Rijkdom van de Salomons-eilanden
Door Ontwaakt!-correspondent op Oost-Nieuw-Guinea
HEBT u wel eens gehoord van de „mijnen van koning Salomo”, de denkbeeldige groeven waar de bijbelse koning Salomo zijn rijkdom vandaan haalde? Volgens bepaalde legenden hebben deze „mijnen” in delen van Afrika of Azië gelegen. In het zestiende-eeuwse Spanje echter verkondigde men de theorie dat deze reusachtige bronnen van rijkdom op een mysterieus continent in het zuiden lagen.
In het jaar 1568 zocht een kleine vloot van de Spaanse zeevaarder Alvaro de Mendana de Neyra in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan naar dit „continent” met zijn rijke schatten. Als resultaat van deze speurtocht ontdekte Mendana een eilanden-keten, die hij „de Eilanden van Salomo” noemde. Maar wat hij ook vond, geen verborgen schatten om die naam te rechtvaardigen. Het belangrijkste wat ze aan schatten opleverden, waren kleine hoeveelheden goud en andere kostbare metalen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kregen de Salomons-eilanden een geheel andere bekendheid, namelijk als het toneel van verbitterde gevechten die de rust op de eilanden verstoorden. Als overgebleven wonden van de moderne jungle-strijd zijn nog de omtrekken zichtbaar van greppels en ziet men ook overal nog roestige patroonhulzen als peper over de eilanden uitgestrooid. Na de oorlog leek het bedaarde tropenleven zijn loop te hernemen. Een onverwachte reeks van gebeurtenissen echter heeft opnieuw herinneringen gewekt aan Mendana’s schattenjacht. Hoe dat?
Het begon allemaal op een dag in 1963 toen het schip de Craestar voor anker ging ter hoogte van de kleine plaats Kieta, de voornaamste nederzetting op Bougainville, het grootste van de Salomons-eilanden. Een helikopter steeg van het dek op en vloog veertig kilometer landinwaarts, naar het Panguna-dal, waar enig goud was gevonden, zij het ook niet in voldoende hoeveelheden om de ontwikkeling van een groot mijnbouwproject te rechtvaardigen. Ditmaal was het echter een ander woord dat opwinding verwekte: „koper”.
Een beslissing op die dag in 1963 genomen, heeft geleid tot de ontwikkeling van een uitgebreide mijnindustrie, die tevens veel nevenindustrie naar Oost-Nieuw-Guinea heeft getrokken. Dit vanwege het feit dat het meest noordelijke deel van de Salomons-eilanden, Bougainville en Buka, te zamen met het noordoosten van Nieuw-Guinea deel uitmaken van het V.N.-trustgebied „New Guinea”, staande onder Australisch bestuur.
De belangstelling van internationale maatschappijen was gewekt door de aanwezigheid van naar schatting 800 miljoen ton koper- en goudhoudend erts. En alras werd er een begin gemaakt met het opdelven van de koperschatten in de bodem van de Salomons-eilanden. Rijkdom, maar hoe anders dan Mendana zich in zijn dromen had voorgesteld — geen goudklompen voor het oprapen en ook geen glinsterende edelstenen!
Uitgebreide voorbereidingen noodzakelijk
Bougainville bezit nagenoeg geen industrie. Het merendeel van de 78.000 bewoners die dit eiland telt, voorziet met wat landbouw in hun eigen onderhoud. Voor het opzetten van een kopermijn was derhalve heel wat voorbereiding nodig. Er zou een weg aangelegd moeten worden tussen het Panguna-dal en de kust. Geen gemakkelijke onderneming, het klimaat en het oneffen bergterrein van Bougainville in aanmerking genomen.
Stelt u zich de problemen eens voor: gedurende de droogste maand van het jaar valt er nog altijd achttien centimeter regen, en behalve dat zou de weg moeten lopen door een 1000 meter hoge pas en langs steile hellingen. Hiertoe was het nodig twee bulldozers met een ketting aan elkaar te koppelen en de eerste soms over een van de steile hellingen te laten rijden, in de hoop dat de achterste voldoende tegenwicht zou vormen om naar beneden storten te beletten.
De hydraulische uitrusting van de mijn zou veel water vergen, zodat er een pompstation werd gebouwd aan de oevers van de rivier de Jabba met een 75 centimeter dikke pijpleiding naar de mijn. En om aan de doorlopende behoefte aan elektriciteit te voldoen, werd op vijfentwintig kilometer afstand, aan de Anewa Bay, een centrale gebouwd van 135 megawatt om dag en nacht elektriciteit te leveren. De Anewa Bay zelf werd uitgebaggerd om een nieuwe kade van 75 meter lengte toegankelijk te maken voor schepen van maximaal 36.000 ton.
Alles bij elkaar vergde het negen jaar onderzoek en voorbereidingswerk ten koste van $A 400.000.000a alvorens de eerste lading kostbaar metaal uit de bodem van Bougainville zijn weg vond naar klanten in Japan, Spanje en West-Duitsland.
Koper winnen in het oerwoud
Kunt u zich voorstellen koper te winnen op een plek omsloten door groene muren van oerwoudbos? Bougainville heeft een van de grootste open kopermijngroeven ter wereld. Van een geschikt uitzichtpunt op een nabijgelegen heuvel kan men een uitgraving zien ter grootte van een stad als Sydney (ruim 2.500.000 inwoners). Met boren gaat men achttien meter de grond in, alwaar dan explosieven tot ontploffing worden gebracht om de grond los te slaan.
Het mijnwerk is hier kostbaar. Zes grote elektrische schoppen en tweeënvijftig trucks met een laadvermogen van honderd ton elk zijn ervoor nodig. Alleen deze uitrusting heeft al een uitgave van $A 13.000.000 gevergd. Wanneer de grond eenmaal door de explosies is losgewoeld, komen de elektrische schoppen in bedrijf, die grote happen erts in de wachtende trucks tillen. Ondanks het ontzaglijke laadvermogen van deze trucks, zijn ze met vier flinke happen vol.
Vervolgens gaat de erts naar de eerste van drie ertsbrekers. Van de 145.000 ton erts die elke dag de eerste breker ingaan, zal slechts 80.000 ton koperconcentraat overblijven. De erts gaat naar de tweede breker en wordt daar verkleind tot brokken met zo’n vijftien centimeter middellijn. Daarna gaan ze naar de laatste breker die er nog kleinere brokken van maakt. Deze worden getransporteerd naar een groot gebouw voor het volgende deel van de bewerking — het malen.
De twaalf kogelmolens waarin het malen geschiedt, bevatten stalen kogels met een diameter van zeven en een halve centimeter (ongeveer de grootte van een tennisbal) die het erts verpulveren. Zelf zijn ze echter ook niet lang bestand tegen dit geweld, hoe duurzaam ze ook mogen lijken. Laatst kwam weer tienduizend ton van deze ballen aan. In zes maanden tijds zullen ze versleten zijn.
Van de kogelmolens gaat de erts naar de concentrator, waar het erts in een oplossing wordt gebracht met bepaalde chemicaliën, „collectoren” genaamd. Wanneer er luchtbellen door de oplossing worden geblazen, stijgen de collectoren te zamen met het koper naar de oppervlakte, waar ze kunnen worden afgeschept. Deze verdikte koperoplossing reist nu 25 kilometer door een veertien centimeter dikke pijpleiding naar opslagtanks in Anewa Bay, waar ze wacht om per schip naar overzeese klanten te worden vervoerd.
Voordelen voor de plaatselijke bevolking
De koperwinning op de Salomons-eilanden is zeer lonend gebleken, en de groei is erg snel gegaan sinds de eerste lading concentraat in 1972 werd verscheept. In 1973 werd er een winst gemaakt van $A 158.000.000. Maar wie trekt er voordeel van?
Momenteel bezit de grote mijnmaatschappij „Conzinc Rio Tinto of Australia Limited” 52 percent van de aandelen en de regering van Oost-Nieuw-Guinea 20 percent. De rest van de aandelen is in bezit van particulieren, onder wie 9000 bewoners van Oost-Nieuw-Guinea, die de gelegenheid kregen van deze overvloedige bron van rijkdom te profiteren.
Andere voordelen zijn voortgevloeid uit de pogingen die men heeft ondernomen om de plaatselijke bevolking zoveel mogelijk als werkkrachten te gebruiken. Bewoners van Nieuw-Guinea kan men in elke afdeling van de mijn zien werken, als chauffeurs en kantoorarbeiders, terwijl ook de bedrijfsarts van Nieuw-Guinea komt. Er is gelegenheid tot praktische scholing, men kent een leerlingenstelsel en er zijn opleidingscursussen.
Enkele problemen
Maar er zijn door de mijnbouw ook problemen ontstaan. Een blik op de grijszwarte tint van het water onthult al snel dat Bougainville nu te kampen heeft met een vervuilingsprobleem, zij het dan ook niet zo ernstig als dat van de meer geïndustrialiseerde landen van de wereld. Er zijn plannen in de maak om dit probleem rechtstreeks aan te pakken. Al experimenterend wil men nu ontdekken wat op het afvalmateriaal kan worden verbouwd. Kleine lapjes grond bebouwd met diverse soorten plaatselijke groenten en tropische vruchten dienen reeds als proefveldjes om te onderzoeken welke bewerking het afvalmateriaal moet ondergaan om het vruchtbaar te maken.
Dat mensen gedwongen waren hun erfelijke bezittingen te verlaten, was een geheel ander probleem. Zij hebben voor hun land echter een vergoeding ontvangen waardoor zij in staat waren stenen huizen te kopen in plaats van de dorpswoningen waar ze vroeger in huisden. Sommigen hadden zelfs nog genoeg geld over om zich een nieuwe Japanse vrachtwagen aan te schaffen.
Desondanks is een aantal bewoners van Bougainville zwaar teleurgesteld, vooral velen van de oudere generatie die hun erfelijke bezittingen van veel grotere waarde achtten dan geld. In de eerste fasen van het mijnbouwproject raakten de gemoederen dan ook verhit. De oproerpolitie moest optreden om ongeregeldheden de kop in te drukken en het werk voortgang te kunnen laten vinden. Dat heeft veel kwaad bloed gezet.
Een ander teer probleem vormen de sterk separatistische gevoelens die onder een deel van de bevolking op Bougainville heersen. Men voelt zich wat afstamming betreft meer verbonden met de bewoners van de zuidelijke Salomons-eilanden — een Brits protectoraat — dan met het eiland Nieuw-Guinea. De donkergekleurde bevolking van Bougainville heeft het vaak met minachting over de lichter gekleurde „Nieuw-Guineanen”. En zoals te verwachten viel, zijn er eilandbewoners die met klem betogen dat de rijkdom van Bougainville dient te worden gebruikt voor de ontwikkeling van Bougainville en niet moet afvloeien naar Nieuw-Guinea en andere gebieden behorend tot het territorium „New Guinea”.
Hoe zullen deze problemen worden opgelost? Dat staat nog te bezien. Ongetwijfeld zal de mijn, als een bron van toenemend geldelijk gewin, tal van materiële voordelen voor de eilandbewoners afwerpen. Hogere lonen zullen voor velen een andere levensstandaard betekenen. Maar „anders” is nog niet altijd „beter”. Steeds weer opnieuw heeft welvaart morele verslapping gebracht (1 Tim. 6:9, 10). Zal de bevolking van de Salomons-eilanden en New Guinea deze afbrekende invloed kunnen weerstaan? De tijd zal het leren.
[Voetnoten]
a Eén Australische dollar komt overeen met ruim ƒ 4,00.