Wat is de oorzaak van hun gedrag?
DE ONDERZOEKERS dachten dat zij het antwoord keurig beredeneerd hadden. Zij hadden het leven van 200 kinderen vanaf hun vroegste jeugd tot voorbij de puberteit grondig onderzocht. Zij analyseerden de ouders, het huiselijke milieu en de aanleg van elk kind. Vervolgens voorspelden zij welke kinderen gelukkige volwassenen zouden worden. Het leek eenvoudig — een gelukkige jeugd in een aangenaam gezinsmilieu zou een gelukkige volwassene als resultaat hebben.
Na gewacht te hebben tot de kinderen 30 jaar waren geworden, interviewden zij hen opnieuw. Twee op de drie van hun voorspellingen waren verkeerd! Er is niet zo iets als een simpele, enkelvoudige verklaring voor de vraag waarom kinderen zich op een bepaalde manier gedragen. Er zijn echter wel een aantal factoren te noemen die een belangrijke rol spelen bij het bepalen van de wijze waarop een kind zich ontwikkelt.
WORDEN ZIJ ZO GEBOREN?
Hoe wij eruitzien, hangt grotendeels van onze ouders af. Maar hoe staat het met ons gedrag? Sommige autoriteiten, zoals bijvoorbeeld Dr. A. H. Chapman, zeggen: „De invloed van erfelijkheid op de persoonlijkheidskenmerken van een kind is veel geringer dan de uitwerking van de wijze waarop hij wordt grootgebracht. . . . De rol die de erfelijkheid speelt, is klein.” Toch zijn veel ouders het hier beslist niet mee eens. Eén moeder vroeg bijvoorbeeld over haar kind: „Hoe kan hij zijn vader zo perfect imiteren — gemeen, uitdagend, kwaadaardig — als hij hem nooit heeft gezien? Zijn vader [verliet me] ongeveer twee minuten nadat hij me zwanger had gemaakt.”
Onlangs onderzocht een team van wetenschapsmensen 15 paar identieke tweelingen die niet gezamenlijk waren grootgebracht. Zij waren „overweldigd door de overeenkomsten bij de betreffende tweelingen”. Aangezien de tweelingen van elkaar waren gescheiden en in verschillende milieus waren grootgebracht, waren de geleerden van mening dat erfelijkheid een belangrijke factor was om de frappante gelijkvormigheid van hun gedrag te verklaren. Zoals een van de geleerden, David Lykken, concludeerde, toont het onderzoek aan „dat het menselijk gedrag voor een veel groter deel genetisch wordt bepaald of beïnvloed dan wij ooit hebben verondersteld”.
OMGEVING
WAAR HET KIND WOONT: „Tommy was ook het ongelukkigste kind dat ik ooit heb gekend”, begon een maatschappelijk werker die vijf jaar lang met kinderen heeft gewerkt. „Hij woonde met tien familieleden in een verarmde buurt op een flat van vier en een halve kamer. . . . Thuis werd Tommy geconfronteerd met de frustraties van een dronken vader, een overvolle behuizing . . . en het gevoel volslagen nutteloos en ongewenst te zijn.” De jongen werd op 14-jarige leeftijd een heroïneverslaafde en stierf drie jaar later aan een overdosis. De plaats waar hij woonde, had duidelijk een negatieve uitwerking op dit kind. Toch bleek een andere tiener, die ook in een overvolle stad woont, zich anders te ontwikkelen. Zijn moeder zegt: „Hoewel ik merk dat Jeff zich soms wel wat gefrustreerd voelt, hebben allebei mijn kinderen toch, doordat zij in hun naaste omgeving een aantal mensen hadden die werkelijk om hen gaven, hartelijkheid en vriendelijkheid jegens anderen ontwikkeld.”
WAT EEN KIND ZIET: Naar verluidt hebben kinderen in sommige landen al bijna 8000 uur naar de tv gekeken voordat zij voor het eerst naar school gaan. Dit moet hun kijk op het leven wel beïnvloeden. „Het leert hun dat het recht aan de kant van de machtigen staat”, zegt psycholoog Robert Liebert, die door zijn waarnemingen een van de meest gerespecteerde deskundigen op het gebied van kindergedrag is. „De les die de meeste tv-series leren, is dat de rijken, de machtigen en degenen die het niet zo nauw nemen, het meeste succes hebben.”
Bovendien komt door veel onderzoek aan het licht dat veelvuldig tv-kijken het leervermogen belemmert. Eén autoriteit brengt het als volgt onder woorden: „Wanneer de televisie aanstaat, bevriest iedereen . . . alles wat zich normaal onder mensen afspeelt — het spel, de discussies, emotionele scènes waaruit zich persoonlijkheid en bekwaamheid ontwikkelen — wordt stilgelegd. Dus wanneer u de televisie aanzet, schakelt u het proces dat menselijke wezens tot mensen maakt, uit.”
HOE BELANGRIJK IS DE VOEDING?
’Heel belangrijk’, zeggen sommige doktoren. Dit wordt geïllustreerd door de ervaring van een jongen wiens moeder zei: „Hij is zeven en vindt het heerlijk op school als hij er eenmaal is. Maar ik moet hem uit bed sleuren, hem onder dwang aankleden en hem een pak slaag geven voordat hij wil eten. Hij gooit het er weer uit ook, en ten slotte brengen wij hem met de auto naar school.” Klagend over deze situatie voegde zij eraan toe: „Kan dat nu werkelijk niet anders?” Een scherpzinnige arts ontdekte echter dat de jongen elke avond voordat hij naar bed ging, een heleboel ijs at. Toen de zoetigheid door iets voedzamers vervangen werd, onderging zijn gedrag ’s morgens een enorme verbetering. Deze opmerkzame arts, Lendon H. Smith, beklemtoont in zijn boek Improving Your Child’s Behavior Chemistry (De gedrags-chemie van uw kind verbeteren) de noodzaak van juiste voeding, door te zeggen: „Het succesvol functioneren van elk individu is afhankelijk van de volledige voeding van de hersenen.”
„Minderwaardig voedsel zou uiteindelijk een ’minderwaardig lichaam’ kunnen betekenen”, luidt het verslag in Science World (22 februari 1979), dat de aandacht vestigt op de schade die wordt aangericht door een toegenomen consumptie van „icecream-soda’s”, (roomijs met spuitwater), snoepgoed, hot dogs, vruchtentaartjes, enzovoort, vooral door de jongeren. Bij ten minste één onderzoek werd gezegd dat een dergelijke voeding verantwoordelijk kan zijn voor „ernstige persoonlijkheidsveranderingen”, waardoor iemand „over het algemeen zeer agressief en prikkelbaar” wordt.
Allergie voor voedsel en andere stoffen kan ook van invloed zijn op de wijze waarop een kind zich gedraagt. Een 11-jarige jongen werd door zijn moeder beschreven als erg humeurig, altijd ongelukkig, stuurs en ruzieachtig. Een arts ontdekte dat de jongen aan een allergie leed, en de ouders meldden dat de jongen door een juiste behandeling een „ander mens” was geworden. Er zijn berichten over soortgelijke resultaten met enkele overactieve kinderen, nadat hun voeding onder zorgvuldige controle was gezet.
VOORBEELD VAN DE OUDERS
„Ik had medelijden met mijn moeder”, verklaarde een 17-jarige jongen. Hoe toonde hij dat? Hij had net een meisje seksueel gemolesteerd onder bedreiging met een mes. Hij zei dat hij dat had gedaan om zijn vader, die zijn vrouw openlijk bedroog, in verlegenheid te brengen.
In plaats van het slechte voorbeeld van de ouders te bekritiseren, reageren veel kinderen op een andere manier. In het boek Who’s Bringing Them Up? (Wie voedt hen op?) wordt uitgelegd: „De peuter leert door de kracht van imitatie . . . Zij nemen alle gewoonten, gevoelens, spanningen, vreugden, zorgen en gedragingen van de volwassenen die zij imiteren, in zich op. Kinderen met gewelddadige ouders zullen geneigd zijn geweld na te bootsen, kinderen met ouders die van elkaar houden, zullen geneigd zijn dat gedrag te imiteren.”
Er zijn vele krachten die het leven van een kind beïnvloeden, maar, zoals één opvoedkundige het onder woorden bracht: „Ouders . . . moeten beseffen dat zij nog steeds de belangrijkste kracht in het leven van hun kind zijn.”
KINDEREN WILLEN GRAAG BEMIND EN AANVAARD WORDEN
De baby wist al toen hij nog maar drie maanden oud was, dat hij iets heel belangrijks miste. Zijn aanhoudende stuipen waren het hevigste protest dat hij kon uiten. De doktoren konden geen enkele afwijking vinden. In het boek The Secret World of Kids (De geheime wereld van kinderen) wordt over dit geval het volgende opgemerkt: „Zij kwamen echter te weten dat de moeder het kind niet had gewild, dat zij het nooit eens oppakte of knuffelde, en alleen maar een fles in de wieg legde wanneer het voedingstijd was.” Toen verpleegsters genegenheid voor het kind toonden, hielden de stuipen op.
Vanaf onze geboorte zoeken wij naar liefde. „Dit zoeken naar liefde en aandacht is waarschijnlijk de belangrijkste verklaring voor het gedrag van uw kind”, zegt kinderpsycholoog Bruce Narramore. Wanneer hem deze liefde wordt onthouden, kan een gefrustreerd kind bijna alles doen — liegen, stelen, brandstichten, zich overgeven aan drugs, immoraliteit, enzovoort. Dit verlangen naar liefde, dat alleen maar groter wordt naarmate het kind groeit, wordt ook op een andere manier weerspiegeld.
DE „ZWAARSTE DRUK” OP JONGEREN: ’Deze wordt niet uitgeoefend door leraren, niet door cijfers’, gaf een tiener toe, ’maar door andere kinderen.’ Dit verlangen geaccepteerd te worden door andere jongeren bepaalt het gedrag van veel kinderen. Een maatschappelijk werker die leden van boosaardige tienerbenden probeerde te hervormen, berichtte: „In de grond der zaak is datgene waarnaar deze ongelukkige kinderen zoeken, alleen maar wat wij allemaal graag willen — iemand in plaats van niemand zijn, als een menselijk wezen erkend worden, aanvaard en zelfs bemind worden.” (Wij cursiveren.) Wanhopig proberen zij dit in hun eigen groep te vinden.
Hoe krachtig is dit verlangen om door de groep geaccepteerd te worden nu eigenlijk? Een team van doktoren besloot dat eens te gaan onderzoeken. Zij brachten een groep van tien jongeren in de tienerleeftijd in een vertrek bij elkaar, en hielden een kaart met verscheidene lijnen voor hen omhoog. „Wanneer wij de langste lijn aanwijzen”, zeiden de doktoren, „moeten jullie je hand opsteken.” Buiten medeweten van één van de jongeren had men de andere negen echter van tevoren gezegd hun hand op het verkeerde moment op te steken.
Toen het moment aanbrak waarop zij hun hand moesten opsteken, keek de tiener op wie het onderzoek was gericht, vol ongeloof toe hoe alle anderen hun hand opstaken bij de kortere lijn. „Ik heb zeker niet helemaal begrepen waar het om ging, dus ik kan beter doen wat ze allemaal doen, anders lachen ze me uit”, dacht de tiener. Dus stak hij voorzichtig net als de anderen zijn hand op! Dit werd verschillende keren herhaald. Om te voorkomen dat hij ’uitgelachen werd’, handelde hij tegen beter weten in. „Meer dan 75 procent van de geteste jonge mensen reageerde op diezelfde manier,” zo berichtte Dr. James Dobson.
Hoeveel kinderen hebben niet tegen beter weten in gehandeld door zich over te geven aan immoraliteit, druggebruik, dronkenschap, enzovoort, alleen maar omdat zij door de groep geaccepteerd wilden worden. Er is echter nòg een gevoelskwestie die van invloed is op de wijze waarop kinderen zich gedragen.
„IK VOELDE ME ALTIJD MINDERWAARDIG BIJ MIJN VRIENDINNEN”: Dit was het gevoel waarmee een 15-jarig meisje kampte, omdat zij te dik was en geen vriend had. Zij maakte plannen om zelfmoord te plegen. Haar leven werd gered doordat zij een oplettende raadsman trof toen zij een S.O.S.-nummer voor geestelijke hulp belde. Dit meisje staat niet alleen in haar gevoelens.
„Wist u dat ongeveer 80 procent van de tieners in onze maatschappij niet tevreden is over hun uiterlijk? Tachtig procent!” meldt Dr. Dobson in zijn boek Preparing for Adolescence. Ja, zij vinden dat zij te lang of te kort, te dik of te dun zijn! Anderen voelen zich onzeker doordat zij puistjes op hun gezicht hebben. Omdat dit bovendien een tijdperk is waarin vele ouders de nadruk leggen op wat een kind presteert, en niet op wat hij of zij innerlijk is, zijn jongeren vaak teleurgesteld in zichzelf en hebben zij weinig gevoel van eigenwaarde. Velen van hen zijn opstandig, vernielzuchtig, gedragen zich ruw en onbehouwen, zijn ongedurig, gewoon omdat zij geen vrede met zichzelf hebben.
HET ONTLUIKEN VAN SEKSUELE VERLANGENS: Een kleine klier aan de onderzijde van de hersenen begint bij tieners enkele krachtige „bevelen” te geven. Deze hypofyse zegt eigenlijk tegen het lichaam: ’Vooruit, bereid je voor op het ouderschap!’ De inwendige afscheidingen van deze klier veroorzaken de rijping van de geslachtsorganen. Maar deze hormonen doen nog veel meer.
„In de puberteit vinden . . . veranderingen in de endocriene klieren plaats waardoor jonge mensen langs organische weg gestimuleerd worden zich te doen gelden. Zij worden letterlijk heen en weer geslingerd door hun endocriene afscheidingen, die uiteindelijk een nieuw evenwicht moeten vinden”, zegt The Story of Human Emotions, door G. M. Lott, doctor in de geneeskunde. Ja, door deze hormonen worden de emoties van de tiener „letterlijk heen en weer geslingerd”. In deze periode zal een tiener zijn onafhankelijkheid beginnen te verdedigen. Hij zal waarschijnlijk een toegenomen belangstelling hebben voor iemand van het andere geslacht.
De bijbel beschrijft deze periode als de „bloem der jeugd” en geeft de raad te trouwen nadat men deze periode is „gepasseerd” (1 Kor. 7:36). Het oorspronkelijke Griekse woord dat hier wordt gebruikt (huperakmos), betekent letterlijk ’over het hoogtepunt van iets heen, de volle bloei van een bloem’. Tijdens de puberteit begint het seksuele verlangen van de jongere te ontluiken of sterker te worden. De gemiddelde leeftijd waarop een meisje voor het eerst menstrueert, is de afgelopen honderd jaar van 16 naar 12 gedaald. Dit verergert het probleem, omdat sommigen die nog maar net in de tienerjaren zijn, nu plotseling in situaties terechtkomen waar zij geen raad mee weten.
Wanneer tieners zich door dit seksuele verlangen laten domineren, zijn de gevolgen dikwijls tragisch — geslachtsziekte, ongewenste zwangerschappen, abortus en een gebrek aan zelfrespect. Het is nodig deze verlangens te beheersen (Kol. 3:5). Een student die op deze periode in zijn leven terugkeek, bekende: ’Ik had voor het eerst gemeenschap met mijn meisje toen wij vijftien waren. We waren steeds nog net niet zo ver gegaan, en toen vroeg ze op een avond of we gemeenschap konden hebben. Een paar dagen later maakten we het uit. Het was de pijnlijkste periode in mijn leven. Ik was neerslachtig, humeurig en nerveus. Ik voelde me een mislukkeling.’
Het is duidelijk dat er vele factoren zijn waardoor wordt bepaald hoe kinderen zich gedragen. Ieder kind is verschillend, dus zij zullen niet allemaal gelijk reageren op een zelfde invloed. Jammer genoeg zullen de daden van sommigen emotionele littekens achterlaten waar zij hun leven lang last van zullen hebben. Wat kunnen ouders doen om hen te helpen zulk een letsel te vermijden? En is er nog iets anders dat een hulp kan vormen om zeker te zijn van een goed resultaat?
[Illustratie op blz. 4]
Een slechte omgeving kan criminaliteit in de hand werken — maar niet altijd
[Illustratie op blz. 5]
Te veel tv-kijken kan het leervermogen belemmeren, en sommige films kunnen een kind verkeerd gedrag leren
[Illustratie op blz. 7]
Kinderen met ouders die van elkaar houden, zullen geneigd zijn hun gedrag te imiteren
[Illustratie op blz. 8]
Het verlangen geaccepteerd te worden door andere jongeren, bepaalt het gedrag van velen