Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g76 22/12 blz. 12-15
  • Aardbeving treft het Friuli-gebied

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Aardbeving treft het Friuli-gebied
  • Ontwaakt! 1976
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Toen de aardbeving kwam
  • Hulp stroomt binnen
  • Iets belangrijkers
  • Theocratisch nieuws
    Onze Koninkrijksdienst 1976
  • Aardbevingsalarm! Wat dan te doen?
    Ontwaakt! 1977
  • Aardbeving verwoest Guatemala — Verslag van ooggetuigen
    Ontwaakt! 1976
  • Een verenigde broederschap bleef ongeschokt
    Ontwaakt! 2001
Meer weergeven
Ontwaakt! 1976
g76 22/12 blz. 12-15

Aardbeving treft het Friuli-gebied

Door Ontwaakt!-correspondent in Italië

„DE CEMENTVLOER begon heftig te schokken. Ik probeerde me staande te houden, maar viel net als de anderen tegen de grond. Het lawaai werd steeds oorverdovender alsof we onder een lading puin werden bedolven. Plotseling gingen de lichten uit en een zekere paniek beving ons. Kleine kinderen huilden en riepen: ’Pappie, pappie!’”

Zo beschreef A. Martin uit Gemona (Italië) zijn ervaring tijdens de zwaarste schok van een verwoestende aardbeving die op de avond van 6 mei 1976 het Friuli-gebied trof — een streek van zo’n 7000 vierkante kilometer in Noord-Italië, een deel van de provincie Udine.

117 dorpen werden getroffen. Honderden mensen stierven en de vernieling van eigendommen was tragisch te noemen. Ongeveer 100.000 mensen verloren hun huis, sommigen doordat het instortte, anderen doordat het in zo’n slechte staat geraakte dat het moest worden afgebroken. Een man stond met het hoofd in zijn handen voor zijn halfvernielde huis te snikken: „Vijfentwintig jaar! Vijfentwintig jaar!” Zo lang had hij in het buitenland gewerkt om zijn huis te kunnen bouwen. En nu was het verwoest.

Wanneer u een aardbeving overleeft en het gerommel uit de aardkorst is weggestorven, wat zijn dan uw eerste gedachten? Na God te hebben gedankt dat hij u heeft toegestaan in leven te blijven, zullen uw gedachten waarschijnlijk onmiddellijk in de richting gaan van gezinsleden, familieleden, vrienden en bekenden. Hebben zij het overleefd? Dat was in de geest van Jehovah’s Getuigen de allesoverheersende vraag na de aardbeving. Een reizende bedienaar die verschillende gemeenten in het Friuli-gebied bedient, berichtte:

„Tegen zes uur in de ochtend van de volgende dag bleek uit de nieuwsberichten dat de aardbeving van catastrofale afmetingen was geweest. Ik stapte in mijn auto om naar de dorpen te rijden waar de broeders woonden. Tegen 8 uur in de ochtend kwam ik in de provinciehoofdstad Udine aan. Het grootste deel van de stad was verlaten; haar bewoners hadden de wijk naar buiten genomen. Udine was niet zo ernstig beschadigd. Na te hebben vernomen dat alle Jehovah’s Getuigen de ramp hadden overleefd, ging ik op weg naar San Daniele.

Daar ontmoette ik Lino Culotta, een ouderling van de plaatselijke gemeente. Hij verzekerde mij dat het met alle Getuigen in die stad oké was; sommigen hadden weliswaar hun huis verloren en waren gedwongen op het open veld te verblijven, maar allen leefden nog. Onderweg naar Gemona, verder in het noorden, kwam ik door Osoppo, waar naar ik wist vier gezinnen van Jehovah’s Getuigen woonden. Deze stad was door de autoriteiten van de buitenwereld afgesloten. Niettemin wist ik het huis van Amabile Tandoi te bereiken, dat hoewel beschadigd, niet was ingestort. Tandoi was er echter niet, en dit deed mij vermoeden dat hij het er levend had afgebracht.

Om mij heen zag ik afschuwelijke taferelen. Het was vreselijk te zien hoe mensen meer dood dan levend uit de puinhopen werden gegraven. Vele anderen waren niet zo gelukkig.

Ik reed met spoed door naar Gemona, een van de zwaarst getroffen plaatsen. Hoe was het mijn medechristenen daar vergaan? Het was onmogelijk de stad per auto te bereiken, want overal waren de wegen door puinhopen versperd. Ik verliet m’n auto en ging te voet verder. Mijn herkenningspunt voor het vinden van de Koninkrijkszaal was een nabijgelegen katholieke kerk. Die kerk lag echter volledig in puin. Een huis naast de kerk was gedeeltelijk vernield en het huis daarnaast was één grote ruïne.

Ik wist dat de Koninkrijkszaal, waar de Getuigen op het moment van de aardbeving een vergadering hadden gehad, op de volgende hoek lag. Het leek mij onmogelijk toe dat er nog veel van hen in leven waren. Met kloppend hart ging ik verder. Toen zag ik de zaal! Het gebouw waarin de Koninkrijkszaal zich bevond, stond nog overeind terwijl alles eromheen was ingestort. Zelfs de boeken in de etalage stonden er nog. Er waren geen Getuigen. Maar alles wees erop dat zij ook hier de ramp hadden overleefd.”

Toen de aardbeving kwam

Het epicentrum van de aardbeving lag bij Tolmezzo. R. Abramo, de presiderende opziener van de gemeente van Jehovah’s Getuigen in die stad, bericht: „Onze Koninkrijkszaal bevond zich op de benedenverdieping van een nieuw drie verdiepingen hoog gemeenschapsgebouw. Toen de aardbeving begon, hielden wij met 24 aanwezigen onze gebruikelijke donderdagavondvergadering.

De vergadering was al begonnen toen we de eerste, nog niet zo hevige schok voelden. Toen die voorbij was, schreeuwde Maurizio Rossi: ’Hierheen!’ en wees naar een balk die werd ondersteund door een pilaar van gewapend beton.

De tweede schok was veel heviger. Plotseling gingen de lichten uit. Gedachten aan de dood of op zijn minst levend begraven te worden onder hopen puin, flitsten door mijn geest. ’Waar zou het eerste brok mij treffen? Op mijn hoofd? Op mijn rechter- of linkerschouder? Op m’n zij?’ Ik sloot mijn ogen en bad tot Jehovah. In feite deden wij allemaal hetzelfde. Het hardop uitgesproken gebed was wederzijds versterkend. Ofschoon we duidelijk oog in oog stonden met de dood, putten we troost uit de bijbelse belofte van een opstanding. — Joh. 5:28, 29; Hand. 24:15.

Maar net toen het erop leek alsof we in een massagraf ten onder zouden gaan, hield de beving op. Intens blij dat we het er levend hadden afgebracht, vluchtten we de straat op en wisten een nabijgelegen kampeerterrein te bereiken. Daar staken we een vuur aan en brachten we de nacht door.”

Hulp stroomt binnen

De volgende dag begon er hulp binnen te stromen. Niet alleen Italianen, maar ook anderen, van over de grens, kwamen om vrijwillig hun diensten aan te bieden. Wat de Getuigen van Jehovah betreft, zij die in Triëst woonden, troffen er regelingen voor om voedsel, kleding en geld bijeen te zamelen voor medechristenen die door de ramp geleden hadden. In Udine werd een coördinatiecentrum voor hulpverlening in het leven geroepen, ondergebracht in het huis van een ouderling die het daar vrijwillig voor beschikbaar had gesteld. En het bijkantoor van het Wachttorengenootschap in Rome vormde een comité om het hulpverleningswerk in soepele banen te leiden. „Het was een roerend gezicht”, aldus een van de vrijwilligers, „Getuigen uit alle nabijgelegen gemeenten en zelfs uit Oostenrijk en Duitsland te hulp te zien komen.”

Vanuit het zwaar getroffen Gemona bericht A. Martin: „Broeder Montori keerde naar het woonhuis boven de Koninkrijkszaal terug en hielp de tachtigjarige vader van de pandeigenaar op straat en bracht hem naar een veilige plaats buiten de stad. Andere Getuigen gingen met alle spoed aan de slag om te proberen mensen te bevrijden die onder het puin van nabijgelegen huizen begraven lagen. Pas de volgende ochtend gingen we zien wat er van onze eigen huizen was overgebleven. De dag daarna begon er hulp te komen van onze christelijke broeders uit de omgeving. Tot de materialen die werden verschaft, behoorden ook de zo nodige tenten.”

R. Abramo van Tolmezzo bericht: „Met het oog op de herhaalde schokken, leek het ons het verstandigste op het open veld te blijven. Ik zette mijn tent op en kort daarna hadden we de beschikking over nog een tent. Enkelen van ons sliepen in de tenten, anderen in auto’s. De volgende maandag waren we verheugd over de aankomst van een vrachtauto met het opschrift: ’Wachttorenhulp’. De Getuigen brachten ons voedsel, tenten, medicijnen en dekens, zodat we nog meer tenten konden opzetten voor onszelf, voor Getuigen uit nabijgelegen dorpen, en voor enkelen van onze buren met wie wij gaarne deelden wat we hadden.”

Een reizende vertegenwoordiger vertelt over het hulpverleningscentrum van de Getuigen in Udine: „Ik heb bij dat huis zoveel materiaal zien arriveren, dat het moeilijk zou zijn er een inventarislijst van op te maken. De snelle bereidheid van Jehovah’s Getuigen in andere steden en andere landen om hulp te verlenen, was roerend om te zien. Tot de benodigdheden die binnenkwamen, behoorden zelfs luiers voor baby’s. Twee zusters dienden als tolk om met vrijwilligers uit Oostenrijk en Duitsland te kunnen spreken. Overweldigd van dankbaarheid, vroegen we wat we deze van ver gekomen vrijwilligers konden aanbieden. Een bord spaghetti? Het was het minste wat wij voor hen konden doen.”

Iets belangrijkers

Te midden echter van het beredderen en zorgen voor voedsel, kleding, onderdak en andere materiële benodigdheden, hielden Jehovah’s Getuigen in het Friuli-gebied zich ook bezig met iets wat zij nog veel belangrijker achtten. Uit Gemona komt dit bericht:

„We troffen er regelingen voor om de stoelen en het andere meubilair van de Koninkrijkszaal naar San Daniele over te brengen, zodat we op 16 mei in een grote hangar, gebouwd door broeders, onze eerste openbare bijbellezing en Wachttoren-studie konden houden.” R. Abramo vertelt over het Tolmezzo-gebied: „Tegen het aanbreken van de zondag na de aardbeving waren we zover dat we onze eerste vergadering in de tent konden houden.” Een bericht van het bijkantoor van het Wachttorengenootschap te Rome meldt: „Bijna alle getroffen gemeenten waren reeds op de eerste zondag na de aardbeving in staat hun gewone vergadering te houden. In één plaats dienden vier grote tenten, waarin 100 personen een plaatsje konden vinden, niet alleen als slaapgelegenheid maar ook als Koninkrijkszaal.”

Wat was de totale uitwerking van de aardbeving op de Getuigen van Jehovah in het Friuli-gebied? De huisvesting gaf problemen. Van vierenzestig gezinnen waren de huizen ingestort of zo beschadigd dat ze moesten worden afgebroken.

Een positief bericht is echter dat geen van de Getuigen is gestorven of ernstig is gewond. Hun houding ten opzichte van het gebeurde, werd heel goed onder woorden gebracht door een ouderling die bij het hulpverleningswerk betrokken was: „Het is mijn hoop dat hetgeen is gebeurd, niet weer zal plaatsvinden. Aan de andere kant schenkt het veel vreugde het lijden van medemensen te mogen verlichten. Wij zien uit naar de oprichting van Gods nieuwe ordening in de nabije toekomst, waar lijden, rampen en de dood niet meer zullen bestaan.” — Openb. 21:3-5.

[Inzet op blz. 12]

Een ooggetuigenverslag uit noordoost-Italië

[Inzet op blz. 14]

„Het was vreselijk te zien hoe mensen meer dood dan levend uit de puinhopen werden gegraven. Vele anderen waren niet zo gelukkig.”

[Inzet op blz. 14]

„Het gebouw waarin de Koninkrijkszaal zich bevond, stond nog overeind terwijl alles eromheen was ingestort.”

[Inzet op blz. 15]

„Het was een roerend gezicht Getuigen uit alle nabijgelegen gemeenten en zelfs uit Oostenrijk en Duitsland te hulp te zien komen.”

[Kaart op blz. 13]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

OOSTENRIJK

TOLMEZZO

GEMONA

OSOPPO

SAN DANIELE

UDINE

WAAR DE AARDBEVING TOESLOEG

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen