Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g78 22/5 blz. 9-12
  • Is de Deense wet in strijd met de gewetensvrijheid?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Is de Deense wet in strijd met de gewetensvrijheid?
  • Ontwaakt! 1978
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De zaak
  • Wat anderen hebben gedaan
  • Een onjuist opgestelde wet
  • Respect voor rechten van de mens
  • Waarom tweemaal gestraft?
  • Het vonnis
  • Alleen trouw aan Gods regering
    Gods Koninkrijk regeert!
  • Koninkrijkspredikers stappen naar de rechter
    Gods Koninkrijk regeert!
  • Juridisch verslag
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 2015
  • „Het verdedigen en wettelijk bevestigen van het goede nieuws”
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
Meer weergeven
Ontwaakt! 1978
g78 22/5 blz. 9-12

Is de Deense wet in strijd met de gewetensvrijheid?

Door Ontwaakt!-correspondent in Denemarken

IS DE Deense wet in strijd met een internationaal erkend beginsel van vrijheid? Een vonnis dat enkele maanden geleden door het Hooggerechtshof van Denemarken werd geveld, lijkt dit bevestigend te beantwoorden.

Het betreffende beginsel is opgenomen in het Internationale Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten dat in 1971 door Denemarken ondertekend werd, en houdt in dat niemand door de wet meer dan éénmaal voor dezelfde overtreding veroordeeld mag worden.

Het Hooggerechtshof van Denemarken heeft echter de uitspraak gedaan dat iemand voor één en dezelfde overtreding wel tweemaal gestraft kan worden. Dit besluit werd genomen ten aanzien van personen die op grond van hun geweten bezwaar hebben tegen militaire of vervangende dienst.

De zaak

Het begon allemaal voor een lagere rechtbank, die een jonge technicus, een van Jehovah’s Getuigen, veroordeelde tot gevangenisstraf omdat hij vanwege zijn vaste geloof in Gods wetten gewetensbezwaren koesterde tegen militaire en vervangende dienst.

Na zijn straftijd te hebben uitgezeten, kreeg de jongeman opnieuw een oproep voor militaire dienst. En voor de tweede maal weigerde hij op grond van zijn gewetensvolle geloof in Gods wetten ingelijfd te worden. Daarom werd hij opnieuw veroordeeld tot gevangenisstraf, ditmaal voor een langere periode, namelijk acht maanden.

Tegen deze straf werd echter beroep aangetekend bij een hogere rechtbank, op grond van het feit dat iemand niet tweemaal voor hetzelfde feit gestraft kan worden. Dit gerechtshof vermeed een standpunt in te nemen met betrekking tot het beginsel waar het hier om ging, maar verkortte wel de gevangenisstraf tot drie maanden.

Daarna bracht men de zaak voor het Hooggerechtshof van Denemarken, met het verzoek dit vonnis nietig te verklaren vanwege het feit dat de eerste straf voldoende had moeten zijn. Een tweede straf was in strijd met het beginsel waarmee Denemarken had ingestemd toen het het Internationale Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten ondertekende.

Wat anderen hebben gedaan

Door de verdediging van de jongeman werd onder meer opgemerkt dat een aantal landen met betrekking tot deze kwestie van dienstweigeren een andere handelwijze zijn gaan volgen. Vele jaren geleden werden personen die gewetensbezwaren hadden tegen militaire dienst en die Jehovah’s Getuigen waren, tot zware gevangenisstraffen veroordeeld.

Soms gebeurde het dan dat de Getuigen telkens opnieuw werden opgeroepen en dan weer voor een nieuwe straftijd de gevangenis in gingen. Met het gevolg dat velen van hen tussen de 10 en 20 jaar van hun leven in de gevangenis hebben doorgebracht.

Maar langzamerhand kregen de autoriteiten, vooral in de Westerse wereld, steeds meer weerzin tegen die zware straffen. Zij zagen er de onredelijkheid van in jonge mannen naar de gevangenis te zenden alleen omdat zij vanwege hun geloof en hun geweten met de wet in conflict waren gekomen.

Veel landen zijn dan ook tot andere maatregelen met betrekking tot gewetensbezwaarden overgegaan. In Nederland hebben de autoriteiten bijvoorbeeld besloten gewetensbezwaarden die opgedragen Getuigen van Jehovah zijn, niet langer te straffen. In Zweden stellen de autoriteiten een afzonderlijk onderzoek in naar elk geval van iemand die als Jehovah’s Getuige dienst weigert. Op basis van dat onderzoek besluit de regering momenteel zo’n persoon niet op te roepen. Deze procedure wordt nu al 11 jaar gevolgd, en een recent onderzoek heeft geleid tot de aanbeveling Jehovah’s Getuigen in de toekomst van elke oproep vrij te stellen.

Tevens werd de aandacht gevestigd op de handelingen van het Bundesverfassungsgericht van de Duitse Bondsrepubliek. Zeven jaar geleden kwam deze rechtbank tot de uitspraak dat Jehovah’s Getuigen niet meer dan éénmaal tot gevangenisstraf mogen worden veroordeeld. Dit besluit berustte op het beginsel van ne bis in idem, dat wil zeggen: „geen tweemaal met betrekking tot een zelfde zaak.” Als men eenmaal terechtgestaan heeft en de zaak is afgehandeld, kan men voor die zaak niet nog eens voor het gerecht gedaagd en gestraft worden.

Ook Griekenland heeft onlangs een wijziging aangebracht in de straf voor gewetensbezwaarden militaire dienst; in de wet die eist dat zulke personen naar de gevangenis worden gezonden, staat nu ook dat zij, wanneer ze uit de gevangenis ontslagen zijn, van militaire dienst of oefening zijn vrijgesteld.

De advocaat van de verdediging vroeg dan ook aan het Deense Hooggerechtshof: „Hoe is het mogelijk dat Jehovah’s Getuigen in Duitsland op basis van dit beginsel kunnen worden vrijgelaten, en in Denemarken niet?”

Een onjuist opgestelde wet

Tijdens de rechtszitting werd het vermoeden geuit dat de leden van het Deense parlement zich er wellicht niet van bewust zijn geweest dat in het Internationale Verdrag dat Denemarken in 1971 ondertekende, sprake was van een beginsel tegen dubbele straf. Anders hadden zij de in 1975 ingevoerde verandering in de militaire wetgeving, die nu een herhaalde oproep mogelijk maakt, zeker niet aanvaard. Dan was de wet op een andere wijze geformuleerd om het voortreffelijke beginsel in het Internationale Verdrag ook in de militaire wet te laten uitkomen.

Door een verandering in de wetgeving was dus nu een herhaalde veroordeling van gewetensbezwaarden mogelijk gemaakt, maar niet noodzakelijk. Met het oog op het genoemde verdrag zou er, aldus de advocaat van de verdediging, over die mogelijkheid van een tweede oproep zelfs niet eens gedacht mogen worden.

Hij vroeg ook of het niet de verantwoordelijkheid is van de minister van binnenlandse zaken (die de gewetensbezwaarden tweemaal oproept) en de minister van justitie (die hen tweemaal in staat van beschuldiging stelt) erop toe te zien dat deze wet niet verkeerd wordt geïnterpreteerd.

Respect voor rechten van de mens

Men bracht onder de aandacht van het Hof dat er internationaal om respect voor de rechten van de mens wordt geroepen. Over de gehele wereld is dat een belangrijke kwestie van aandacht geworden. Zou dan een land als Denemarken zich niet moeten richten naar beginselen die de mensenrechten beschermen, ook in verband met personen die gewetensbezwaren hebben tegen militaire dienst, net als Zweden, Nederland en de Duitse Bondsrepubliek hebben gedaan?

Er werd opgemerkt dat het bij de onjuiste behandeling van Jehovah’s Getuigen wel degelijk om mensenrechten gaat. Professor E. Siesby van de universiteit van Kopenhagen verklaarde bijvoorbeeld voor de rechtbank: „De behandeling van dienstweigeraars, en dan vooral van mensen die, zoals Jehovah’s Getuigen, dienstweigeraars zijn op grond van hun geweten, is nu een onderwerp van internationaal onderzoek en debat.”

Professor Siesby zei verder ook nog dat deze zaak voor het Deense Hooggerechtshof „de internationale aandacht zal trekken, waarbij de beslissing een belangrijke basis zal vormen voor onder andere de uitleg die men zal geven aan het Internationale Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten”.

Ja, andere landen zullen zien hoe Denemarken ten aanzien van gewetensbezwaarden handelt. En zelfs degenen die het verdrag inzake burgerlijke en politieke rechten hebben ondertekend, zullen de beslissing van Denemarken wellicht als voorbeeld — en dan een heel slecht voorbeeld — nemen voor de wijze waarop ze hun eigen gewetensbezwaarden zullen behandelen.

Waarom tweemaal gestraft?

Maar waarom worden Jehovah’s Getuigen in Denemarken tweemaal voor een zelfde overtreding gestraft?

De advocaat van de verdediging voor Jehovah’s Getuigen opperde hier ten overstaan van het Hooggerechtshof enige gedachten over: „Het herhaald straffen van dienstweigeraars, wier standpunt wordt ingegeven door hun religieuze overtuiging, kan worden uitgelegd als een uiting van twijfel van de zijde van de autoriteiten betreffende de kracht, de volharding en de ernst van hun religieuze overtuiging. Door opnieuw iemand van Jehovah’s Getuigen op te roepen die reeds zijn straf voor dienstweigering heeft uitgezeten, en dan weer te dreigen met straf, geeft men in feite te kennen dat men hoopt dat de straf de opgeroepene tot andere gedachten zal brengen, of dat de hernieuwde dreiging met straf hem ertoe zal brengen zijn overtuiging op te geven of er in strijd mee te handelen.”

Het Hof kreeg echter te horen dat Jehovah’s Getuigen hun overtuiging gebaseerd op Gods wetten, niet zullen opgeven. Ook de beschuldigde waar het in dit geval om ging, had dit al tijdens het uitzitten van zijn eerste straf aan het Bureau voor Dienstplichtzaken geschreven. Zijn brief werd hardop aan de rechtbank voorgelezen. Hij verklaarde: „Ik zal nooit mijn standpunt veranderen ook al zond u mij voor honderden jaren naar de gevangenis.”

Een bijzonder negatieve factor met betrekking tot herhaalde straf, is bovendien dat het leven van iemand er veel meer door wordt ontregeld dan door één gecombineerde straf. Na zijn straf te hebben uitgediend, kan iemand zijn normale leven hervatten. Maar herhaalde straffen brengen iemand in een constante staat van onzekerheid en betekenen een grote verstoring in zijn leven.

De Nederlandse rechtsgeleerde H. van Wijk — beschouwd als een van de beste deskundigen met betrekking tot de behandeling van gewetensbezwaarden in Europa — vergeleek dan ook terecht deze herhaalde straffen voor dienstweigeraars, met een „kat en muis”-spel.

Het vonnis

Al deze verzoeken en argumenten bleken echter geen effect te hebben. Het Hooggerechtshof bevestigde in zijn uitspraak het vonnis van de lagere rechtbanken. De straf moest worden uitgezeten, en werd zelfs weer teruggebracht tot acht maanden! Bovendien waren alle proceskosten voor de beschuldigde.

Mag men uit dit vonnis opmaken dat de Deense wet in strijd is met de beginselen van het Internationale Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten? En gaat dit vonnis niet in tegen de fatsoensnormen? Onpartijdige waarnemers menen van wel.

[Inzet op blz. 10]

„Daarna bracht men de zaak voor het Hooggerechtshof van Denemarken, met het verzoek dit vonnis nietig te verklaren vanwege het feit dat de eerste straf voldoende had moeten zijn.”

[Inzet op blz. 11]

„De behandeling van dienstweigeraars, en dan vooral van mensen die, zoals Jehovah’s Getuigen, dienstweigeraars zijn op grond van hun geweten, is nu een onderwerp van internationaal onderzoek en debat.” — Professor E. Siesby, universiteit van Kopenhagen

[Inzet op blz. 12]

„Zijn brief werd hardop aan de rechtbank voorgelezen. Hij verklaarde: ’Ik zal nooit mijn standpunt veranderen ook al zond u mij voor honderden jaren naar de gevangenis.’”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen