Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g80 8/10 blz. 9-12
  • Mensen — Waarom handelen zij zo?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Mensen — Waarom handelen zij zo?
  • Ontwaakt! 1980
  • Vergelijkbare artikelen
  • Is het iets in het lichaam?
    Ontwaakt! 1982
  • Het wonder van het menselijk brein
    Leven — Hoe is het ontstaan? Door evolutie of door schepping?
  • De menselijke hersenen — anderhalve kilo mysterie
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1978
  • Waarom zij hun toevlucht nemen tot geweld
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1998
Meer weergeven
Ontwaakt! 1980
g80 8/10 blz. 9-12

Mensen — Waarom handelen zij zo?

Zijn het hun genen? Is het hun omgeving? Vrijheid van keuze? of Weten wij het eigenlijk wel?

„HET komt door mijn genen!” zegt iemand ter verdediging van zijn verkeerde handelwijze. Het is waar dat erfelijkheid, of de genen, het gedrag van mensen beïnvloeden. De bijbel onderschrijft dit: ’Door bemiddeling van één mens is de zonde de wereld binnengekomen en door middel van de zonde de dood, en aldus heeft de dood zich tot alle mensen uitgebreid omdat zij allen gezondigd hadden.’ — Rom. 5:12.

„Het komt door mijn omgeving!” beweert een andere boosdoener. Ook dat is een factor. „Hij die met wijzen wandelt”, zegt de bijbel, „zal wijs worden, maar wie zich met de verstandelozen inlaat, zal het slecht vergaan.” En: „Wordt niet misleid. Slechte omgang bederft nuttige gewoonten.” — Spr. 13:20; 1 Kor. 15:33.

Zowel overgeërfde karaktertrekken als milieu-invloeden zijn krachtige factoren bij de vorming van het individu. Toch kan de verantwoordelijkheid voor iemands daden niet afgeschoven worden op zijn genen of zijn omgeving. Waarom niet? Omdat de mens een vrije wil heeft. Daarom zal „een ieder van ons voor zichzelf rekenschap afleggen aan God”. De mens werd niet als robot gemaakt, maar hij bezit een vrije wil en draagt de verantwoordelijkheid voor het gebruik dat hij daarvan maakt. — Rom. 14:12.

De mens heeft het vermogen kennis en wijsheid te vergaren, het vermogen liefde tot uitdrukking te brengen, en een rechtvaardigheidsgevoel. Het ligt in zijn macht om zinvol werk te verrichten, om betekenis aan zijn leven te geven. Maar in de gevallen mens zijn deze mogelijkheden niet ten volle ontwikkeld, noch zijn ze op de juiste wijze met elkaar in evenwicht. Dientengevolge worden zijn behoeften niet bevredigd en handelt hij onvolmaakt — net als de auto die niet loopt als er niet wordt voldaan aan dat wat hij nodig heeft.

Net zoals een klein steentje in onze schoen of een stofje in ons oog onze onmiddellijke aandacht opeist, zo is het ook het kwaad dat mensen doen dat met grote koppen in de kranten komt te staan. De rest van het lichaam kan nog zo goed in orde zijn, en de mensen kunnen nog zo veel goeds doen, het is de verstoring die de aandacht krijgt. Dus wordt er met het oog op de gevallen waarin het misgaat, gevraagd: Waarom handelen de mensen zo? Wat bezielt hen?

Er hoeft maar weinig mis te gaan. Misschien een behoefte die niet wordt bevredigd, een wens die niet wordt ingewilligd, een doel dat gedwarsboomd wordt, en in een slechte bui snauwt iemand anderen af. Dikwijls is het ernstiger. Door discriminatie kan het zijn dat iemand niet geaccepteerd of erkend wordt, of dat hij geen werk krijgt; er ontstaat frustratie; de vijandigheid escaleert vervolgens tot woede en komt tot uitbarsting in geweld. Begerigheid naar geld of bezittingen brengt velen ertoe zich niet aan anderen te storen. „Ik-eerst’ers”, die bezeten zijn van hun eigen verlangens, roven of verkrachten of doden om hun begeerten te bevredigen. Eerzuchtige mannen en organisaties en naties ontketenen inquisities en oorlogen, begaan huiveringwekkende wreedheden, verwoesten de aarde met giftige chemicaliën en zijn er de oorzaak van dat honger, ziekte en dood zich tot miljoenen uitbreiden.

Hoe komt dat? Zij zijn niet meer in Gods gelijkenis, worden niet meer geleid door zijn hoedanigheden. De kloof die de mensen van de dieren scheidt, wordt nauwer en doet de mensen in extreme gevallen op „redeloze wilde beesten” lijken, „die geboren worden om gevangen en gedood te worden” (2 Petr. 2:12, Phillips). Zij verdraaien de goddelijke eigenschappen. Kennis wordt op boosaardige wijze gebruikt om meer macht te krijgen, macht die mensen en regeringen corrupt maakt en tot vernietigingsdoeleinden wordt aangewend. Wijsheid ontaardt in wereldse dwaasheid. De gerechtigheid wordt hard, wreed. De liefde keert zich naar binnen en de „ik eerst”-filosofie neemt de overhand. Hoedanigheden met grote mogelijkheden om ten goede te worden aangewend, worden misvormd om mensen in staat te stellen wandaden te bedrijven die oneindig veel groter zijn dan waartoe „redeloze wilde beesten” ooit in staat zouden zijn.

De mensen worden omringd door geweld — in steden, in boeken, toneelstukken en films, op straat, in hun huiskamer. De televisie overspoelt de geest van kindsbeen af met rauw geweld en moord. Eén onderzoek komt tot de schatting dat het gemiddelde Amerikaanse kind tegen zijn 14de jaar 11.000 televisiemoorden heeft gezien. Een subcommissie van het Congres van de Verenigde Staten heeft een onderzoek ingesteld naar geweld op scholen en publiceerde deze historisch belangrijke uitspraak: „Tussen 1970 en 1973 zijn er meer kinderen op school gedood, dikwijls in vuurgevechten met andere leerlingen, dan soldaten in de strijd in Vietnam.”

Geleerden die de evolutie aanhangen, verzekeren ons dat dit allemaal normaal is. Agressie is aangeboren, zeggen zij, aan ons doorgegeven door dierlijke voorouders. Dat is niet waar, beweren andere geleerden. De antropoloog Ashley Montagu schrijft:

„Er zijn vele samenlevingen die, in plaats van een agressief gedrag te vertonen, opvallen door hun geweldloosheid en onderlinge samenwerking. Voorbeelden daarvan zijn de Tasadays op Mindanao, de Toda’s in het zuiden van India, de Tahitianen, de Hadza in Tanzania, de Ifaluk in de Stille Oceaan, de Yami’s in het westen van de Stille Oceaan, de Lappen, de Arapesh en de Fore van Nieuw Guinea . . .

Wanneer wij als antropologen dergelijke niet-agressieve samenlevingen bestuderen, nemen wij waar dat de reden waarom zij ongewelddadige persoonlijkheden voortbrengen, die goed met elkaar kunnen samenwerken, voornamelijk gelegen is in de wijze waarop zij hun kinderen grootbrengen. De kinderen worden met grote genegenheid overstelpt. Vanaf hun geboorte zijn de kleintjes zelden zonder lichamelijk contact met de een of ander die hen knuffelt of draagt . . .

Agressie en niet-agressie zijn aangeleerde gedragspatronen. Iedere samenleving verschaft modellen van de gedragspatronen die haar voorkeur genieten — modellen die het gedrag van de enkeling voortdurend versterken. Amerika zet het kind de meest agressieve gedragsmodellen voor, en dan vragen wij ons af hoe wij toch aan zo’n groot aantal geweldmisdrijven komen.”

Dr. John Lind dringt eropaan weer terug te keren tot het wiegen van kinderen en het zingen van slaapliedjes voor hen, omdat dit „de ontwikkeling van de hersenen bespoedigt”. Het tijdschrift Psychology Today van december 1979 verklaarde dat „gedurende constructieve perioden van de hersengroei, bepaalde tekorten aan zintuiglijke waarnemingen — zoals het ontbreken van aanraking en gewiegd worden door de moeder — leiden tot onvolledige of gebrekkige ontwikkeling van de neuronensystemen die de genegenheid regelen”. „Aangezien dezelfde systemen hersencentra beïnvloeden die met gewelddadigheid te maken hebben”, vervolgde het artikel, „kan het in dit opzicht ’misdeelde’ kind als volwassene moeite hebben met het beheersen van gewelddadige neigingen.”

Dr. Richard Restak stelt in zijn boek The Brain: the Last Frontier (De hersenen: de laatste grens) (1979) de volgende punten vast: Experimenten hebben „het doorslaggevende bewijs geleverd dat het limbische systeem het hersengebied is dat het meest bij emoties betrokken is”, en dat vernietiging of prikkeling van dit gebied gedragsveranderingen teweegbrengt. Elektrische prikkeling kan hetzij vreugde of razernij opwekken. „De onvolgroeide hersenen zijn voor hun normale groei afhankelijk van zintuiglijke stimulering”, en „wanneer een baby wordt gewiegd of geknuffeld, worden er impulsen naar de kleine hersenen gedirigeerd die de ontwikkeling ervan stimuleren”. Dit is van belang, want de kleine hersenen besturen de beweging en als ze van deze aangename impulsen verstoken blijven, vormen zich onvoldoende synapsen en verloopt de ontwikkeling abnormaal. Het resultaat kan een impulsieve, onbeheerste, gewelddadige persoonlijkheid zijn.

De beide voorgaande paragrafen laten zien dat niet alleen genen, omgeving en de gedragsmodellen die de samenleving ons voorzet, van invloed zijn op de wijze waarop wij ons gedragen, maar dat ook de behandeling die wij als hulpeloze zuigelingen ondergaan, van invloed is op de ontwikkeling van onze hersenen, onze emotionele toestand en de daaruit voortvloeiende gedragingen.

Maar er is nog een factor aan het werk — een factor waarvan vele mensen niet eens het bestaan zullen erkennen.

De bijbel noemt Satan „de god van dit samenstel van dingen”, identificeert „goddeloze geestenkrachten in de hemelse gewesten” als de werkelijke vijanden en spreekt wee over de aarde uit, „want de Duivel is tot u neergedaald, en hij heeft grote toorn, daar hij weet dat hij slechts een korte tijdsperiode heeft” (2 Kor. 4:4; Ef. 6:12; Openb. 12:12). Satan was de oorzaak van de moeilijkheden in Eden toen hij Eva ertoe verleidde Gods „beeld en gelijkenis” prijs te geven. Heden ten dage is hij nog altijd een sterke kracht die mensen beweegt tot daden van zinloos, woest geweld.

Vele bekende factoren dragen ertoe bij te verklaren wat de reden is waarom mensen zo handelen. Genetica, omgeving, vrijheid van keuze, onbevredigde behoeften — al deze factoren zijn van invloed op het gedrag. De ontwikkeling van de hersenen in de eerste levensjaren speelt een belangrijke rol. Maar de kennis die de mensen van de hersenen hebben, staat nog in de kinderschoenen. Dikwijls worden ze aangeduid als het grootste mysterie in ons mysterieuze universum. En dan is er ook nog de invloed van Satan.

Weten wij dus eigenlijk wel waarom mensen zo handelen? Wij kennen een aantal details; vele details kennen wij niet. Maar wel kennen wij de fundamentele oorzaak: Niemand van ons weerkaatst op een volmaakte manier ’het beeld en de gelijkenis van God’.

[Inzet op blz. 10]

Tussen 1970 en 1973 zijn meer kinderen gedood door geweld op school, dan soldaten in de strijd in Vietnam

[Illustratie op blz. 11]

De televisie overspoelt de geest van kindsbeen af met rauw geweld en moord

[Illustratie op blz. 11]

Knuffelen, slaapliedjes, dit alles bevordert de groei van de hersenen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen