De Zwitserse Alpen over
Door Ontwaakt!-correspondent in Zwitserland
ALS u de kaart van Europa bekijkt, zult u zonder moeite de Alpen kunnen vinden, die in een halvemaanvormige boog van de Middellandse Zee naar Zwitserland lopen alvorens naar het oosten af te buigen. Met een totale lengte van ongeveer 1200 kilometer strekt deze bergketen zich uit van Frankrijk door Zwitserland, Italië en Oostenrijk tot in Joegoslavië. In Oostenrijk heeft hij een maximale breedte van 200 kilometer.
Als u een wat gedetailleerdere kaart bezit, zult u bemerken dat in Zwitserland verscheidene toppen van deze indrukwekkende bergketen meer dan 4000 meter hoog zijn, ofschoon de hoogste top, de Mont Blanc (4807 meter), in Frankrijk ligt. De Alpen beslaan meer dan drie vijfde van de oppervlakte van Zwitserland en ongeveer een tiende van de Zwitserse Alpen is bedekt met ijs.
In het hart van de Alpen rijst het hoge Gotthard-massief op, ook wel Europa’s watertoren genoemd omdat drie grote Europese rivieren hier hun oorsprong vinden: de Rijn (die naar de Noordzee stroomt), de Rhône (die naar de Middellandse Zee afvloeit) en de Ticino, de belangrijkste zijrivier van de Po (die in de Adriatische Zee eindigt). Als u hun loop volgt, zult u zien dat de Alpendalen van deze rivieren gemakkelijke oost-west-verbindingen mogelijk maken. Door de Rhône en de Rijn worden de Zwitserse Alpen in vier grote gebieden verdeeld, twee aan elke kant van de Gotthard. Belangrijker zijn echter de dwarsdalen van noord naar zuid, althans voor de handel tussen Noord-Europa en Italië.
Een kort overzicht van transalpine wegen
Reeds lang vóór onze gewone tijdrekening trokken reizigers, voornamelijk kooplieden, vanuit Italië over de Alpen naar het noorden. Met de aanleg van het Zwitserse wegennet is echter pas begonnen in de tijd van het Romeinse Rijk. De Romeinen waren de eersten die, om militaire redenen, internationale wegen door de Alpen aanlegden. Zij noemden de Grote Sint-Bernardpas in westelijk Zwitserland, de Mons Jovis of Jupiterberg. En daar bouwden zij ook een tempel ter ere van hun god met die naam.
Veel legers zijn deze moeilijke, aan geschiedkundige feiten rijke weg gegaan, met name Napoleon in het jaar 1800. Tegenwoordig loopt er een autoweg tot een hoogte van 2470 meter, waarover het gemotoriseerde verkeer van juni tot midden oktober naar Italië kan rijden. Men krijgt enigszins een idee van het ruige klimaat in dit indrukwekkende Alpengebied wanneer men hoort dat het meer dat bij de pas ligt, gedurende gemiddeld 265 dagen van het jaar is dichtgevroren.
Voor de Zwitsers is de Gotthardweg in het hart van de Alpen de voornaamste verkeersader, want hij verbindt het Duits-sprekende middendeel van Zwitserland met het Italiaans-sprekende Zuid-Zwitserland. De huidige loop van de weg dateert grotendeels uit 1830, hoewel men steeds bezig blijft met het verbeteren en verbreden ervan. Deze weg vormt de kortste verbinding tussen Noord- en Zuid-Europa, en heeft dan ook in de korte tijd dat hij open is, een enorme verkeersstroom te verwerken. Vaak staan er kilometers lange files. Van november tot juni is de Gotthardpas (hoogte 2100 meter) gewoonlijk dichtgesneeuwd, maar tegen de paasvakantie wordt hij door machtige sneeuwploegen begaanbaar gemaakt.
De Gotthardweg voert de moderne automobilist door een voor velen wellicht tamelijk somber landschap, een centraal massief met acht grote gletsjers. Vandaar strekken zich 17 dalen in alle richtingen uit. Eeuwenlang is dit massief in het hart van de Alpen — dat zijn naam dankt aan een kapel die omstreeks het jaar 1230 werd opgericht ter ere van „Sint” Gotthard, bisschop van Hildesheim in Duitsland — door de Zwitsers beschouwd als een symbool van hun vrijheid en onafhankelijkheid.
Reeds tegen het eind van de 13e eeuw besefte de Duitse keizer dat de Gotthardpas in de Europese politiek en de noord-zuid-handel een voorname rol zou gaan spelen. Maar de Zwitsers waren er al gauw achter dat het in het belang van hun onafhankelijkheid was als zij vreemde legers van de pas zouden weren. In het jaar 1331 bezetten zij de zuidelijke helling van de pas om te voorkomen dat konvooien zouden worden geplunderd en kooplieden en pelgrims zouden worden aangevallen. Een document uit 1370 getuigt ervan dat vreemdelingen en inwoners zonder enig risico voor „lijf en goederen” van de Gotthard naar Zürich konden reizen. In dit verband wordt reeds in 1240 de Gotthard in bepaalde kronieken aangeduid als de „gebruikelijke weg voor pelgrims om vanuit het noorden naar Rome te gaan”.
Eeuwenlang gebruikten reizigers een muilezelpad van ongeveer 3 tot 4 1/2 meter breed, gemaakt van platte stenen en granietplaten. Bovendien waren er aan het overtrekken van de Gotthard veel onvoorziene risico’s verbonden — sneeuwbuien, lawines, vallend gesteente, onweer en storm, die allemaal vertraging betekenden en helaas vaak ook verlies van levens en goederen veroorzaakten. In de winter bleef de pas maandenlang dicht. De Gotthard was werkelijk de gevaarlijkste van alle Alpenpassen.
Vanaf het jaar 1831 was het mogelijk met de diligence over de Gotthardpas te trekken dank zij een weg waar men 10 jaar aan gewerkt had. Het duurde 22 uur om de 150 kilometer af te leggen van Fluelen naar Lugano, „het land waar de citroenen groeien”. Op 31 mei 1882, de dag waarop de Gotthard-spoorwegtunnel werd geopend, ging voor de laatste maal de diligence de pas over; het was weer stil tussen de besneeuwde toppen, maar niet voor lang.
Hoewel de Alpenwegen sterk zijn verbeterd, blijven ze gevaarlijk, vanwege het drukke verkeer en de ontelbare bochten, waar dan in de herfst en het voorjaar nog het gevaar van sneeuw en ijs bij komt. Toegangswegen kunnen plotseling door aardverschuivingen of lawines zijn afgesloten. Er zijn nu echter voorzieningen getroffen dat automobilisten zich bij automobielclubs of door het draaien van een bepaald telefoonnummer op de hoogte kunnen stellen van de toestand van de wegen. Alleen onlangs, in 1975, zijn de Zwitserse passen langer gesloten gebleven dan in andere jaren door de zware sneeuwval in mei.
Meer naar het westen op de kaart van de Alpen stuiten we op de Simplonweg, de eerste transalpine hoofdweg die in moderne tijd is aangelegd. Het was Napoleon die bevel gaf de Simplonpas te openen ten einde er kanonnen over te vervoeren. De betrekkelijk geringe hoogte van ongeveer 2000 meter en de tamelijk dunne sneeuwlaag brachten hem tot deze keuze. De 8 meter brede hoofdweg heeft een maximale helling van 10 percent. Tegenwoordig is deze pas het hele jaar geopend, hoewel hij vroeger van december tot mei door sneeuw onbegaanbaar was. Niemand kan zich onttrekken aan de schoonheid van deze weg, die goed aan het landschap is aangepast en rijk is aan schilderachtige plekjes.
In 1974 bedroeg de totale lengte van de Zwitserse Alpenwegen 1098 kilometer. Ongeveer de helft hiervan is gemoderniseerd. Er zijn te veel passen om stuk voor stuk op te noemen, dan zouden we niet meer aan de vermelding van andere transalpine vervoerswegen komen. Vermeldenswaard zijn nog de gele postauto’s die zich over de slingerende bergwegen spoeden en met hun drietonige hoorn iedereen attent maken op het feit dat ze voorrang hebben.
Treinverbindingen
Met de komst van de spoorwegen werd de Gotthard al spoedig „de as van Europa”. Italië en Duitsland sloten zich bij Zwitserland aan om de kortste treinverbinding tussen Noord- en Zuid-Europa tot stand te brengen. Tien jaar waren er nodig om de 15 kilometer lange Gotthardtunnel te boren (op maximaal 1155 meter hoogte), waar sedert 1882 dag en nacht treinen doorheen hebben gedaverd.
De Zwitsers zijn trots op „hun” Gotthardlijn die, zoals praktisch het hele Zwitserse spoorwegnet, volledig geëlektrificeerd is. Enerzijds bewonderen de reizigers de technische prestaties en de talrijke toegangstunnels, anderzijds kunnen zij nooit genoeg krijgen van de schoonheid van het landschap dat in de vier tot vijf uur durende reis in de geriefelijke treinen aan hen voorbijtrekt. Dikwijls is het weer bij de noordelijke ingang van de Gotthardtunnel somber of zelfs regenachtig. Wat een verrassing is het dan om onder een stralend blauwe hemel de tunnel uit te komen! Nog een paar kilometers verder, en kijk eens! Wijngaarden, kastanjebomen, vijgebomen en perzikbomen getuigen allemaal van het milde zuidelijke klimaat dat men ten noorden van het Alpengebied niet kent. Waarlijk, een treinreis door de Gotthard is een onvergetelijk genoegen.
In 1906 werd de Gotthardtunnel van zijn plaats als langste tunnel verdreven door de Simplontunnel. Deze verschaft een directere verbinding tussen Frankrijk en Italië, ook weer door Zwitserland heen. In 1898 begon men met de bouw van de eerste galerij, ongeveer 19,8 kilometer lang, welke in 1906 voor het spoorwegverkeer werd geopend. Aan de tweede galerij, die 18 meter langer is, werd in 1912 begonnen. Maar die kon ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog pas in 1922 worden geopend. De Simplontunnel, die de langste ter wereld is, ligt op 700 meter hoogte en de maximale hoogte van het bergmassief boven het tunnelgewelf bedraagt 2135 meter. Het boren van die tunnel was een bijzonder moeilijke opgave, omdat het werk verscheidene malen wegens doorsijpelend water moest worden gestaakt.
Verkeerstunnels
Er wordt thans aan verschillende verkeerstunnels in de Alpen gewerkt; twee zijn er nu open voor het verkeer: de particulier gebouwde Grote Sint-Bernardtunnel in het westen en de San-Bernardinotunnel in het oosten. De in 1964 in gebruik genomen Grote Sint-Bernardtunnel is een toltunnel van 5,8 kilometer lang. De San-Bernardinotunnel van ongeveer 6 kilometer lang, die sinds 1 september 1967 open is, vormt een onderdeel van het Zwitserse nationale wegennet en is daarom tolvrij.
Thans is men bezig met de Gotthard-verkeerstunnel die in de buurt van de spoorwegtunnel komt te liggen. Met een lengte van meer dan 16 kilometer wordt dit waarschijnlijk de langste verkeerstunnel ter wereld. Hij zou in 1977 geopend worden, maar door bepaalde moeilijkheden werd een vertraging van 16 tot 18 maanden voorspeld.
In afwachting van het openstellen van andere verkeerstunnels kunnen automobilisten de Alpen over door hun auto op de trein te zetten. Dank zij speciale platte wagens kunnen de chauffeurs en hun passagiers in hun auto blijven zitten. De Zwitserse spoorwegen brengen hen in slechts 15 minuten door de lange Gotthard-spoorwegtunnel.
Voor reizigers die haast hebben, staan thans natuurlijk ook verschillende luchtverbindingen open. Er worden per dag meer dan 250 vluchten gemaakt, in bijna elk soort van weer. Maar als u een werkelijk onvergetelijke tocht wil maken, ga dan met de auto of de trein. De reis zal uw stoutste verwachtingen overtreffen.