 blz. 3-6
  • Kan een realist in God geloven?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Kan een realist in God geloven?
  • Ontwaakt! 1983
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Beperkingen van het realisme
  • Wetenschapsmensen en geloof in God
  • Realisme en geloof in God
  • De dringende noodzaak het bestaan van God te aanvaarden
  • Waarom aanvaarden velen evolutie?
    Leven — Hoe is het ontstaan? Door evolutie of door schepping?
  • Waar kunt u antwoorden vinden?
    Ontwaakt! 2004
  • Zijn hun redenen deugdelijk?
    Ontwaakt! 1980
  • Schepping of evolutie? — Deel 1: Waarom kan ik in God geloven?
    Vragen van jongeren
Meer weergeven
Ontwaakt! 1983
g83 8/1 blz. 3-6

Kan een realist in God geloven?

BENT u een realist? De meesten van ons zullen zichzelf graag als realist zien. De realist wil zich laten leiden door bewijsbare feiten. Hij zal willen vermijden misleid te worden door onrealistische dromen of onpraktische ideeën. In het rationele, wetenschappelijke klimaat van onze tijd is een dergelijke benadering van problemen heel aantrekkelijk.

Deze instelling heeft echter velen ertoe gebracht niet meer in God te geloven. Voor hen is het onmogelijk om in deze wetenschappelijke twintigste eeuw nog te geloven in een onzichtbare, bovenmenselijke Persoon die alles heeft geschapen. Zij willen een wetenschappelijk antwoord op vragen als „Hoe zijn wij hier gekomen?” en „Waar gaan wij heen?” Zijn dan degenen die in God geloven, niet realistisch?

Beperkingen van het realisme

Voordat wij die vraag beantwoorden, moeten wij bedenken dat het realisme zijn beperkingen heeft. Een realist kan slechts conclusies vormen op basis van de feiten waarover hij beschikt. Maar als hij nu eens niet alle feiten tot zijn beschikking heeft? Of veronderstel dat hij geloof hecht aan gegevens die onnauwkeurig zijn? Of dat zijn feiten wel nauwkeurig zijn maar dat zijn redenatie onjuist is? Zijn „realistische” conclusies zouden dan toch verkeerd zijn.

Winston Churchill deed ongetwijfeld naar zijn beste inzicht een realistische uitspraak toen hij in 1939 zei: „Atoomenergie zal misschien onze huidige explosieven evenaren, maar ze zal niet gauw iets gevaarlijkers opleveren.” Ongelukkigerwijs was zijn conclusie ver bezijden de waarheid. Vergelijkbaar is een uitspraak van de directeur van het Internationale Monetaire Fonds in 1959: „Naar alle waarschijnlijkheid is de wereldinflatie voorbij.” Maar hoezeer heeft hij zich vergist! Al wordt een situatie dus nog zo „realistisch” beoordeeld door iemand die daarvoor alleszins bevoegd lijkt, de bereikte conclusies hoeven niet altijd correct te zijn.

Maar waarom wordt nu door sommigen die realistisch willen zijn, het bestaan van God ontkend?

Wetenschapsmensen en geloof in God

Eén reden waarom sommigen het bestaan van God ontkennen, is dat zij van mening zijn dat de wetenschap een dergelijk geloof ouderwets heeft gemaakt. Is dit waar? Wel, weinigen van ons zijn wetenschapsmensen, maar het is stellig realistisch om in aanmerking te nemen wat geleerden zelf over de kwestie te zeggen hebben. Een artikel in het tijdschrift New Scientist verklaart: „Met een zekere hardnekkigheid handhaaft zich bij leken de gedachte dat geleerden hebben ’bewezen’ dat religie niet waar is. Bij dit idee hoort ook de verwachting dat geleerden niet gelovig zijn; dat Darwin de laatste spijkers in Gods doodskist heeft geslagen; en dat er door een hele reeks wetenschappelijke en technologische innovaties sindsdien niet de minste kans bestaat op een opstanding van God of geloof. Deze gedachte is volslagen onjuist.” (Wij cursiveren.)

Het artikel vervolgde: „Geleerden zijn niet opvallend irreligieus. Er bestaan geen betrouwbare onderzoeken waaraan wij gegevens kunnen ontlenen, maar een kleine enquête onder collega’s van universiteit, research-instelling of industrieel laboratorium levert op dat wel acht van de tien wetenschapsmensen een religieus geloof hebben of beginselen onderschrijven die ’niet-wetenschappelijk’ zijn.” Realistisch gesproken vormt het feit dat vele geleerden een mate van geloof in God hebben, stellig een bewijs dat de moderne wetenschap het niet onmogelijk maakt in zijn bestaan te geloven.

Maar misschien hebt u het idee dat wetenschappelijke theorieën — vooral de evolutietheorie — het bestaan van God onnodig maken. In werkelijkheid vinden velen die het bewijsmateriaal voor evolutie op realistische wijze onderzoeken, dat bewijsmateriaal bedroevend onvolledig. En zelfs sommigen van degenen die het wel aanvaarden, vinden het ontoereikend als verklaring voor de schoonheid en grootsheid van het leven op onze aarde.

Professor Robert Jastrow, een eminent geoloog, astronoom en natuurkundige, aanvaardt de evolutietheorie. In een artikel in het tijdschrift Science Digest schrijft hij echter: „Wanneer men de geschiedenis van het leven bestudeert, en afstand neemt om deze lange geschiedenis te bekijken met het perspectief van verscheidene honderden miljoenen jaren, dan ziet men er een gerichte beweging in. . . . Kan deze geschiedenis van gebeurtenissen, die tot de mens leidt, zo’n duidelijke gerichtheid vertonen en toch zonder richtinggevende kracht tot stand zijn gekomen?” Zijn eigen conclusie is dat die vraag ’buiten het bereik van de wetenschap valt’.

Velen zullen het ermee eens zijn dat de „geschiedenis van gebeurtenissen, die tot de mens leidt” een richting te zien geeft. Maar moet men dan niet ook de volgende logische schakel in de keten van redeneren verschaffen? Een duidelijk bewijs van richting vormt een stellig bewijs voor een richtinggevende kracht, die alleen van God afkomstig kan zijn. Een realistische conclusie die hieruit getrokken moet worden is niet dat evolutie het onmogelijk maakt in God te geloven, maar veeleer dat het bestaan van God de evolutietheorie onnodig maakt.

Er is nog een reden waarom sommigen beweren niet in God te geloven. Soms gebruiken zij de wetenschap als een dekmantel voor dieperliggende motieven. Beschouw in dit verband wat de atheïst Aldous Huxley schreef: „Ik had redenen om niet te willen dat de wereld een bedoeling heeft; bijgevolg nam ik aan dat ze er geen had.” Wat waren zijn redenen? „Voor mijzelf, evenals ongetwijfeld voor de meesten van mijn tijdgenoten, was de filosofie van zinloosheid als middel ter bevrijding onontbeerlijk. De bevrijding die wij verlangden, was tegelijkertijd de bevrijding van een bepaald politiek en economisch stelsel en de bevrijding van een bepaald stelsel van zedelijke beginselen.”

Maar als wij het bestaan van God ontkennen en zeggen dat de wereld geen bedoeling heeft omdat wij dat nu eenmaal willen, verandert dat dan iets aan de feiten? Wie zo denkt, lijkt veeleer op een kleine jongen die zich wil verstoppen en dan zijn handen voor zijn ogen houdt. Omdat hij niemand kan zien, denkt hij dat niemand hem kan zien! Maar is het realistisch om te zeggen dat God niet bestaat omdat wij zijn bestaan weigeren te erkennen?

Realisme en geloof in God

De apostel Paulus heeft een krachtige argumentatie ontwikkeld die vele realisten ertoe heeft gebracht in God te geloven. Hij zei: „[Gods] onzichtbare hoedanigheden worden van de schepping van de wereld af duidelijk gezien, omdat ze worden waargenomen door middel van de dingen die gemaakt zijn, ja, zijn eeuwige kracht en Godheid” (Rom. 1:20). Paulus kon de schoonheid van de schepping, de wonderbaarlijke verscheidenheid van het leven en de ontzagwekkende sterrenhemel waarnemen, en in dat alles kon hij enkele eigenschappen onderscheiden van degene die het geschapen heeft. De moderne wetenschap stelt ons nog beter in staat om te zien hoe complex het ontwerp is van wat wij in de natuur aantreffen, en welke macht en wijsheid nodig zijn geweest om dat alles tot bestaan te roepen. In zekere zin geeft de natuur in onze tijd een zelfs nog krachtiger getuigenis van het bestaan van God.

Goed, sommigen verwerpen deze redenering. Maar welke verklaring hebben zij voor de orde die er in de natuur heerst? Ten aanzien van slechts een gering aspect van die orde, namelijk eiwitmoleculen, schreef Rutherford Platt, een auteur van publikaties over wetenschappelijke onderwerpen: „De kans dat atomen koolstof, zuurstof, stikstof en waterstof, plus nog zwavel en een aantal metalen, in de juiste verhoudingen en onder de juiste omstandigheden bij elkaar komen, kan vergeleken worden met de kans dat een pak speelkaarten, in de lucht gegooid, op de tafel terechtkomt met alle kaarten, kleur na kleur, in de juiste volgorde — een praktisch onmogelijke zaak, al zou dat opgooien van de kaarten iedere seconde zonder onderbreking de hele geschiedenis door hebben plaatsgevonden.”

De auteur zegt dan dat hij niettemin gelooft dat eiwitten op die manier — door toeval — tot bestaan kwamen. Maar een realist zou toch, als hij een pak speelkaarten netjes in juiste volgorde op een tafel uitgespreid vond, beseffen dat iemand ze daar met zorg had neergelegd. Is het onrealistisch om bij het beschouwen van de prachtige harmonie in de natuur tot dezelfde conclusie te komen?

Intellectuelen, zoals Rutherford Platt, voelen zich ongetwijfeld gedrongen om een natuurwetenschappelijke, niet met God in verband staande verklaring te aanvaarden — in weerwil van het bewijsmateriaal — omdat dat het soort van redeneren is dat tegenwoordig aanvaardbaar is. Zelfs geleerden die in God geloven, zouden het moeilijk vinden om hem in hun wetenschappelijke geschriften te eren als de directe oorzaak der dingen. Zo is de intellectuele mode. Maar is het realistisch om toe te staan dat onze kijk op bepaalde zaken wordt gedicteerd door wat in intellectuele kringen mode is? Heersende opvattingen zijn aan verandering onderhevig. Het bestaan van God is een te belangrijke kwestie dan dat onze zienswijze daarover afhankelijk mag zijn van de heersende opvattingen!

De dringende noodzaak het bestaan van God te aanvaarden

Hoewel de wetenschap onze kennis van de natuur heeft vergroot, heeft ze geen leefbare maatschappij kunnen creëren; de exacte wetenschappen hebben dit niet tot stand kunnen brengen, de andere wetenschappen hebben het evenmin gekund. Dit is nu een ernstig probleem geworden.

In feite wordt de wereldsituatie niet meer door de mens beheerst. Politici hebben geen controle meer over de bewapeningswedloop of de steeds verder om zich heen grijpende bedreiging van het milieu. Burgerlijke leiders kunnen de explosie van criminaliteit niet beheersen. Economen hebben geen oplossing voor de problemen van inflatie of afnemende produktiviteit, en honderden miljoenen leiden een mensonwaardig en hopeloos bestaan. De schokkende waarheid is dat er gefundeerde twijfels bestaan ten aanzien van het voortbestaan van het menselijke ras.

De bijbel heeft deze situatie voorzegd, en heeft aangetoond wat de belangrijkste oorzaak ervan is. Er staat dat mensen ’zichzelf zullen liefhebben, het geld liefhebben, aanmatigend zullen zijn, hoogmoedig, lasteraars, ongehoorzaam aan ouders, ondankbaar, deloyaal, geen natuurlijke genegenheid hebbend, niet ontvankelijk voor enige overeenkomst, kwaadsprekers, zonder zelfbeheersing, heftig, zonder liefde voor het goede, verraders, onbezonnen, opgeblazen van trots, met meer liefde voor genoegens dan liefde voor God’ (2 Tim. 3:1-4). Is het een wonder dat de wereld in zo’n slechte situatie verkeert als de mensen zo zijn? Het zal toch nooit beter worden als de mensen niet beter worden? De wetenschap is niet in staat de menselijke aard te verbeteren. Kan iemand dit wel? Ja, God kan dit.

De menselijke aard is gedegenereerd omdat de mens van God vervreemd is. De bijbel vertelt ons echter dat God ’een wereld met zichzelf verzoent’ (2 Kor. 5:19). Degenen die gunstig reageren op deze verzoening, veranderen werkelijk. Zij ’worden niet langer naar dit samenstel van dingen gevormd’. In plaats daarvan worden zij „veranderd” (Rom. 12:2). Zij ontwikkelen hoedanigheden zoals liefde, consideratie, eerlijkheid, betrouwbaarheid en bezorgdheid voor anderen. Zulke mensen hebben de krachtigste, meest realistische reden om in God te geloven: Zij hebben zijn macht in hun leven ervaren.

Als de wereld gevuld zou zijn met mensen die goddelijke beginselen volgen (niet mensen die alleen maar beweren christenen te zijn), dan zouden de meeste huidige problemen opgelost zijn. En dat is precies wat er gaat gebeuren. „Nog maar een korte tijd en de goddeloze zal er niet meer zijn . . . De zachtmoedigen daarentegen zullen de aarde bezitten, en zij zullen inderdaad hun heerlijke verrukking vinden in de overvloed van vrede” (Ps. 37:10, 11). ’s Mensen beste hoop voor de toekomst is gelegen in de vervulling van die belofte.

Is het een onrealistische hoop? Wij weten dat mensen het milieu van de aarde ruïneren en heel dicht zijn genaderd tot het punt dat zij het menselijke ras zullen uitroeien. Als wij niet in God geloven, is onze enige hoop voor de toekomst gelegen in de wensdroom dat het ooit wel weer beter wordt. Is het dan realistisch om ons van God af te keren? Is het niet veeleer het toppunt van realisme om ons te wenden tot de Enige die de macht, de wijsheid en de wens heeft om ons te redden van de gevolgen van onze fouten? Ja, een realist kàn niet alleen in God geloven, hij moet wel in God geloven.

[Inzet op blz. 4]

Geleerden hebben niet ’bewezen’ dat religie niet waar is

[Inzet op blz. 4]

Geleerden zijn niet opvallend irreligieus

[Inzet op blz. 5]

In plaats dat evolutie het onmogelijk maakt in God te geloven, maakt het bestaan van God de evolutietheorie onnodig

[Inzet op blz. 5]

Is het realistisch om te zeggen dat God niet bestaat omdat wij zijn bestaan weigeren te erkennen?

[Inzet op blz. 6]

Het bestaan van God is een te belangrijke kwestie dan dat onze zienswijze daarover afhankelijk mag zijn van de in intellectuele kringen heersende opvattingen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen