De jeugd van vandaag, de wereld van morgen
Hoe zal ze eruitzien?
„BESLIST NIET MEER DAN ÉÉN SCHOOLKIND TEGELIJK TOEGELATEN.” Deze mededeling stond op de deur van een snoepwinkel in Engeland. De kinderen stalen zo veel dat de winkelier elk van hen apart in de gaten moest houden. Het persbericht vervolgde:
„Uit de omliggende scholen, die zonder meer typerend genoemd mogen worden, komt iedere dag een slag kinderen te voorschijn dat behoort tot het lompste, zelfzuchtigste en ruwste soort dat ooit is voortgebracht, dat zich de bussen in elleboogt en dringt, obsceniteiten over de straat schreeuwt, en dieverijen als prijzenswaardig beschouwt zolang zij maar niet betrapt worden.”
Een onderwijzer aan een van Engelands progressieve „open klas”-scholen uitte de volgende aanklacht tegen het schoolhoofd:
„U hebt nu een atmosfeer ingevoerd waarin alles mag, waarin ieder ongeremd toegeeft aan zijn eigen neigingen en zichzelf behaagt door te doen wat hij op dat moment wil. Chaos en anarchie hebben de overhand. Op tucht wordt fronsend neergezien als iets ouderwets. Kinderen worden tot gedragingen gebracht die schadelijk voor hen zijn, die zowel hun vorderingen in kennis tegengaan als asociaal gedrag voortbrengen. Zij groeien op tot mensen die onwetend zijn, zelfzuchtig, grof, . . . lui, zonder geestkracht.”
Deze berichten dateren van vier en vijf jaar geleden. Een rapport in 1979 toonde aan dat de situatie niet veranderd is. Onder de kop „De scholen hebben het in Engeland zwaar te verduren”, wordt gezegd dat de resultaten van de schoolopleiding schrikwekkend gering zijn. Leerlingen „hebben zich geen minimaal aanvaardbaar niveau eigen gemaakt in de fundamentele bekwaamheden van lezen, schrijven, rekenen en communicatie”. Het artikel noemt de progressieve methode met haar warboel van modieuze onderwerpen een „opvoedkundige rommelmarkt”.
In Canada vertellen de krantekoppen hoe het er met de scholen voorstaat: „Leesbekwaamheid van leerlingen daalt.” „Niemand zakt meer, diploma’s van voortgezet onderwijs betekenisloos genoemd.” „Wilt u populair zijn, laat hen dan slagen voor hun examen.” „Onderwijzers gewagen van lage moraal, gebrek aan waarden van leerlingen.” „Vandalisme en geweld op school verlammen schoolbestuur.”
Berichten uit Australië: Handhaven van de orde is een probleem. Onderwijzers geven om deze reden hun beroep op. De nieuwe onderwijzers zijn minder bekwaam. Toegeeflijkheid en nadruk op individuele rechten, ongeacht de behoeften van de maatschappij, winnen het van andere overwegingen. Pressie door leeftijdgenoten, bij tijden gewelddadig, drijft honderden leerlingen tot het gebruiken van alcohol en drugs.
Scholen in de Sovjet-Unie geven partijdigheid te zien. De kwaliteit van het schoolonderwijs varieert sterk — armzalig in de landelijke gebieden, goed in de steden. Maar overal kweekt het systeem een koud cynisme: „De gemiddelde leerling van een middelbare school gelooft in niets.” Omkoperij verschaft toegang tot de meest begeerde scholen, en er bestaat een bloeiende zwarte markt voor schoolboeken.
China lijkt een opmerkelijke uitzondering. Bezoekers zijn onder de indruk van de beleefdheid en het gedisciplineerde gedrag van de kinderen. Leerlingen heten bezoekers in hun klassen welkom met een liedje en een dans. Het opzeggen van geleerde lessen is indrukwekkend. Zo te zien kent men geen drugproblemen. Maar de tours schijnen goed gepland en worden zorgvuldig begeleid. Een reporter verwijderde zich even uit het rondgeleide gezelschap en trof een groepje kinderen in de toiletten. Een jongen stapte brutaal op hem af, ging voor hem staan en urineerde. Alle anderen keken hem aan en deden hetzelfde. Na deze ervaring kwam hij ten aanzien van de tours tot de slotsom dat ’men toch wel specifiek bepaalde dingen heeft uitgekozen om te laten zien’.
In Japan klagen onderwijzers dat er op school weinig wordt geleerd. Geweld en vandalisme zijn wijdverbreid. Een voorbeeld: Dertig leerlingen, jonge tieners, vijf van hen meisjes, gingen zes onderwijzers met stukken hout en bamboestokken te lijf en sloegen in het schoolgebouw ruiten en glazen deuren kapot. Maar het meest op de voorgrond tredende element van het Japanse schoolsysteem zijn de examens. Bij het openbaar onderwijs moeten de leerlingen strenge examens afleggen om op middelbare scholen en universiteiten toegelaten te worden — en de kwaliteit van de school waarop de leerling in kwestie wordt toegelaten, hangt af van zijn examencijfers. De toelating tot goede particuliere scholen begint al met tests die toegang geven tot de kleuterschool. Het examen voor de universiteit neemt dagen in beslag en wordt de „examenhel” genoemd, en ieder voorjaar heeft het een aantal zelfmoorden tot gevolg.
Het meest verbijsterende universiteitsexamen vindt in India plaats. Indiase studenten maken aanspraak op een ’geboorterecht’ om te spieken. Vorig jaar juli ontaardden de examens op de universiteit van Meerut in ongeregeldheden. Een persbericht zei:
„Gisteren zijn twee studenten gedood en raakten 40 personen gewond — onder wie 30 politiemannen — toen studenten en politie regelrechte veldslagen leverden in de straten van Meerut en naburige collegestadjes nadat men gewapende politiemensen in de examenzalen had geposteerd om de surveillanten [toezichthouders] te helpen het spieken tegen te gaan. Woedend over deze aantasting van hun ’geboorterecht’ sloegen de studenten aan het muiten.
De huidige door onlusten gekenmerkte examens zijn een vervolg op die van februari die ongeldig zijn verklaard vanwege spieken op een gigantische schaal. Bij die gelegenheid werden surveillanten bedreigd met messen en dolken terwijl studenten uit boeken en aantekeningen zaten over te schrijven. Anderen namen hun opgaven en antwoordenboeken mee naar huizen en restaurants in de buurt waar behulpzame vrienden met de antwoorden klaarstonden. Buiten de examenhal werden antwoorden op de vragen op dicteersnelheid via de openbare geluidsinstallatie voorgelezen.”
Bijgevolg heeft een academische graad van de meeste universiteiten totaal geen waarde en wordt zo’n graad door werkgevers en hogere onderwijsinstituten genegeerd. Letterlijk ongeletterde afgestudeerden voegen zich vervolgens in de rijen van de werklozen.
Een onderzoek in ongeveer 20 landen, dat 9700 scholen en 250.000 leerlingen omvatte, onthulde een enorm verschil in resultaten behaald door leerlingen in geïndustrialiseerde landen en in minder ontwikkelde landen. Hoe slecht het ook is gesteld met het lezen en schrijven en rekenen in de geïndustrialiseerde landen, in de minder ontwikkelde landen is het nog erger. Hier heerst nog veel analfabetisme en de helft van het aantal kinderen dat met schoolonderwijs begint, valt met het derde jaar al af.
Als het met velen van de kinderen van vandaag al zo gesteld is, wat voor volwassenen moeten het dan worden? Hoe moet, geleid door die volwassenen, de wereld van morgen eruitzien?
Houd die vraag in gedachte terwijl u het vervolg leest — een rapport over wat in een van de meest vooraanstaande naties ter wereld op de scholen gaande is.