Duitslands kernenergie-dilemma
Door Ontwaakt!-correspondent in de Duitse Bondsrepubliek
KERNOORLOG! Wie gruwt niet alleen al bij de gedachte eraan? De snelle ineenstorting van Hitlers strijdmacht in het voorjaar van 1945 heeft Duitsland er vermoedelijk voor behoed de twijfelachtige onderscheiding te hebben genoten het eerste land te zijn waarin kernwapens werden gebruikt. Maar nu, 30 jaar later, wordt Duitsland getroffen door iets wat Duitse kranten en nieuwstijdschriften met een „atoomoorlog” van andere aard vergelijken, een ernstige oorlog bovendien, die verreikende gevolgen kan hebben.
Het enige waar iedereen het over eens is, is het strijdpunt waar het in deze „oorlog” om gaat: het vreedzame gebruik van kernenergie. Het is derhalve een „vreedzame atoomoorlog”, zo u wilt. Maar met die constatering eindigt ook alle overeenstemming en begint de onenigheid. Is het in de eerste plaats raadzaam en nuttig kernenergiecentrales te bouwen? En zo ja, zijn de bouwvoorschriften streng genoeg om voldoende veiligheid te garanderen? En de verwijdering van radioactief afval, hoe staat het daarmee? Is het verstandig en wenselijk kerncentrales aan andere landen te verkopen? Wat zijn de juiste methoden om een mogelijk gebruik van atoomkennis door terroristen te voorkomen?
De mens is erin geslaagd het atoom te splijten, maar hij heeft niet kunnen voorkomen dat met deze kennis ook een splijting is gekomen in de eenheid van de samenleving en van zijn regeringen. „Kernenergie splijt ons land,” zo waarschuwde op 25 februari 1977 een kop op de voorpagina van de krant Die Zeit. Is het atoom misschien uit op wraak?
Wel of niet bouwen?
Voorstanders van kernenergiecentrales argumenteren dat extra energiebronnen belangrijk zijn voor het handhaven van de industriële kracht van het land. En zij zeggen dat er momenteel geen andere alternatieven ter beschikking staan. Hoewel zij het bestaan van bepaalde gevaren erkennen, leggen zij er de nadruk op dat er noodzakelijke voorzorgsmaatregelen zijn genomen om het risico te verkleinen.
Aan de andere kant verklaarde Horst-Ludwig Riemer, minister van economische zaken van de deelstaat Noordrijn-Westfalen: „Ik ben niet onder de indruk van die constant herhaalde prognose dat volgens de wet van de grote getallen slechts eenmaal in de 10.000 jaar een reactorstoring kan worden verwacht. Niemand kan mij garanderen dat dit niet al tijdens het eerste jaar gebeurt dat de centrale in bedrijf is.” De Süddeutsche Zeitung is het hiermee eens: „In principe is het zo dat als iets te eniger tijd kan gebeuren, het ook nu kan gebeuren.”
De namen van drie van de meer dan 20 plaatsen waar kerncentrales nu in werking of in aanbouw zijn, zijn al bijna synoniem geworden voor de protestbeweging tegen kerncentrales: Wyhl, Grohnde en Brokdorf. Naar aanleiding van de gewelddadige botsingen die in november 1976 te Brokdorf plaatsvonden, tussen demonstranten en de politie, schreef de Hamburger Morgenpost over „oorlogsacties”. Het tijdschrift Stern noemde het „de burgeroorlog in Brokdorf” en vervolgde met te zeggen: „De atoomoorlog wordt op groene weiden uitgevochten — met conventionele wapens. Zijn straling is niet dodelijk, maar de schokgolven die uitstralen van de meest wrede ranselpartijen sinds de studentenonlusten van 1968 zijn eveneens giftig — giftig voor politici. Zij die volharden in een politiek die neerkomt op het neerranselen van kritiek in plaats van daarnaar te luisteren, zijn bezig een democratische staat te veranderen in een politiestaat.”
Burgergroeperingen, in het leven geroepen om de bouw van nieuwe kerncentrales een halt toe te roepen, argumenteren dat er minder gevaarlijke alternatieven beschikbaar zijn om een voldoende toestroming van energie te garanderen. Zij protesteren met strijdvaardige leuzen als: „Beter vandaag actief dan morgen radioactief” of: „Kernenergie een zekere dood.” Zij vragen zich ook af waar het afvalmateriaal van deze centrales veilig gedeponeerd kan worden.
Burgers in een democratische staat hebben recht op vreedzaam protest. De functionarissen zeggen dat zij ook niet tegen deze burgergroeperingen op zich gekant zijn, en geven zelfs toe dat de regering het passend heeft geoordeeld haar en energieprogramma en bouwvoorschriften te herzien met het oog op de argumenten die deze groepen hebben aangedragen. Het probleem is echter dat radicale en misdadige elementen erin geslaagd zijn in deze burgerbewegingen door te dringen en vredig bedoelde protestmarsen in gewelddadige opstootjes hebben weten te veranderen. Enkele leiders van de protestgroepen erkennen wel het gevaar van infiltratie door terroristen, maar maken er bezwaar tegen met terroristen en radicale en misdadige elementen over één kam te worden geschoren. Zij menen dat zij niet verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor personen die protestmarsen voor hun eigen politieke doeleinden misbruiken; evenmin kan men van hen verwachten dat zij hun recht van vreedzaam protest opgeven louter om zulk misbruik te voorkomen. Bovendien, zo stellen zij, heeft de politie soms te fel gereageerd en is ze te autoritair opgetreden.
Vooraanstaande politici kunnen het niet met elkaar eens worden over de vraag hoe het probleem van protest moet worden aangepakt. Die Zeit wijdde er een hoofdartikel aan onder de kop: „Kabinet verdeeld.” En hetzelfde geldt voor de rechtbanken. Terwijl de ene rechtbank de verdere bouw aan een kernreactor verbood, zei minder dan een maand later een andere rechtbank dat het werk aan een tweede kerncentrale kon worden voortgezet. In beide gevallen ging het om principieel dezelfde kwesties. Daarom blijft de vraag even actueel als ooit: Wel of niet bouwen?
Wel of niet verkopen?
In 1975 stemde de Duitse Bondsrepubliek erin toe Brazilië acht kernreactoren te verkopen, een uraniumverrijkingsfabriek en een opwerkingsfabriek (voor het opnieuw voor gebruik gereedmaken van gebruikte kernbrandstof). Dit werd door de Verenigde Staten sterk tegengestaan. Ondanks die tegenstand zette de Duitse regering echter haar plannen door, en bracht ze in april 1977 tot voltooiing. Het gevolg is geweest dat er spanningen zijn ontstaan tussen twee belangrijke leden van de NAVO, de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. Wat tegenstrijdig dat het gebruik van kernenergie in vredestijd de eenheid zou bedreigen van een organisatie die is opgericht om het mogelijke misbruik van kernenergie in oorlogstijd te voorkomen!
Het beteugelen van de terroristische bedreiging
Een andere factor die om de hoek komt kijken, is het mogelijke misbruik van kernenergie door terroristen. Duitsland heeft de afgelopen paar jaar wel zijn portie van terroristische activiteiten gehad. Er bestaat derhalve de knagende angst dat de terroristen er op de een of andere wijze in zullen slagen kernmateriaal te bemachtigen waarmee ze een bom kunnen maken. Dat is, naar wordt toegegeven, moeilijk, maar aan de andere kant toch ook weer niet onmogelijk. Hoe ver mag men echter een regering bij het nemen van voorzorgsmaatregelen daartegen laten gaan? Zou het gerechtvaardigd zijn haar zelfs illegale en ongrondwettelijke methoden toe te laten passen?
Hoe brandend zulke vragen reeds aan de orde zijn, bleek wel uit nieuwsverslagen in maart 1977 die meldden dat Klaus Traube, een Duitse atoomgeleerde, het slachtoffer was geworden van illegale afluisterpraktijken door de regering. Men verdacht hem ervan dat hij in contact stond met terroristen, en uit vrees dat zijn atoomkennis in handen van een terroristische groep zou vallen, overtrad de regering haar eigen afluisterwetten.
Deze onthulling zette een keten van reacties in beweging, die nog een ander verontrustend feit aan het licht brachten. De regering gaf toe dat er gedurende 1975 en 1976 eveneens privé-gesprekken waren afgeluisterd tussen de gevangengenomen bendeleiders van de terroristische Baader-Meinhofgroep en hun advocaten. Ulrike Meinhof, die in de loop van haar twee jaar durende proces zelfmoord pleegde, weigerde soms met haar advocaten te spreken uit vrees dat haar gesprekken op de band zouden worden vastgelegd, en stond erop in plaats daarvan in geschreven vorm te communiceren. Hoewel deze gebeurtenis geen direct verband hield met het kernenergieprobleem, kwam ze wel door angst voor verkeerd gebruik van kernenergie door terroristen in de openbaarheid. Ongetwijfeld vergrootte dit de „geloofwaardigheidskloof” die er tussen de regering en haar burgers bestond en kwam een overeenstemming op het gebied van kernenergie nog verder buiten het bereik te liggen.
Slachtoffers
In oorlogstijd loopt het aantal doden, gewonden en vermisten meestal in de duizenden of miljoenen, en een oorlog zonder doden zou wel een bijzonder kleine oorlog zijn. Hoewel Duitslands „vredige kernoorlog” nog geen rechtstreekse doden tot gevolg heeft gehad, bestaat er wel kans op toekomstige rampen. Te Grohnde raakten 20.000 demonstranten tegen kernenergie en 4000 politiemannen met elkaar slaags; zij gingen elkaar te lijf met wapenstokken, kettingen, ijzeren staven, molotovcocktails, traangas en waterkanonnen; 300 personen raakten ernstig gewond. Bij dergelijke botsingen kunnen gemakkelijk doden vallen. En wanneer door een technische storing radioactief materiaal uit een kerncentrale zou vrijkomen, zoals de tegenstanders vrezen, dan kunnen er eveneens heel wat slachtoffers vallen.
In zekere zin is zelfs de regering al slachtoffer geworden. De toegenomen wrijving heeft de democratische regeringsmachine verzwakt en ook de contacten met het buitenland aangetast. De rechterlijke overwinningen die de burgergroepen hebben behaald en de publiciteit die ze hebben ontvangen, heeft de macht van dergelijke groepen sterk vergroot en hun positie verstevigd. Minder dan drie maanden na de protestdemonstratie te Grohnde kwam er bijvoorbeeld een tijdelijke stopzetting van de werkzaamheden aldaar. Dit heeft aanleiding gegeven tot de vrees dat dergelijke burgergroepen wellicht zo sterk zullen worden dat de regering niet meer goed kan functioneren. Wanneer dat zou gebeuren, zou het land in een chaos belanden.
Geen wonder dat de gemiddelde burger zich zorgen maakt! Hij is bezorgd over het mogelijke verlies van vrijheid en een eventuele ineenstorting van de regering. Aan de andere kant maakt hij zich zorgen over de toename van kernenergie, radioactieve vervuiling en terroristisch misbruik van kernwapens.
Dit dilemma is slechts een van de vele problemen waar mensen zich in diverse delen van de aarde voor gesteld zien. Het is duidelijk dat er nieuwe antwoorden nodig zijn. Is zonne-energie daar één van?