Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g77 8/12 blz. 16-21
  • Zijn uw kinderen vrijgevig?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Zijn uw kinderen vrijgevig?
  • Ontwaakt! 1977
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Vrijgevigheid moet worden geleerd
  • Wat ouders kunnen doen
  • Enig kind
  • Juiste houding belangrijk
  • Kinderen van kindsbeen af opleiden
    Een gelukkig gezinsleven opbouwen
  • Leid uw kind op van kindsbeen af
    Het geheim van gezinsgeluk
  • Hoe beziet u uw kinderen?
    Ontwaakt! 1980
  • Ouders, leid jullie kinderen op met liefde
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2007
Meer weergeven
Ontwaakt! 1977
g77 8/12 blz. 16-21

Zijn uw kinderen vrijgevig?

„GEEF hier! Dat is van mij!” Klinken die woorden u bekend in de oren? Vertolken ze de gevoelens van uw kinderen wanneer die iets met anderen moeten delen? Betonen ze zich hebzuchtig en zelfzuchtig ten aanzien van alles wat ze bezitten?

Ouderlijke bezorgdheid is in zo’n geval heel natuurlijk. Maar wat kunnen ouders doen om zulke trekken tegen te gaan? Hoe is het mogelijk kinderen te leren vrijgevig, gul en onbaatzuchtig te zijn?

Vrijgevigheid moet worden geleerd

Voor een baby zijn de eigen wensen en behoeften van het voornaamste belang. Hij is zich er niet eens van bewust hoeveel slapeloze nachten hij zijn ouders wellicht bezorgt om hem droog en goed gevoed te houden en met de nodige aandacht en zorg te omringen. Natuurlijk wordt het kind zich na verloop van tijd meer bewust van de aanwezigheid van anderen; maar onbaatzuchtigheid en vrijgevigheid moeten hem, net als andere goede eigenschappen, toch worden aangeleerd.

De leeftijd waarop zulk onderricht effect heeft, varieert van kind tot kind. Sommige kinderen zijn tegen de tijd dat ze naar school gaan, kameraadschappelijk in de omgang en gereed voor het aanknopen van vriendschappen en alles wat daarmee samenhangt. Andere kinderen van dezelfde leeftijd zullen zich echter nog niet zo hebben aangepast. Zij hebben nog niet volledig de trekken van een zuigeling afgelegd. De taak om zulke kinderen te onderwijzen, is moeilijker, vooral wanneer het om een enig kind gaat.

In grote gezinnen leren veel kinderen als vanzelf dat hun persoonlijke wensen en behoeften niet het allerbelangrijkste zijn. Al vroeg leren zij voedsel, kleding en andere materiële dingen, en zeker ook hun gedachten, met hun broers en zusters en andere leden van het gezin te delen. Hetgeen tot gevolg heeft dat deze kinderen gewoonlijk tot goed aangepaste, evenwichtige en rijpe volwassenen opgroeien.

Hoe staat het echter met uw kinderen? Zijn ze onbaatzuchtig, vrijgevig en gul, of zelfzuchtig, egoïstisch en hebberig? Wanneer hebt u hen voor het laatst objectief gadegeslagen? „Is dat mogelijk?” denkt u wellicht. „Ze zijn nog zo jong en plooibaar.” Een eenvoudige manier om kinderen gade te slaan is door op hen te letten tijdens hun spel met andere kinderen. Vaak zal een kind met zelfzuchtige neigingen moeilijk zijn speelgoed kunnen afstaan aan andere kinderen; misschien dat ze het zelfs niet eens mogen aanraken. Maar het zal wel met hun speelgoed willen spelen en ontstemd zijn wanneer dat niet mag. Een vrijgevig kind daarentegen zal zonder bezwaar ook andere kinderen met zijn speelgoed laten spelen, en daar misschien zelfs genoegen in scheppen. Hij heeft oog voor de behoeften van minder fortuinlijke kinderen en wil graag met hen delen zonder dat zijn ouders hem daartoe behoeven aan te sporen.

Als interessante bijzonderheid valt hierbij op te merken dat dit laatste soort van kinderen vaak uit een gezin blijkt te komen waar de ouders een goed voorbeeld op het terrein van geven verschaffen, terwijl ze thuis ook veel liefde ontvangen. De zekerheid van een dergelijk kind is dus niet afhankelijk van materiële voorwerpen waaraan hij zich kan vastklampen. Hij voelt zich geborgen in de liefde van zijn ouders en weet zich veilig binnen een liefdevolle gezinsregeling. Geldt dat ook ten aanzien van uw kinderen?

Wat ouders kunnen doen

Een van de belangrijkste factoren om kinderen te helpen vrijgevig en hartelijk te worden, is voortdurende aanmoediging van de zijde van de ouders. Dit was de ervaring van een moeder van vier kinderen. Zodra ze iets kunnen begrijpen, gaat ze met hen erover zitten praten, waarbij ze elk van hen liefdevol helpt beseffen dat de familieregeling van broers en zusters een kostbare gave van God is en dat ze bij het opgroeien voor elkaar zorg moeten dragen, dat de ouderen de opgroeiende jongeren dienen te helpen. Ze wijst hen op de liefdeloze en gewelddadige houding van de kinderen om hen heen en laat hun zien hoe ze anders kunnen zijn. Wanneer haar kinderen van de juiste koers afwijken, wijst ze hen daar geduldig op. Deze jonge moeder laat haar kroost zelf, wanneer dat maar enigszins mogelijk is, hun onderlinge problemen oplossen. Ze merkte daarover op: „Ik geloof niet dat jaloezie onder broers en zusters natuurlijk is. Ik zie geen enkele reden waarom ze altijd met elkaar zouden moeten kibbelen en bekvechten. Ik heb getracht al dergelijke gewoonten uit ons gezin te bannen door elk kind de liefde en aandacht te geven die het nodig heeft. Dat is niet gemakkelijk, maar het heeft resultaten opgeleverd.” Ja, deze benadering werpt stellig vruchten af, want men bemerkt dat de zo gewone ruzies tussen broers en zusters in dit huisgezin vrijwel volledig ontbreken.

Een ander echtpaar met een groot gezin, onder wie een zwakzinnig kind, is er ook in geslaagd hun kinderen in een liefdevolle en onbaatzuchtige sfeer op te voeden. In tegenstelling tot wat in soortgelijke huisgezinnen kan gebeuren, wordt van het zwakzinnige kind verwacht dat het vrijgevig is ten aanzien van zijn oudere en jongere broers en zusters. Het wordt daar toe aangemoedigd, maar is niet het middelpunt van alle aandacht. Evenmin wordt hij echter genegeerd of wordt hem het gevoel gegeven dat hij minder is dan de anderen. De liefdevolle aard van deze jongen, en vooral zijn bezorgdheid voor kinderen die hij nog nooit heeft gezien, verwarmt het hart van allen die op bezoek komen. Zijn moeder vertelt dat zij en haar man van hun kinderen verwachten dat ze op liefdevolle wijze met elkaar omgaan. In plaats van zich verwonderd te tonen wanneer hun kinderen een dergelijke liefde onder elkaar aan de dag leggen, en zij hun daarvoor beloningen of zelfs omkoopgeschenken geven, tonen deze ouders verbazing en rustige ontstemming wanneer hun kinderen elkaar niet op liefdevolle wijze bejegenen. En deze houding werkt „besmettelijk” op de kinderen, zodat lange zedepreken overbodig zijn.

Gaat u op zo’n wijze met uw kinderen om? Of gaat u van de gedachte uit dat elke zelfzuchtige neiging die u bij hen opmerkt, slechts een voorbijgaande fase in hun ontwikkeling is, waar ze wel overheen zullen groeien? Maar al te veel ouders hebben dat gedacht, enkel om later tot de ontdekking te komen dat tegen de tijd dat zij het gepast achtten er iets aan te gaan doen, deze zelfzuchtige neiging al te diep geworteld bleek om nog veranderd te kunnen worden. Wanneer ouders voor het eerst zo’n slechte neiging opmerken, kunnen ze eraan werken die prompt met „wortel en tak” uit te roeien, hetgeen vooral een taak is die aan de moeder is voorbehouden, aangezien zij in de regel meer met de kinderen omgaat dan de vader. Zij dient echter te handelen in overeenstemming met de wensen van haar man; alleen dan zullen haar kinderen zich geborgen voelen. Niets kan een kind angstiger en egoïstischer maken dan enig onzeker gevoel omtrent de liefde die zijn ouders voor elkaar voelen. Als het kind hun verdeeldheid opmerkt, zal het steeds meer geneigd zijn, zijn heil en troost bij materiële voorwerpen te zoeken, dingen waar hij zich veilig bij kan voelen en waaraan hij zich kan hechten. Met het gevolg dat het kind tevens een teruggetrokken persoonlijkheid ontwikkelt en weinig met anderen om zal gaan.

Soms voelen ouders zich ontmoedigd omdat, ongeacht wat zij doen, hun opvoeding geen goede resultaten lijkt af te werpen. Althans, zo kan het lijken. Toch laat hetgeen wat ouders doen, indrukken bij het kind achter. Zo herinnerde een volwassen man zich nog met veel plezier een incident uit zijn jeugd, toen hij ongeveer acht jaar oud was. Hij vertelde: „Ik weet nog hoe ik wat stuivers had gespaard om mijn favoriete snoep te kopen. Ik had allerlei snoepgoed gekocht waar ik zelf verzot op was, met de bedoeling dat stilletjes alleen onder een boom op te eten. Maar ik had het snoep nog niet gekocht, of wie liep ik tegen het lijf? Mijn moeder. Natuurlijk zei ze me dat ik er iets van aan mijn broers en zusters moest geven. Ik herinner me nog hoe ik me met schrik realiseerde dat mijn broers en zusters veel groter in getal waren dan al mijn snoep bij elkaar. Na een paar angstige momenten, waarin al mijn snoep eraan leek te gaan, gaven ze mij echter het meeste terug, waarna ik zo snel mogelijk maakte dat ik weg kwam. Maar sinds die tijd, kan ik me herinneren, heb ik toch altijd wanneer ik wat kocht, meer aan hen gedacht dan daarvoor.”

Hij herinnerde zich ook hoe hij met een jongere broer een twistgesprek had over een stuk taart, waarbij het erom ging wie het grootste stuk zou krijgen. Zijn vader loste de kwestie op door de regel in te stellen dat de een zou mogen snijden en de ander als eerste zou mogen kiezen, met als resultaat dat ze beiden een grote bekwaamheid ontwikkelden in het snijden van gelijke stukken. Na verloop van tijd werd de verstandhouding tussen hen echter beter en begon er een onbaatzuchtige verstandhouding tussen hen te ontstaan.

Enig kind

Aangezien een kind dat alleen is, geen broers en zusters heeft om mee om te gaan en dingen mee te delen, neigt zo’n kind vaak meer tot hebzucht en egoïsme. En wanneer daar geen aandacht aan wordt geschonken, zal die zelfzuchtige neiging ook in het latere leven aanwezig blijven. Zulke kinderen kunnen opgroeien tot mensen die altijd op de beste stoelen willen zitten, aan tafel het eerste willen opscheppen, enzovoort.

Wat kan men doen om een alleenstaand kind daarin te helpen? Een bezorgde moeder nam haar toevlucht tot wat sommigen wel een heel drastische maatregel vonden om de toenemende zelfzucht van haar zesjarige zoontje te beteugelen. Met hem praten had geen enkel resultaat gehad. En daarom ging ze tot een heel andere methode over. Samen met haar moeder (de drie woonden samen) besloot ze hem te laten merken hoezeer hij voor eten, onderdak, kleding en dergelijke van hen afhankelijk was. Telkens wanneer hij iets gebruikte dat van hen was, werd hij daaraan herinnerd, met het gevolg dat hij er spoedig achter kwam dat hetgeen „van hem” was, in feite slechts een geschenk van zijn moeder en grootmoeder vormde. Het was hun eigendom en hij had alleen maar toestemming er gebruik van te maken. Na korte tijd scheen hij de les te hebben begrepen. Zonder aansporing van hun zijde, begon hij steeds meer van wat „van hem” was, met hen te delen, alsmede met zijn steeds groter wordende kring van vrienden. Zijn moeder zag hoe hij tijdens het spelen met vriendjes, eerst nog wat aarzelend, maar later steeds gemakkelijker, speelgoed aan zijn makkers afstond. Na korte tijd was vrijgevigheid een deel van zijn persoonlijkheid geworden, vooral toen hij zag hoezeer dit zijn moeder, grootmoeder en anderen plezier deed. En verlangen niet alle kinderen gretig naar genegenheid en erkenning? Natuurlijk, en een enig kind maakt hierop geen uitzondering.

Juiste houding belangrijk

Het spreekt voor zich dat geen enkele ouder een kind tot zelfzucht wil opvoeden. Maar vreemd genoeg dragen ouders vaak tot de ontwikkeling van zelfzucht bij hun kinderen bij. Sommige ouders willen hun kinderen namelijk alles geven wat ze zelf in hun jeugd gemist hebben. En wanneer ze zelf in hun jeugd hard hebben moeten werken, willen ze dat hun kinderen besparen. Ongetwijfeld hebt u wel ouders in die zin horen praten. Oppervlakkig genomen lijkt zo’n filosofie erg onschuldig. Maar bij een nader onderzoek blijkt ze ernstige gevolgen te hebben. Ouders die zo’n houding hebben, blijven namelijk in het algemeen in gebreke te beseffen dat het harde werk, de opofferingen en de inspanningen die zij zich hebben moeten getroosten, factoren zijn geweest die hen hebben geholpen zelfstandig en volwassen te worden. En wanneer zij hun kinderen op zijn minst een deel van deze ervaring ontzeggen, kan dat verhinderen dat zich bij hen dezelfde goede hoedanigheden ontwikkelen.

Het hoeft geen betoog dat wanneer ouders hun kinderen alles geven wat hun hartje maar begeert, deze jongeren zullen opgroeien met de gedachte dat ieder ander hen op dezelfde wijze zal behandelen. Wanneer kinderen al het geld krijgen dat ze willen uitgeven, zal hun nooit de noodzaak van zelf verdienen worden bijgebracht. Evenmin zullen ze gauw geneigd zijn iets aan anderen te geven. Wanneer ouders alles voor hun kinderen doen, zal hun kroost maar zelden ergens initiatief toe nemen. Zij zullen verwachten dat anderen wel de verantwoordelijkheid voor hen op zich nemen. Dat alles is het gevolg van de wijze waarop ouders hun kinderen onderrichten en grootbrengen wanneer ze nog jong zijn. Bent u het daar niet mee eens?

Ouders die materiële dingen gelijkstellen aan geluk, leren hun kinderen te streven naar het tegenovergestelde — naar wanhoop en frustratie. Wat een droevige erfenis om aan uw kinderen na te laten!

Aan de andere kant willen liefdevolle ouders dat hun kinderen opgroeien tot zelfstandige, betrouwbare, liefdevolle, beminnelijke mannen en vrouwen. En hun rol als ouders neemt bij het bereiken van dat doel een sleutelpositie in. Gewoonlijk doen kinderen wat hun geleerd is te doen òf wat ze mogen doen. Ze raken niet zelfzuchtig en bedorven door het ontvangen van liefde, genegenheid en een juiste dosis streng onderricht. Gewoonlijk gebeurt dit wanneer ze hiervan niets of te weinig ontvangen.

Als volwassene zijn mensen in het algemeen het produkt van de opleiding, het onderricht en de liefde (of het gemis eraan) dat ze van hun ouders hebben ontvangen. Wanneer het goed met hen gaat, kunnen de ouders daar, bij wijze van spreken, „de eer voor opstrijken”. Aan de andere kant zullen ze, hoe pijnlijk het ook is, bij mislukking eveneens een groot deel van de verantwoordelijkheid moeten dragen. Maar wanneer men zich inspant wanneer het kind nog jong is, zijn goede resultaten daar gewoonlijk het gevolg van. Of zoals de bijbel zegt: „Leid een knaap op overeenkomstig de weg voor hem; ook als hij oud wordt, zal hij er niet van afwijken” (Spr. 22:6), een beginsel dat natuurlijk ook op meisjes van toepassing is.

Ouders die zich om hun kinderen bekommeren, hebben vanzelfsprekend het beste met hen voor. Stel als ouder daarom de nodige krachtsinspanningen in het werk en hoogstwaarschijnlijk zullen uw kinderen dan opgroeien tot onbaatzuchtige, vrijgevige mensen, die beseffen dat ’het gelukkiger is te geven dan te ontvangen’. — Hand. 20:35.

[Illustratie op blz. 19]

’Vader leerde ons gelijk te delen’

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen