Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g76 22/1 blz. 3-5
  • Gruweldaden tegen christenen in Malawi

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Gruweldaden tegen christenen in Malawi
  • Ontwaakt! 1976
  • Vergelijkbare artikelen
  • Maken zij zich schuldig aan ’het belemmeren van de ontwikkeling van Malawi’?
    Ontwaakt! 1973
  • Malawi — Wat is er thans aan de hand?
    Ontwaakt! 1976
  • Wat gebeurt er met christenen in Malawi?
    Ontwaakt! 1973
  • Wrede elementen maken grondwet van Malawi tot een aanfluiting
    Ontwaakt! 1976
Meer weergeven
Ontwaakt! 1976
g76 22/1 blz. 3-5

Gruweldaden tegen christenen in Malawi

EEN nieuw hoofdstuk van schokkende onmenselijkheid, begaan tegen een weerloze minderheid, is geschreven in het Oostafrikaanse land Malawi. Het is een bericht dat doordrenkt is van beestachtigheid, van gemis aan enig gevoel voor fatsoen of menselijk mededogen. Het is een droevig verslag van de manier waarop mensen hun medemensen kunnen behandelen — mensen van hun eigen ras en land. Het is een verslag dat diepe indruk zal maken op elkeen die liefde heeft voor recht en rechtvaardigheid, ja, op elkeen die graag ziet dat alle mensen, ongeacht hun ras, kleur of godsdienst, vrijheid genieten.

Wanneer in deze tijd slechts één persoon door terroristen gegijzeld wordt, is dat een gebeurtenis die uitgebreide bekendheid krijgt. Met belangstelling volgen mensen de pogingen die worden ondernomen om de gijzelaar uit de handen van zijn ontvoerders te bevrijden. Maar in Malawi staan vanaf september 1975 tienduizenden getuigen van Jehovah, allemaal geboren inwoners van Malawi, bloot aan een regime van terreur. Drie jaar geleden vluchtten zij naar Zambia en Moçambique om aan het schrikbewind in Malawi te ontkomen. Nu zijn zij gedwongen teruggekeerd naar hun geboorteland, waar zij het doelwit zijn geworden van lastercampagnes, lichamelijke mishandeling en mensonterende praktijken. De weinige bezittingen die zij nog hadden, zijn hun ontnomen, zodat zij geen middelen meer hebben om in hun eigen levensonderhoud en dat van hun kinderen te kunnen voorzien.

Bij dit alles ontmoeten zij geen enkele steun van de instanties die belast zijn met het handhaven van de wet. Er is niemand onder alle officiële functionarissen van Malawi tot wie zij zich kunnen wenden en op wie zij met succes een beroep kunnen doen hen te beschermen tegen hun wrede belagers die hen naar willekeur mishandelen, beroven en verkrachten. Zij zijn gevangenen in hun eigen land, het land waar zij zijn geboren en getogen, maar welks grenzen nu voor hen zijn geworden als de muren van een reuzengevangenis. De gedachte aan een overeenkomst met de toestanden in de concentratiekampen van nazi-Duitsland, waar duizenden Jehovah’s getuigen gevangen gehouden en gedood zijn, dringt zich vanzelf op. En nog groter wordt die overeenkomst nu Malawi begonnen is zijn eigen concentratiekampen voor Jehovah’s getuigen op te zetten. Het ongelooflijke stadium is zelfs bereikt dat christelijke vaders en moeders met geweld van hun kinderen, al zijn het nog maar zuigelingen, worden gescheiden.

En waarom dit alles? Zijn deze mensen een gevaar in het land — zijn het opstandelingen, verraders of revolutionaire samenzweerders? Precies het tegendeel is waar. Zij behoren onmiskenbaar tot de vreedzaamste, hardst werkende en gehoorzaamste burgers van heel het land. De wreedheden en onwaardigheden die hun ten deel vallen, hebben slechts één reden: zij weigeren mee te doen aan politiek. De reden daarvoor is hun gewetensvolle geloof in de bijbel en de onderwijzingen van Jezus Christus, die over zijn volgelingen zei dat zij „geen deel van de wereld” zijn (Joh. 15:17-19). Hun geweten staat hun derhalve niet toe een kaart te kopen, waarop staat dat zij lid zijn van de heersende politieke partij in Malawi — de Malawi-Congrespartij. Hierom worden zij met minder mededogen bejegend dan mensen normaal nog ten aanzien van dieren betonen.

Wat een „onbenulligheid” bent u misschien geneigd te zeggen. ’Waarom geen kaart gekocht en al die moeilijkheden voorkomen?’ Dat zou natuurlijk inderdaad de gemakkelijkste weg zijn. En als het ook alleen maar ging om het betalen van enige belasting of het kopen van een identificatiekaart (zoals Jehovah’s getuigen zich die in zoveel landen overeenkomstig de plaatselijke wetten hebben aangeschaft) dan zou dat van hun kant geen enkel bezwaar ontmoeten. Maar de kwestie waar het hier om gaat, raakt de kern van hun christelijke geloof en standpunt. Christus Jezus sprak tot de Romeinse bestuurder Pontius Pilatus: „Mijn koninkrijk is geen deel van deze wereld. Indien mijn koninkrijk een deel van deze wereld was, zouden mijn dienaars hebben gestreden” (Joh. 18:36). Wanneer Jehovah’s getuigen zich bij politieke partijen van deze wereld zouden beginnen aan te sluiten, zou dit een openlijke verloochening zijn van hetgeen zij zeggen te geloven en voor te staan. Ofschoon zij er niet naar verlangen lijden te ondergaan, zullen zij martelingen en zelfs de dood verkiezen boven ontrouw aan God en zijn Zoon.

Dat was ook de opvatting van de vroege christenen in het begin van onze jaartelling. In geschiedenisboeken kunt u lezen over de pogingen die Romeinse functionarissen in het werk stelden om deze vroege christenen offers te laten brengen aan de „genius” van de keizer, al was het alleen maar een snuifje wierook op het altaar strooien. Over de christenen die in de Romeinse arena’s werden geleid om te sterven, schrijft een historicus: „Zeer weinig christenen verloochenden hun geloof, hoewel er ten gerieve van hen over het algemeen een altaar met een brandend vuur erop in de arena klaarstond. Het enige wat een gevangene behoefde te doen, was een snuifje wierook in de vlam te strooien, waarna hij een Offercertificaat ontving en in vrijheid werd gesteld. . . . Toch maakte bijna geen enkele christen gebruik van deze kans om aan de dood te ontsnappen.” — Those About to Die, D. P. Mannix, blz. 135, 137.

Vraag uzelf eens af: Wat is een groter bewijs van goed burgerschap, een politieke kaart kopen en met zich ronddragen — wat zelfs een misdadiger en verrader gemakkelijk kan en zal doen — of te leven in gehoorzaamheid aan de wetten van het land en zichzelf een hard werkende, fatsoenlijke en eerlijke burger te betonen, die zijn naaste even liefheeft als zichzelf? Zelfs de Malawiaanse regeringsfunctionarissen moeten beseffen hoe dwaas het eigenlijk is alleen het bezit van een politieke kaart als het allerbelangrijkste bewijs van goed burgerschap te beschouwen. Anders zouden zij niet zo vaak ontkennen dat dit de kwestie is waar het om gaat, of ontkennen dat de aankoop van zulke kaarten aan anderen wordt opgedrongen.

Maar de feiten spreken voor zich, en het zijn wrede, schokkende en walgelijke feiten. Beschouw eens kort wat Jehovah’s getuigen de afgelopen tien jaar in Malawi hebben moeten doormaken en nog doormaken.

[Illustratie op blz. 4]

1975

KWACHA!

DR. H. KAMUZU BANDA

(KHADI LA UMEMBALA).

MALAWI CONGRESS PARTY.

Chopereka 22t.

LIDMAATSCHAPSKAART VAN DE MALAWI-CONGRESPARTIJ

(Hieronder een vertaling van de Cinyanja-uitdrukkingen.)

Kwacha! = De dageraad is aangebroken, d.w.z. De vrijheid is bereikt.

Khadi la Umembala = Lidmaatschapskaart.

Chopereka 22t = Contributie 22 tambala’s [ca. 65 cent].

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen