Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g76 22/5 blz. 9-11
  • Een bezoek aan de Igorots

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een bezoek aan de Igorots
  • Ontwaakt! 1976
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De gewoonten en levenswijze van de Igorots
  • Verkering, huwelijk en werk
  • Het Igorot-huis
  • Een lonend bezoek
  • Trap naar de hemel
    Ontwaakt! 2000
  • Dus dit zijn de Filippijnen!
    Ontwaakt! 1973
  • Een kijkje bij de Ifugao
    Ontwaakt! 1982
  • Rijst — Hebt u die het liefst gestoomd of rauw?
    Ontwaakt! 1995
Meer weergeven
Ontwaakt! 1976
g76 22/5 blz. 9-11

Een bezoek aan de Igorots

Door Ontwaakt!-correspondent op de Filippijnen

HET is vroeg in de middag wanneer mijn vrouw en ik plaatsnemen in de diepe, zachte kussens van een air-conditioned bus vol verlangen naar de voor ons liggende vakantie. Een unieke vakantie, want we gaan op weg naar de Igorots, die hun cultuur nog nagenoeg ongeschonden van vreemde invloeden hebben kunnen bewaren. Zij leven in de bergprovincies van Noord-Luzon, een van de noordelijke eilanden van de Filippijnen.

De Igorots zijn van Maleisische oorsprong, van gemiddelde grootte, sterk, bezitten een donkere huid en zwarte haren. Een opmerkelijke prestatie van deze mensen is dat zij in de loop der eeuwen enkel met hard werk en wat handgereedschap een hele vallei tot ’s werelds grootste geterrasseerde rijsttuin hebben weten om te toveren.

Op weg naar de Igorots rijden we vijf uur lang door de schilderachtige vlakten in het midden van Luzon, met hun vele kleine dorpjes en rijstvelden, om ten slotte in Baguio aan te komen, de zomerhoofdstad van de Filippijnen. De koelte die hier heerst is een welkome afwisseling van de hitte en het vocht in Manila.

De volgende ochtend zijn we alweer vroeg op om niet de bus naar Banaue te missen, die om half zes vertrekt. Maar hoewel we al een half uur van tevoren bij het busstation zijn, is de bus tot onze teleurstelling reeds vol. Maar Filippino’s zijn gastvrij en het duurt niet lang of een van de passagiers gebaart naar de anderen dat ze ruimte moeten maken. Kinderen worden op schoot genomen en groenten opzij geschoven om ons zitgelegenheid te bieden. Een man met glimlachend gezicht steekt zijn hand uit om ons binnen te helpen.

De bus, die korter is dan andere bussen en meer weg heeft van een vrachtwagen, wekt de indruk uitsluitend op kracht en niet op comfort te zijn gebouwd. Aan één kant is hij volledig open en van canvas-schermen voorzien die als bescherming tegen wind en regen naar beneden getrokken kunnen worden, maar ondanks zijn verdere Spartaanse uiterlijk, met houten banken in de breedte, zitten we toch heel plezierig.

Ofschoon het van Baguio naar Banaue slechts 110 kilometer is, vergen de bochtige bergwegen die ons tot meer dan 2000 meter hoogte door de wolken voeren, heel wat rijtijd, zodat we pas na negen volle uren aankomen. Toen we de bergen inreden, kleurde een heldere zonsopkomst de lucht oranje-geel, terwijl de ochtendmist nog onder de toppen van de hoge dennebomen hing.

De gewoonten en levenswijze van de Igorots

In de buurt van de plaats Bontoc krijgen we de eerste Igorots in het oog. De mannen dragen een helderkleurige lendebedekking, wanes genaamd, en tevens een kleine ronde pet met platte bovenkant, die hetzelfde doel dient als een broekzak.

De vrouwen zijn getooid met een rok van zware, helderkleurige, handgeweven stof, een zogenaamde tapis, meestal rood, met gele, witte, groene of zwarte horizontale strepen. De tapis wordt op zijn plaats gehouden door een twintig centimeter brede band, geweven van zware garens, in de wandeling een wakes genoemd. De meeste vrouwen die we zien, dragen een witte bloes, maar in de dorpen gaan sommigen ook zonder bovenbedekking gekleed.

Langs de weg zien we vrouwen met kinderen in een deken op de rug of op hun zij gebonden. Zelfs kleine meisjes dragen hun kleine broertje of zusje op deze wijze, en dan ook nog pakken op hun hoofd! Toen onze bus stopte, vroeg ik een van die jonge meisjes of ik haar vrachtje van haar hoofd mocht tillen, en tot mijn verbazing was het zwaarder dan mijn volgepakte koffer. Toch nam ze het weer met een gracieuze zwier op en droeg het verder op haar hoofd!

Bontoc is de hoofdstad van de bergprovincie. Hier wonen de Igorots in een moderne stad met cementen huizen, voorzien van stromend water en elektriciteit. Hetgeen niet verhindert dat aan de andere kant van de rivier, in het dorp Samoki, anderen nog leven zoals hun voorvaderen dit honderden jaren gedaan hebben.

Terwijl we daar met onze reisgezellin en tolk liepen, viel het ons op dat zij met iedereen die zij zag, een praatje maakte. We vernamen dat een Igorot iemand onderweg altijd groet door te vertellen waar hij heen gaat en als een soort van beleefdheidsgebaar de aangesprokene uitnodigt met hem mee te gaan. Van deze wordt echter niet verwacht dat hij hier werkelijk gehoor aan geeft.

Het viel ons ook op dat bij veel Igorot-vrouwen de armen vol tatoeages zaten. „Dat is een schoonheidsideaal”, aldus de uitleg van onze gidse, „en wordt op vijftienjarige leeftijd aangebracht.”

Bij mij rees toen echter wel onmiddellijk de vraag: „Maar hoe weten ze of ze vijftien zijn wanneer er geen geboortedatums worden bijgehouden?”

„Haar leeftijd wordt geschat aan de hand van het moment dat zij voor het eerst op een jongeman verliefd is”, was haar uitleg.

Verkering, huwelijk en werk

De verkeringsgewoonten onder de Igorots, zo vernamen we, zijn bijzonder origineel en interessant. In het dorp staat een ulog, of ag-gam, een met riet bedekte hut waar meisjes van huwbare leeftijd de nacht doorbrengen. Een jongeman die belangstelling voor een huwelijk heeft, zal het meisje van zijn keuze in de ulog benaderen en haar ten huwelijk vragen. Wellicht is dat de eerste maal dat beiden ooit tegen elkaar hebben gesproken.

Wanneer het voorstel wordt aanvaard, is de volgende stap een bezoek aan de ouders van het meisje. In gezelschap van een varken dat als bruidsgeschenk moet dienen, maakt de jongeman bij hen zijn opwachting. Het varken wordt geslacht en de gal ervan onderzocht. Is deze aanvaardbaar, dan is het paar verloofd. Hierna volgt een tweede varken. Is zijn gal in aanvaardbare conditie, dan is het huwelijk officieel. Een niet in goede staat verkerende gal wordt als een slecht voorteken beschouwd, dat het huwelijk niet gezegend zal worden. Daarna volgt er een bruiloftsfeest met veel voedsel en dans.

Maar ook dan is alles nog niet in kannen en kruiken. Het al dan niet in stand blijven van het huwelijk hangt nog af van de gal van een derde varken, dat na de rijstoogst moet worden geofferd. Een „onaanvaardbare gal” ontbindt het huwelijk.

De werktaak in een Igorot-gezin is gelijkelijk tussen man en vrouw verdeeld. De ene dag beploegt de man het veld, terwijl zijn vrouw voor het huishouden zorgt, de andere dag zorgt de man voor het huis, terwijl zijn vrouw de gewassen op het veld verzorgt.

Het Igorot-huis

We hervatten onze busreis en bereiken uiteindelijk de plaats van onze bestemming: Banaue, waar regelingen zijn getroffen voor ons onderkomen bij een Igorot-gezin in hun hut.

Het is al donker wanneer we aankomen en nog moeten beginnen aan een wandeling van dertig minuten om onze plaats van bestemming te bereiken. Met een zaklantaarn zoeken we ons een weg langs de ruw uitgehouwen treden in een reusachtig, opstaand rotsblok langs de weg. Bovenop aangeland, volgen we de bundel van onze zaklantaarn verder langs de smalle rand van een zes meter hoog rijstterras; voorzichtig lopend proberen we op een vijfentwintig centimeter breed pad ons evenwicht te bewaren. Na niet al te lange tijd komen we bij een smalle, maar diepe kloof. We worden gemaand niet naar beneden te kijken als we de sprong van ruim één meter wagen. En dan te bedenken dat dit de gemakkelijkste weg is om bij het huis van die mensen te komen! Ongelooflijk.

Ten slotte bereiken we een kleine open plek op de berghelling. In het maanlicht zien we een kleine hut, misschien twee en een halve meter hoog en twee meter in doorsnee. Nog maar nauwelijks zijn we op adem gekomen, of een glimlachende, oudere man komt al naar buiten om ons binnen te nodigen.

Eenmaal binnen realiseren we ons dat er geen ramen zijn, enkel een klein gat in het dak, boven het vuur dat in een hoek brandt. De enige andere lichtbron is een kleine olielamp, gemaakt van een jampot en een stuk touw. Er zijn geen tafels of stoelen; op de grond ligt slechts een kleine mat, een zogenaamde bilaw, bestaande uit smalle, bamboe-achtige stokjes, die als stoel, eettafel en, zoals we later ontdekken, ook als ons bed fungeert.

Het is nog vroeg in de avond, en Pedro Kindajan, onze gastheer, vertelt hoe hij deze hut ten tijde van de Japanse bezetting heeft gebouwd, hetgeen meteen verklaart waarom ze zo moeilijk te bereiken is. Hij legt uit dat de wanden van bilaw zijn en het rieten dak van een gras, dat hier goloon heet. In rekken boven het vuur ligt een stapel brandhout te drogen in de rook.

Ons gesprek zet zich voort tot ongeveer half negen ’s avonds, waarna het tijd is om naar bed te gaan, want voor de Igorots begint de dag vroeg. Een kleine dunne matras wordt uitgerold en de mat waarop we zitten, verandert van het ene op het andere moment in een bed. In tegenstelling tot wat men wellicht denkt, liggen we erg comfortabel. Onze gastheer en zijn gezin slapen in andere hutten die van hem zijn.

Een lonend bezoek

De nieuwe dag breekt al aan voordat de zon opkomt. Terwijl we ons buiten wassen, wordt het ontbijt klaargemaakt, bestaande uit onder andere hardgekookte kippeëieren, gekookte camote (zoete aardappel) en koffie. Een deel van de ochtend werk ik met Pedro Kindajan samen terwijl hij zijn dagelijkse karweitjes afhandelt, waartoe ook het voeren van de eenden, kippen en varkens behoort.

Pedro wijst op een pas omgeploegde heuvel aan de overkant van het dal, waar hij van plan is wat camote te gaan planten en op een van de terrassen daaronder rijst. Op dat moment zag ik voor het eerst de uitgestrekte Banaue-rijstterrassen!

Oostwaarts, noordwaarts en westwaarts, zo ver als het oog maar reikte, strekte zich het ene groene rijstterras onder het andere uit, van de voet van de bergen opklimmend tot helemaal aan de top. Op één helling telde ik meer dan vijftig terrassen, de ene boven de andere. Deze terrassen beslaan een oppervlak van ruim 650 vierkante kilometer en hebben achter elkaar gelegd een lengte van meer dan 22.000 kilometer. Van alle wonderen die mensen hebben gewrocht, zijn deze terrassen wel het indrukwekkendste dat ik ooit in mijn leven heb aanschouwd. Het tart de verbeelding wanneer men bedenkt dat ze enkel met handgereedschap en zonder de hulp van moderne technische middelen tot stand zijn gekomen.

Deze dagen bij de Igorots bleken voor mijn vrouw en mij een waardevolle les. Ondanks het „gebrek” aan moderne vindingen om ons de hele dag bezig te houden, leerden we constant interessante dingen over onze goede aarde. Geen moment hebben we ons verveeld. De moderne technologie mag de mens dan in bepaalde opzichten geholpen hebben zijn lot te verbeteren, ze heeft hem ook van zijn tehuis, de aarde, doen vervreemden. Maar tijdens ons bezoek aan de Igorots voelden we ons weer volledig deel van onze planeet en als het goede dat ze te bieden heeft.

„’Ikzelf heb de aarde gemaakt en heb zelfs de mens daarop geschapen. Ik — mijn eigen handen hebben de hemelen uitgespannen, en aan heel het heerleger ervan heb ik bevel gegeven.’ Want dit heeft Jehovah gezegd, de Schepper van de hemelen, Hij, de ware God, de Formeerder van de aarde en de Maker ervan, Hij, Degene die haar stevig heeft bevestigd, die haar niet louter voor niets heeft geschapen, die haar ter bewoning geformeerd heeft: ’Ik ben Jehovah, en er is geen ander.’” — Jesaja 45:12, 18.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen