Crisis in Japan
Door Ontwaakt!-correspondent in Japan
JAPAN mag dan wat zijn landoppervlak betreft een bescheiden plaats innemen onder de naties der aarde, als het om industriële macht gaat, is het een reus onder de reuzen geworden. Wat het aan omvang mist, wordt gecompenseerd door hard werk. De reus heeft evenwel een zwakheid.
Al het harde werk in de wereld kan niets veranderen aan de armoede van de Japanse bodem — armoede aan natuurlijke hulpbronnen, aan grondstoffen. Dit gebrek werd de Japanse bevolking krachtig onder de neus gewreven tijdens de afgelopen oliecrisis.
Japan moet haast al zijn olie invoeren, en dan nog voornamelijk uit Arabische landen. Een embargo op deze leveranties zou binnen korte tijd ruïneus zijn voor de Japanse economie.
En toen kwam vorig jaar oktober plotseling het Arabische dreigement om uitgerekend hiertoe over te gaan. Wat een schok voor Japan! De olieproducerende landen voerden een produktiebeperking in ten aanzien van de landen die werden geacht onvriendelijk te staan tegenover het Arabische standpunt in het Arabisch-Israëlische geschil. De Japanse regering was verbijsterd en het land verkeerde in paniek. Er moest duidelijk stelling worden genomen, anders zouden de rampzalige gevolgen niet van de lucht zijn.
Snel nam de regering een zodanig standpunt in dat de Arabische olie kon blijven vloeien, hetgeen de Japanse zakenwereld er echter niet van weerhield ondertussen met opzienbarende maatregelen op de berichten over deze „crisis” te reageren.
Geen werkelijke tekorten
In de verwarring die volgde op de Arabische aankondiging wisten meedogenloze zakenlieden hun slag te slaan en met gebruikmaking van de situatie woekerende winsten te maken. Het groothandelsprijspeil was tegen januari met 30 percent gestegen, vergeleken met het jaar daarvoor, terwijl de kleinhandelsprijzen tegen het eind van 1973 20 percent hoger lagen. Ondertussen stroomde de olie onverminderd Japan binnen. Er was in het geheel geen sprake van een tekort! Wat meer is — de olie ging op dat moment nog tegen de oude prijs van de hand! Hoe zich zo’n tegenstrijdige situatie kon ontwikkelen?
Allereerst waren de oliemensen al vóór het oktoberbericht druk bezig met het opslaan van olie — de opslagtanks waren tot de nok toe vol! Naar het schijnt, vreesde men toen een tijdelijke Arabische overname van de olie-installaties. Dus er waren voorraden genoeg, en toen tijdens het hoogtepunt van de „crisis” een Japans weekblad enkele zeelieden interviewde die op olietankers voerden, wisten dezen bovendien nog te melden dat ze in het Midden-Oosten gemakkelijker olie konden krijgen dan thuis.
Een kennelijke bevestiging hiervan vormt het feit dat Kiire, een van Japans grootste olieopslagplaatsen, de laatste drie maanden van 1973 30 percent meer olie ontving dan gedurende dezelfde periode een jaar daarvoor, terwijl op een verslag van het Douanekantoor in Nagasaki voor december een toenamecijfer van 40 percent prijkt. De speculaties over een grote daling van de olievoorraden bleken dus op niets te zijn gebaseerd.
Natuurlijk kost de ruwe olie uit het Midden-Oosten nú wel bijna tweemaal zoveel als vorig jaar oktober. Maar deze duurdere olie begon pas in februari naar Japan te komen, een flinke tijd nadat de verhoging met ingang van 25 december was aangekondigd. Niettemin werden de prijzen alreeds vóór die tijd drastisch verhoogd. In deze crisissfeer groeide de paradoxale situatie van grote goedkope overschotten aan goederen, die — in de waan van een tekort — tegen hoge prijzen van de hand gingen.
De zakenwereld profiteert
Sommige van de methoden die men naar verluidt heeft gebruikt om het publiek een rad voor de ogen te draaien, zijn aan het licht gebracht. De regering heeft thans gedocumenteerde verslagen in handen waaruit blijkt hoe profiteurs de niet-oliecrisis hebben doen omslaan in een inflatie-crisis.
De Prijzen-Controlecommissie gaf onlangs een rapport uit waarin de grote Japanse warenhuizen werden beschuldigd van het opkopen en oppotten van grote hoeveelheden goederen. Een onderzoek naar de praktijken van groothandelaren, supermarkten en kleinhandelaren bracht tevens aan het licht dat de groothandelaren nog 60 percent aanvoer hadden, maar niettemin bleven opslaan om de prijzen op te drijven, terwijl de hoeveelheid goederen die van de groothandel naar de kleinhandel ging, afnam. Onlangs eiste de Tokiose douane van 23 warenhuischefs een verklaring voor het feit waarom zij geïmporteerde goederen opgeslagen hielden nadat deze al lang door de douane waren ingeklaard. Zij kregen de waarschuwing dat 120.000 ton levensmiddelen in beslag zou worden genomen, indien niet tot onmiddellijke verkoop daarvan werd overgegaan.
Ook de kleinhandelaren werden schuldig bevonden aan het moedwillig verdonkeremanen van goederen, door die niet op de winkelplanken te zetten en aldus een tekort te fingeren, terwijl ze bovendien voordat ze hun produkten weer in kleine hoeveelheden te koop aanboden, eerst een verandering op de prijskaartjes hadden aangebracht. Het misleide publiek begon in paniek te hamsteren. In een televisiedocumentaire van de regering werden de prijskaartveranderingen in de warenhuizen in beeld gebracht. In sommige streken leverde dit voor velen part-time werk op.
Protesten van het woedende publiek dwongen enkele winkels een gering percentage van hun prijzen weer te verlagen om geen ongenoegen te krijgen. Hóe gering moge blijken uit het voorbeeld van een filiaal van een groot winkelbedrijf dat slechts de prijs van 17 van de 3000 produkten die het verhandelde, verlaagde en dan nog slechts met een gemiddelde van 10 percent.
En ofschoon de regering reeds stappen heeft ondernomen om wat meer controle op de situatie te gaan uitoefenen, betaalt het publiek zich nog steeds blauw aan dure produkten, met weinig uitzicht op verbetering. Thans zijn het de oliemaatschappijen die klagen over de financiële verliezen die ze sinds februari hebben geleden, maar van de regering is reeds het voorstel uitgegaan dat ze hun woekerwinsten maar moeten gebruiken om hun tekorten te dekken. Hoe het ook zij, één ding is zeker: de kosten van het levensonderhoud blijven hoog.
Toch heeft de bevolking de situatie waarin ze thans verkeert, ook ten dele aan zichzelf te wijten. Hoe dat zo?
Paniek van de bevolking
Het Japanse volk heeft de profiteurs voor het merendeel regelrecht in de kaart gespeeld. Het „olietekort” kreeg van alles de schuld. In paniek inkopen en hamsteren was aan de orde van de dag. Suiker, meel, wasmiddelen, toiletpapier en andere dagelijkse benodigdheden stonden niet meer op de plaatsen waar ze eens in schijnbaar onuitputtelijke hoeveelheden wel hadden gestaan.
Buiten de grote winkels begonnen zich lange rijen te vormen, al vóór openingstijd. En dan kwam het gedrang en geduw voor het bemachtigen van enkele noodzakelijke produkten die binnen een paar minuten weer waren uitverkocht. Diverse gezinsleden stonden in die rijen waar één persoon slechts een afgepaste hoeveelheid mocht meenemen. Grote aantallen huisvrouwen stonden elke dag in de rij voor hetzelfde produkt. Sommigen deden alsof hun leven afhing van een rol toiletpapier. En men zou zich werkelijk kunnen afvragen: Als dit al gebeurt bij een uit de lucht gegrepen „tekort”, wat gaat er dan wel niet gebeuren als er werkelijk een tekort is?
Maar niet alleen in Japan, ook in andere landen hebben zich dergelijke reacties voorgedaan. Een benzinetekort bracht de Amerikaanse gemoederen heftig in beroering en ook daar begon men als in paniek te hamsteren, evenals in Nederland en ook in India waar ondanks een goede oogst de prijzen snel opliepen door een ongelimiteerde hamsterwoede. Er hoeft, gezien dit alles, weinig twijfel over te bestaan dat mensen zonder mededogen jegens hun naasten zullen optreden als er ooit werkelijke en acute tekorten zullen ontstaan. — Ezech. 38:21.
Anderzijds heeft de crisis ook zijn goede kanten gehad. Al zou het alleen maar zijn dat vele mensen die hun vertrouwen op materiële dingen stelden, tot het besef zijn gedwongen dat deze even snel aan hun hand kunnen ontglippen als de olie waarop ze vertrouwen; ja, dat „ook al heeft iemand overvloed, zijn leven [niet voortspruit] uit de dingen die hij bezit”. Aldus zullen sommigen misschien gaan beseffen dat er andere en belangrijker waarden in het leven zijn en zullen zij zich tot geestelijke dingen wenden. — Luk. 12:15.