Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g75 8/5 blz. 21-24
  • Een interessante rondleiding door het Vaticaan

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een interessante rondleiding door het Vaticaan
  • Ontwaakt! 1975
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het Sint-Pietersplein
  • Sint-Pieterskerk
  • Opmerkelijke kunstwerken
  • De Sixtijnse Kapel
  • Tuinen, museums en een befaamde bibliotheek
  • „Zilver of goud heb ik niet”?
  • Het graf van Petrus — In het Vaticaan?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1994
  • Een blik van nabij op beroemde kunstwerken
    Ontwaakt! 1982
  • De vele gezichten van Rome
    Ontwaakt! 2001
  • Is de paus „de opvolger van de heilige Petrus”?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2011
Meer weergeven
Ontwaakt! 1975
g75 8/5 blz. 21-24

Een interessante rondleiding door het Vaticaan

U STAAT op het punt een heuveltop te bezoeken. Een heuveltop die eens verband hield met waarzeggers. Een heuveltop ook waar Numa Pompilius — volgens de overlevering de tweede koning van Rome — voor het volk zijn vaticinia moet hebben uitgesproken, een rede bestaande uit zogenaamde uitspraken van hun goden. In later eeuwen waren toeschouwers niet ver daarvandaan getuige van de afschuwelijke dood die christenen in het circus van Nero ondergingen.

De waarzeggers zijn verdwenen. Zo ook de drommen die zich eens naar het circus begaven om te genieten van de wrede circusschouwspelen. Nu ligt op de Vaticaanse Heuvel de kleinste staat ter wereld. Volledig omgeven door Rome en bijna geheel ommuurd, beslaat Vaticaanstad een oppervlakte van slechts 44 ha, terwijl de grotendeels niet-inwonende bevolking minder dan duizend personen telt. Niettemin wordt van hieruit het leven beheerst van meer dan 577.600.000 katholieken over de gehele wereld.

Het Lateraanse Verdrag van 1929 voorzag in de stichting van Vaticaanstad als een afgescheiden soevereine staat met de paus als regeerder. Benito Mussolini tekende in naam van de Italiaanse koning Victor Emmanuel III, en kardinaal Gasparri in naam van de paus.

Een bezoeker, zo heeft men wel, gezegd zou Vaticaanstad in ongeveer 8 minuten kunnen doorwandelen, maar aan één mensenleeftijd nog niet genoeg hebben om alle schatten op het gebied van kunst en wetenschap te zien. Nu paus Paulus VI het jaar 1975 tot „Heilig Jaar” heeft uitgeroepen, zullen ongetwijfeld miljoenen mensen het Vaticaan hopen te bezoeken. Maar waarom niet nu meteen een kijkje genomen, en daarbij wat langer stilgestaan bij bepaalde bijzonderheden die een door ontzag overmande pelgrim wellicht over het hoofd zou zien.

Het Sint-Pietersplein

We lopen aan de westoever van de rivier de Tiber het Vaticaan binnen tussen de twee omhoogtorenende zuilengalerijen of colonnades van Giovanni Bernini door, elk bestaande uit vier rijen van 284 zuilen en 88 pilasters, die in twee ellipsvormige bogen het Sint-Pietersplein omgeven. Boven op de colonnades staan in totaal 140 beelden van „heiligen” en martelaren.

Het gehele plein omcirkelt een roodgranieten obelisk van meer dan 24 meter hoog en ruim 450 ton zwaar! Waar de obelisk vandaan komt? Hij werd door Caligula uit het oude Heliopolis geplunderd en in het circus geplaatst dat Nero tot voltooiing bracht. Op de wanden ervan staan opschriften gebeiteld ter ere van de Romeinse keizers Augustus en Tiberius. In de schaduw van deze Egyptische zuil vonden christenen negentienhonderd jaar geleden een vroegtijdige dood. Hoe kwam hij dan hier op het Sint-Pietersplein?

Op bevel van paus Sixtus V werd hij verplaatst en in het Vaticaan opgericht, op 14 september 1586 — een woensdag, door Sixtus altijd als een „geluksdag” beschouwd. De dag tevens van het Feest van de Kruisheffing. Gezien de heidense achtergrond van de obelisk stelde de paus pogingen in het werk om de heidense geest uit het monument te verdrijven.

Sint-Pieterskerk

Volgens de katholieke overlevering is de apostel Petrus als martelaar in Rome gestorven en begraven. De Heilige Schrift daarentegen bevat niets waaruit ook maar zou zijn op te maken dat de apostel ooit in deze stad is geweest.a Maar dat weerhield de Romeinse keizer Constantijn er niet van om in 325 G.T. te beginnen aan de bouw van een grote basiliek boven het veronderstelde graf van Petrus.

In 1506 besloot paus Julius II aan de herbouw van de basiliek te beginnen. Donato Bramante was de eerste van de vele architecten die aan de kerk hebben gewerkt, onder wie ook Michelangelo. Toen de basiliek eindelijk in 1626 door Urbánus VIII werd ingewijd, had ze de vorm van een Latijns kruis, ruim 185 meter lang, met een totaaloppervlak van ongeveer 15.000 vierkante meter. Een kerk waar naar schatting 80.000 mensen een plaats kunnen vinden, kolossaal van afmetingen, ja, de grootste ter wereld.

Boven de vloer van de basiliek (om precies te zijn, daar waar de lange en korte arm van de kruisachtige structuur elkaar snijden) verheft zich de grote koepel vol mozaïek en verguldsel tot een hoogte van ruim 130 meter. De diameter ervan is tweeënveertig meter. Zestien afzonderlijke panelen in de koepel dragen de beeltenis van Jezus Christus, diens moeder Maria, de apostelen en enkele „heiligen”.

Onder deze hoge koepel bevindt zich het hoogaltaar, waaraan slechts de paus (of een door hem aangewezen, vervangende kardinaal) de mis kan opdragen. Boven het altaar verheft zich een troonhemel, vervaardigd door Bernini, met gebruikmaking van de bronzen platen, die paus Urbánus VIII uit het goed bewaarde pantheon in Rome, een heidense tempel, had genomen.

Waarom van deze Sint-Pieterskerk zo’n kolossaal en rijk versierd gebouw gemaakt? Enig licht hierop werpen de volgende woorden van André Biéler: „Maderno zou het oorspronkelijke grondplan van de kerk (een Grieks kruis) wijzigen in een Latijns kruis, terwijl Bernini de kerk zou voltooien met opzichtige versiering en een vergroting van het grondplan door toevoeging van de twee lange zuilengalerijen. Zij stelden er belang in de wereld te bewijzen dat Rome, het machtige en heerlijke hoofd van het christendom, ondanks de Reformatie, opnieuw in alle luister schitterde. De Sint-Pieter moest getuigen van ’de grandeur, de kracht, de macht, in één woord de majesteit van de Katholieke Kerk’. In de materiële uitwerking van dit heiligdom, kunnen we dan ook de feitelijke samenhang zien tussen de rooms-katholieke pracht en praal en het opzichtige protocol van het heidendom.” — Architecture in Worship.

Opmerkelijke kunstwerken

Talrijke kunstwerken treft men in de kerk aan. Een ogenblik blijven we stilstaan voor de bekende Pietà van Michelangelo, een beeldhouwwerk waarbij de gestorven Jezus op de schoot van zijn moeder ligt. Oorspronkelijk was het bestemd om het graf te sieren van een Franse kardinaal. Na toevallig te hebben gehoord hoe enkele pelgrims zijn werk toeschreven aan Christoforo Solari, voegde Michelangelo ’s nachts nog een band aan de kleding van Maria toe, waarin hij zijn eigen naam beitelde. Deze band loopt van Maria’s linkerschouder tot haar rechterheup, daarmee onmiddellijk de aandacht vestigend op de beeldhouwer.

In een versierde bronzen schrijn, gemaakt door Bernini, bevindt zich een stoel die eeuwenlang reeds door de pausen bij speciale ceremonies is gebruikt en lang is vereerd als de stoel van de „Heilige” Petrus. De voorkant is ingelegd met achttien ivoren panelen, uitbeeldend de twaalf werken van Hercules, alsook zes monsters, waarschijnlijk tekens van de dierenriem. Doch in werkelijkheid heeft Petrus nooit op die stoel gezeten. Een datering van de stoel met de koolstof-14-methode heeft dat uitgewezen. Volgens deze dateringsmethode stamt de stoel uit de negende eeuw G.T., ruim 700 jaar na de dood van Petrus. Op één ivoren strook is de buste aangebracht van Karel de Kale, Rooms keizer en koning der Franken. Waarschijnlijk is deze eikenhouten troon naar Rome gebracht voor de kroning van Karel door paus Johannes VIII in december 875 G.T. Toch blijft deze Middeleeuwse stoel, nu al weer verscheidene jaren nadat ook het Vaticaan met de waarschijnlijke oorsprong heeft ingestemd (in november 1969), een ereplaats in de Sint-Pieterskerk innemen.

Uw aandacht wordt nu getrokken door een bronzen beeld van „Sint”-Petrus, gezeten op een troon met een stralenkrans boven zijn hoofd en de rechtervoet naar voren geplaatst. In 1857 verleende Pius IX een aflaat van vijftig dagen aan elkeen die de teen van die levenloze voet zou kussen. Veel pelgrims hebben sindsdien de teen gekust, daarbij het teken van het kruis makend. De tenen van de ongekuste linkervoet tekenen zich nog scherp af, maar die van de rechter zijn weggesleten, kennelijk door de kussende monden en strelende handen van de duizenden vereerders. Op Petrus’ feestdag krijgt dit beeld een met edelstenen versierde mijter op en een evenzo met edelstenen versierd pauselijk gewaad aan. Wat wij zien, doet ons denken aan de geïnspireerde psalm die spreekt over stomme, blinde, dove afgodsbeelden, die met ’hun handen niet kunnen tasten en met hun voeten niet kunnen gaan’. — Ps. 115:4-7, Petrus-Canisiusvertaling.

Volgens de traditie is dit beeld gegoten in de vierde of vijfde eeuw van onze jaartelling, hoewel men het ook wel dateert als afkomstig uit de dertiende eeuw. Doch er bestaat nog een geheel andere zienswijze. Zo staat bijvoorbeeld in een Engelse toeristengids met daarin „de belangrijkste bezienswaardigheden van Rome” door R. C. Wyndham: „Het beeld was oorspronkelijk dat van Jupiter in de Tempel van Jupiter op het Capitool, maar door de paus tot een heiliger doel gewijd.”

Belangrijker echter dan de onzekere oorsprong van dit beeld, is de verering die men het geeft. Zou Petrus zijn goedkeuring hechten aan een dergelijk eerbetoon? Toen de Italiaanse legeroverste Cornelius aan de voeten van deze nederige apostel viel, dacht Petrus er niet over om een van zijn voeten naar voren te steken en die te laten kussen of strelen. Integendeel! De Schrift vertelt ons: „Petrus deed hem opstaan en zei: Sta op, ik ben ook maar een mens.” — Hand. 10:25, 26, Sint-Willibrordvertaling.

De Sixtijnse Kapel

Onze rondleiding voert ons nu naar de Sixtijnse Kapel, genaamd naar paus Sixtus IV en tussen 1475 en 1481 op zijn bevel gebouwd. Het is een bouwwerk geworden van 40 meter lang, 13,5 meter breed en ruim 20 meter hoog. Oorspronkelijk bestemd als privé-kapel voor de paus, is ze het toneel geweest van diverse ceremoniën en vergaderingen voor het kiezen van een paus.

De Sixtijnse Kapel bevatte reeds werk van andere kunstenaars toen Julius II aan Michelangelo de opdracht gaf zijn bekwaamheden op het plafond te beproeven. Het resultaat was een serie fresco’s met in totaal 343 figuren. De voornaamste taferelen zijn de schepping, de zondeval en de Vloed. Ook de voorouders van Jezus zijn afgebeeld, evenals bijbelse profeten, alsmede heidense profetessen, zogenaamde sibillen.

Sibillen? Ja, onder wie ook de Delfische sibille. Naar men zei, kwam „de profetische geest van Apollo haar schaamdelen binnen” waarna ze in een soort van razernij orakeltaal uitte, aldus een beschrijving van Orígenes. Zij stond duidelijk onder demoneninvloed. (Vergelijk Handelingen 16:16-18.) In de Guide to the Vatican (1973) staat: „Michelangelo bedoelde een afbeelding te geven van de oude Hebreeuwse en heidense wereld in haar wachten en hopen op de Messías.” Hoe het ook zij, een feit is dat God nooit boodschappen heeft gezonden aan heidense profetessen. Is het bovendien niet vreemd dat zij moeten worden afgebeeld naast bijbelse profeten, terwijl er toch genoeg godvruchtige profetessen zijn geweest die uitzagen naar de komst van de Messías; denken we slechts aan vrouwen als Mirjam, Debora, Hulda en Anna? — Ex. 15:20, 21; Recht. 4:4-7; 2 Kon. 22:14-20; Luk. 2:36-38.

Jaren later (1534-1541) schilderde Michelangelo zijn „Laatste Oordeel” op de wand achter het altaar in de Sixtijnse Kapel. Op dit fresco ziet men hoe de doden geoordeeld worden door een verbolgen, nijdige Jezus, die velen verdoemt tot een hel van pijniging. Dit kunstwerk is lijnrecht in strijd met de bijbel, waarin staat dat de hel overeenkomt met het gemeenschappelijke graf van de mensheid, waar de doden zich van niets bewust zijn en geen pijn kunnen lijden! Evenmin vinden we in de bijbel iets terug over Jezus als een wrede, wraakzuchtige rechter! (Pred. 9:5, 10; Jes. 11:1-5) Niettemin schijnt paus Paulus III, die er twee maîtresses op na hield en voordat hij priester werd vier onwettige zoons had verwekt, bij het zien van de schildering op zijn knieën te zijn gevallen en te hebben gesmeekt: „Heer, reken mijn zonden niet aan wanneer Gij op de Oordeelsdag komt.”

In deze tijd, nu pornografie zo’n algemeen verschijnsel is geworden met alle schadelijke gevolgen van dien, valt ons ook de volslagen naaktheid op van veel figuren die op het plafond van de Sixtijnse Kapel zijn afgebeeld. Wat het „Laatste Oordeel” betreft, de naaktfiguren die daarop stonden, wekten op een bepaald moment zoveel klachten dat ze later op pauselijk bevel van gewaden werden voorzien.

Tuinen, museums en een befaamde bibliotheek

Het Vaticaan is ook een plaats van mooie tuinen, diverse museums en opmerkelijke galerijen. In het Pio-Clementine-museum bevindt zich een altaar met daarop in bas-reliëf een afbeelding van Victoria, de Romeinse godin der overwinning, die een schild draagt met daarop de inscriptie: „De Senaat en het Volk van Rome hebben dit altaar opgedragen aan keizer Augustus, zoon van de vergoddelijkte Caesar, in zijn waardigheid als Pontifex Maximus.” Deze titel (letterlijk betekenend „Grootste Bruggenbouwer”), eens gedragen door het hoofd van de heidense Romeinse priesterschap en later door de Romeinse keizers, werd door keizer Gratianus verworpen als niet passend voor een christen. Paus Damasus I zag daar echter geen bezwaar in en nam in de vierde eeuw met graagte deze titel aan, en tot op de dag van vandaag is het een pauselijke titel gebleven.

Een schatkamer van manuscripten en boeken — dat is de Vaticaanse bibliotheek. Ongerekend de 1.000.000 gedrukte boeken, is ze de bewaarplaats van 90.000 handschriften, waaronder het Vaticaanse Manuscript No. 1209, een waardevol Grieks bijbelhandschrift uit de vierde eeuw van onze jaartelling.

„Zilver of goud heb ik niet”?

Als bezoeker van het Vaticaan zult u wellicht onder de indruk gekomen zijn van de kostbare gebouwen, met juwelen versierde religieuze voorwerpen, bekende kunstwerken en dergelijke. De pausen hebben prachtige geschenken gekregen. Maar dat niet alleen. Over de buitengewoon kostbare Sint-Pieterskerk stond in een geschiedenisboek: „Donato Bramante’s winnende ontwerp verwekte een storm van protest — evenals de belastingen die Julius II en latere pausen hieven om het werk eraan te betalen” (Great Ages of Man, Renaissance, door J. R. Hale en de redactie van de Time-Life boeken). Die geldjacht ten bate van de bouw van de basiliek, in Duitsland gevoerd door de dominicaner monnik Johann Tetzel met zijn verkoop van aflaatbrieven, was een van de oorzaken die leidde tot de Hervorming onder aanvoering van Luther.

De Rooms-Katholieke Kerk beweert te zijn gefundeerd op Petrus, een eenvoudige visser en apostel van Jezus Christus. Er is echter menigeen die de rijkdom van de Kerk niet kan rijmen met de woorden van Petrus tot een lamme man die geld vroeg: „Zilver of goud heb ik niet; wat ik wèl heb, geef ik u: In de naam van Jesus Christus van Nazaret, sta op en ga.” En de man ging. Ja, Petrus was iemand die de nadruk legde op menselijkheid en op geestelijke waarden, maar een rondwandeling door het Vaticaan onthult slechts een nadruk op materiële waarden. — Hand. 3:1-26, Petrus-Canisiusvertaling.

[Voetnoten]

a Zie De Wachttoren, 1 juli 1966, blz. 410-415.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen