Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g78 22/8 blz. 27-29
  • Kunt u uw persoonlijkheid veranderen?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Kunt u uw persoonlijkheid veranderen?
  • Ontwaakt! 1978
  • Vergelijkbare artikelen
  • De strik van homoseksualiteit vermijden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
  • „Het woord van God is levend en oefent kracht uit”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1990
  • Laat de vrucht van de geest uw persoonlijkheid hervormen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1964
  • Homoseksualiteit breidt zich uit
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
Meer weergeven
Ontwaakt! 1978
g78 22/8 blz. 27-29

De zienswijze van de bijbel

Kunt u uw persoonlijkheid veranderen?

„JA, SORRY hoor! Ik kan mezelf niet veranderen. Je moet me maar nemen zoals ik ben!” Hoe vaak zijn woorden van deze strekking al niet in gezinnen en families geuit als een excuus voor of rechtvaardiging van bepaalde trekken in de persoonlijkheid die voor anderen irritant zijn of zelfs een ernstige beproeving kunnen vormen. Vooral een alcoholist of iemand die er een homoseksuele levenswijze op na houdt, zal waarschijnlijk deze instelling bezitten.

Maar is het werkelijk zo dat mensen hun persoonlijkheid niet kunnen veranderen? De bijbel wijst erop dat dit wel kan. De apostel Paulus schreef bijvoorbeeld: „Voor alle dingen bezit ik de sterkte door hem die mij kracht verleent” (Fil. 4:13). Zo heeft hij dank zij deze kracht allerlei omstandigheden weten te verduren; hij heeft overvloed meegemaakt, maar kon het ook met weinig stellen. En als wij zijn leven aan een onderzoek onderwerpen, zien wij dat hij als „apostel der natiën” getrouw heeft gediend, hoewel hij vaak slagen heeft verduurd, eenmaal gestenigd is, driemaal schipbreuk heeft geleden, een dag en een nacht op de diepte der zee heeft doorgebracht, en nog allerlei andere gevaren heeft ondergaan of onder de ogen heeft gezien. — 2 Kor. 11:22-27; Rom. 11:13.

Meer dan dat, Paulus was in staat een radicale verandering in zijn persoonlijkheid aan te brengen. Voordat hij een christen werd, was hij een „lasteraar en een vervolger en een onbeschaamd mens” geweest. Om die reden noemde hij zichzelf de ’voornaamste van de zondaars’ (1 Tim. 1:12-16). Toen hij een christen werd, werd hij echter zo voorbeeldig dat hij kon schrijven: „Wordt navolgers van mij, zoals ik het ben van Christus.” — 1 Kor. 11:1.

Neen, dit was geen gemakkelijke zaak. Paulus had te kampen met innerlijke conflicten, zodat hij bij tijden dingen deed die hij niet wenste te doen en dingen niet deed die hij wel graag wilde doen. Maar zijn zwakheden kregen nooit de overhand. Daarom kon hij in dit verband uitroepen: „God zij gedankt door bemiddeling van Jezus Christus, onze Heer!” (Rom. 7:13-25) Ja, hoe groot zijn verantwoordelijkheden en voorrechten als apostel der natiën ook waren, hij moest er een gevecht voor leveren. Daarom schreef hij ook: „Ik ben hard voor mijn lichaam en leid het als een slaaf, om niet, na tot anderen te hebben gepredikt, zelf op een of andere wijze afgekeurd te worden” (1 Kor. 9:27). Het lijdt geen twijfel dat ’door de kracht die God verleende’ Paulus zijn persoonlijkheid kon veranderen.

En niet alleen de apostel kon het. Hij vertelt van de veranderingen in persoonlijkheid die sommigen in Korinthe, die zich eerst hadden overgegeven aan hoererij, afgoderij, overspel, homoseksualiteit, diefstal, enzovoort, hadden afgebracht. Wat stelde hen in staat te veranderen? Hun pasgevonden religie. „Maar gij zijt rein gewassen”, zegt Paulus, „maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt rechtvaardig verklaard in de naam van onze Heer Jezus Christus en met de geest van onze God” (1 Kor. 6:9-11). Op soortgelijke wijze schrijft de apostel Petrus over sommigen die dergelijke slechte gewoonten hadden afgelegd. Ook deze christenen hadden veranderingen aangebracht in hun persoonlijkheid. — 1 Petr. 4:3, 4.

Bovendien is het algemeen bekend dat er in de regel maar heel weinig onzelfzuchtige, zelfopofferende liefde door mensen wordt getoond, zelfs weinig onder degenen die tot dezelfde religie of „kerk” behoren. Maar Jezus zei dat deze eigenschap, ware liefde, zijn volgelingen zou kenmerken (Joh. 13:34, 35). Wil dat waar zijn, dan moeten zijn volgelingen dus veranderingen in hun persoonlijkheid aanbrengen, van zelfzucht naar onzelfzuchtigheid.

Maar tegenwoordig zijn er personen die het daar niet mee eens zijn. Zo schreef bijvoorbeeld een docent in de klinische psychiatrie aan de Universiteit van Brits Columbia, aan een vooraanstaand „orthodox” tijdschrift een brief die werd afgedrukt onder het opschrift „Niets te doen aan homoseksualiteit”. In zijn brief keerde hij zich tegen een eerder in dat tijdschrift verschenen artikel met de strekking dat homoseksualiteit onverenigbaar is met het christendom. Volgens hem is het overtrokken om te verwachten dat bekering tot het christendom zou kunnen bewerken dat de seksuele gerichtheid van homoseksualiteit verandert in heteroseksualiteit. Hij verwees hierbij naar sommigen die hadden gesteld dat op zijn hoogst slechts 25 percent kan veranderen, en hij haalde de woorden aan van de evangelische Britse psychiater wiens ervaring met 50 homoseksuelen hem ertoe had gebracht te concluderen: „Als iemand denkt dat de ervaring van een bekering seksuele begeerten zal wegnemen en zal leiden tot een normale aantrekking tot de andere sekse, dan vergist hij zich. . . . Ik heb geen enkel geval meegemaakt waarin een man hiervan vrijkomt door geestelijke maatregelen.”

Waarom deze tegenspraak? Wie heeft het bij het verkeerde eind? Het kunnen niet de beide apostelen, Paulus en Petrus, zijn, want niet alleen waren zij intelligente en eerlijke mannen, maar zij schreven onder goddelijke inspiratie. De enige conclusie waartoe wij kunnen komen, is dat degenen die staande houden dat bekering geen verandering in persoonlijkheid tot gevolg heeft gehad, niet de juiste soort „geestelijke maatregelen” hebben genomen. Met andere woorden, de zogenaamde gelovigen zijn niet bekeerd tot het ware, onvervalste, apostolische christendom.

Waarom kan het ware christendom een verandering in persoonlijkheid teweegbrengen ongeacht de aard van de gebreken? In de eerste plaats omdat het ware christendom een sterk geloof in de Schepper inprent. Hij heeft ons gemaakt en hij heeft het recht ons te zeggen wat wij wel en wat wij niet mogen doen. En omdat hij bovendien de alwijze, rechtvaardige en liefdevolle Soeverein van ons leven is, weet hij wat het beste voor ons is. Geloof in hem zal ons in staat stellen zijn kijk op deze kwestie te aanvaarden, en zijn Woord laat heel duidelijk zien dat hij homoseksualiteit als een grove zonde beschouwt. — Zie Genesis 19:1-29; Leviticus 18:22; 20:13; 1 Timótheüs 1:8-11; Judas 7.

Vanaf het begin moet iemand dus Gods zienswijze aanvaarden, dat deze praktijk slecht is, en Gods gebod om ’het slechte te haten’ gehoorzamen (Ps. 97:10). Zoals een vroegere alcoholist de roes waarin alcohol hem kan brengen, moet proberen te „haten” als hij vrij wil blijven van zijn verslaving, zo moet degene die eens een homoseksueel was, zijn vroegere seksuele gerichtheid „haten”. Om dit te kunnen, moet hij acht slaan op de raad: „Wordt niet langer naar dit samenstel van dingen gevormd, maar wordt veranderd door uw geest te hervormen, opdat gij u ervan kunt vergewissen wat de goede en welgevallige en volmaakte wil van God is” (Rom. 12:2). Hiervoor is het nodig dat iemand zijn geest voedt met Gods Woord en zich met juiste gedachten bezighoudt (Matth. 4:4; Fil. 4:8). Ja, met de hulp van Gods Woord en heilige geest, kunnen mensen hun oude persoonlijkheid afleggen en ’de nieuwe persoonlijkheid aandoen die naar Gods wil werd geschapen’. — Ef. 4:22-24; Kol. 3:8-10.

God heeft ook het kanaal van gebed verschaft. Jezus heeft ons verteld dat als wij in geloof bidden, onze gebeden verhoord zullen worden (Matth. 21:22; Luk. 11:13; Zach. 4:6). Verder voorziet Gods Woord erin dat ouderlingen in de christelijke gemeente hulp kunnen bieden. — Gal. 6:1; Jak. 5:14-20.

De feiten tonen aan dat deze „geestelijke maatregelen” mannen en vrouwen in deze tijd hebben geholpen vrij te raken van homoseksualiteit, net zoals dat in apostolische tijden het geval was. Het ware christendom verschaft zowel de motivatie als de hulp om mensen in staat te stellen veranderingen in hun persoonlijkheid aan te brengen, alles tot Gods eer en tot zegen van henzelf en van degenen met wie zij omgaan.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen