Aquaducten — Prachtige staaltjes van ingenieurskunst!
Door Ontwaakt!-correspondent in Portugal
HEBT u bruikbaar water tot uw beschikking, in de hoeveelheid die u zich maar wenst? Nog menige huisvrouw moet met haar dagelijkse voorraad spaarzaam omspringen, daar deze uit een nabijgelegen stroom of bron of uit een verre put moet worden gehaald. Velen zullen echter niet lang bij deze kwestie stilstaan, aangezien de moderne vooruitgang water zo gemakkelijk verkrijgbaar heeft gemaakt. Maar zo is het niet altijd geweest. Weet u hoe heel veel stadbewoners eeuwen geleden aan water kwamen?
Dit gebeurde via aquaducten. De aquaducten in de oudheid waren gewoonlijk lange, smalle, volledig dichte tunnels, die bovengrondse waterkanalen vormden waardoorheen vrijstromend water van een natuurlijke bron naar een stad liep. Het water stroomde onder invloed van de zwaartekracht; de aquaducten hadden namelijk een lichte helling van 19 tot 38 centimeter op elke kilometer. Bij het oversteken van dalen was het nodig brugachtige constructies te bouwen, waarover het water met dezelfde flauwe helling verder kon stromen. Wanneer de waterloop op heuvels of bergen stuitte, moest er een gat door de rotsen worden geboord.
Het zal duidelijk zijn dat hiervoor goede ingenieursplannen nodig waren. De bijbel verhaalt dat Hizkía, koning van Juda (745-716 v.G.T.), opdracht gaf tot de aanleg van een opmerkelijk aquaduct, dat door massieve rots moest worden gehouwen. Hij deed dit door twee ploegen arbeiders van tegenoverliggende zijden naar elkaar toe te laten werken totdat zij elkaar in het midden ontmoetten. En dit was geen kleine tunnel; de gemiddelde hoogte was 1,80 meter en de lengte ongeveer 530 meter, of meer dan een halve kilometer!
Romeinse aquaducten
De Romeinen vervolmaakten later het aquaduct en bouwden er grote aantallen van, in alle delen van hun uitgestrekte rijk. Lange rijen bogen staan er nog, als monumentale herinneringen aan de bekwaamheid van de Romeinse ingenieurs. Iedereen die Europa bezoekt, kan ze zien. Eén oud aquaduct is de Pont du Gard bij Nîmes (Frankrijk). En te Segovia (Spanje) bevindt zich een geweldig mooi, ruim 820 meter lang aquaduct, dat is gebouwd onder keizer Trajanus (98-117 G.T.) en nog steeds in bruikbare staat verkeert.
De waterhoeveelheden die door deze aquaducten werden aangevoerd, waren geweldig. Naar verluidt zorgden de negen aquaducten die in 97 G.T. de stad Rome voedden, voor een dagelijkse hoeveelheid water van om en bij de 140.000.000 liter binnen de muren en nog eens 75.000.000 liter buiten de muren! In die dagen stond water de gemeenschap vrij ter beschikking, niemand hoefde ervoor te betalen. Wat de bouw en onderhoudskosten betreft, deze werden gedekt met de oorlogsbuit, uit de rijksschatkist of door enige rijke weldoeners. Zo werd het oude Rome beroemd om zijn openbare fonteinen, kranen en baden.
De aquaducten van Portugal
Enkele van de vele aquaducten van Portugal zijn gebouwd door de Romeinen, bijvoorbeeld de aquaducten te Beja en Conimbriga. De meeste zijn echter sinds de vijftiende eeuw aangelegd. Een werkelijk opmerkelijk bouwwerk is het Vila do Conde-aquaduct, dat in 1350 G.T. werd gebouwd en in totaal 999 sierlijk ontworpen bogen telde. Nog een indrukwekkend gezicht levert het Elvas-aquaduct op, dat een diep ravijn overspant en uit niet minder dan vier boven elkaar gelegen rijen bogen bestaat.
De stad Lissabon is in het gelukkige bezit van het beroemdste nog in gebruik zijnde aquaduct van het land, welks opmerkelijke aanblik de bewondering afdwingt van zowel toeristen als de plaatselijke bewoners. In 1731 G.T. vaardigde koning D. Joao een decreet uit om dit aquaduct te bouwen. Dit was werkelijk een noodzaak, want het was in die tijd een dagelijks terugkerend probleem om aan water te komen.
Stelt u zichzelf voor in het Lissabon van ongeveer 250 jaar terug. Bijna iedereen moet dagelijks naar de centrale tapplaats om zijn waterrantsoen van de dag te halen. Er zijn maar betrekkelijk weinig bevoorrechte privé-consumenten die de beschikking hebben over een eigen bron. Nu, dan gaan we maar met onze twee aarden kruiken in de hand naar de openbare tapplaats. Wat staan er al veel mensen!
Hoewel de meesten hun beurt geduldig afwachten, zijn er toch enkele herriemakers die zich al duwend en wringend voorbij de anderen proberen te dringen. Gevecht en gekijf zijn een dagelijks terugkerend ritueel; soms vallen er zelfs doden! Eindelijk zijn wij aan de beurt; weinig op ons gemak vullen wij onze kruiken en verdwijnen vlug uit de menigte. Als wij in het voorbijgaan een korte blik werpen op de man bij de tapplaats, beseffen wij dat hij wel een báán heeft. Opgelucht begeven wij ons naar huis, dankbaar voor onze dagvoorraad — nauwelijks acht liter, waarmee we alles moeten doen!
Geen wonder dat de Lissabonners het nieuws van de aanleg van het aquaduct als hoogst welkom toejuichten. De bouwkosten werden gedekt door het heffen van een speciale belasting op de verkoop van belangrijke plaatselijke produkten als zout, olijfolie, wijn, vlees en stro. Toen ten slotte, twintig jaar later, de bouw was voltooid, stroomde er in grote hoeveelheden zoet water Lissabon binnen, afkomstig van de bronnen bij Caneças, ruim zeventien en een halve kilometer buiten de stad gelegen.
In deze tijd wordt het water over vele ravijnen en dalen en — via onderaardse tunnels — dwars door heuvels heen aangevoerd. Het aquaductsysteem is uitgebreid om water van verschillende zijrivieren met een totale lengte van achtenvijftig kilometer te kunnen betrekken, waardoor het aantal bogen dat het aquaduct ondersteunt, tot 127 is gestegen. Majestueus zijn de vijfendertig hoge bogen die het aquaduct over het Alcântara-dal in Lissabon dragen; de grootste, centrale boog heeft een overspanning van 33 meter en is bijna negenenzestig meter hoog, ofte wel even hoog als een gebouw van tweeëntwintig verdiepingen! Wat een contrast vormt dit oude, ’s nachts in licht badende aquaduct aan de rand van de stad met de moderne autowegen die onder zijn bogen doorlopen. Passend wordt het het „Aguas Livres Aqueduct” genoemd, wat „Vrij Water-Aquaduct” betekent, duidend op de onbelemmerde toevloed van water naar de stadsbevolking.
Kom, dan gaan we eens een kijkje in het aquaduct nemen. Wij worden meegenomen naar de bovenkant van de hoge bogen die uit het Alcântara-dal oprijzen en zijn verbaasd te vernemen dat het aquaduct ook als wandelweg voor voetgangersverkeer over het dal heeft gediend. Beide kanten van het waterkanaal zijn voorzien van een borstwering om voetgangers ervoor te behoeden over de rand te vallen.
Tot nog toe zien wij evenwel nog geen water, aangezien de waterloop volledig bedekt is. Op regelmatige afstanden staan kleine vierkante torentjes op het aquaduct, elk voorzien van een deur die toegang geeft tot de eigenlijke watertunnel. Door een van deze deuren naar binnen glurend, zien wij het heldere water door het kanaal stromen — en hoe snel stroomt het! Tot onze verbazing kunnen wij de overdekte ruimte betreden zodat wij ons ten slotte werkelijk binnen in het aquaduct bevinden.
Stelt u zich eens voor, de tunnel is bijna vier meter hoog! Parallel aan het water loopt een smal looppad. Dit wordt gebruikt door arbeiders die herstelwerkzaamheden moeten verrichten. Een inhammetje in de muur bevat een aarden kroes, en ons wordt een proefje van het water aangeboden. Oh, wat verkwikkend en wat een heerlijke smaak! De waterstroom is niet diep, nauwelijks achttien centimeter, terwijl de waterloop zelf niet meer dan een meter breed is. Het aquaduct eindigt in het hartje van de stad, in een reservoir. Natuurlijk is dit aquaduct niet meer Lissabons enige watertoevoer, daar reeds lang moderne systemen de oude, van zwaartekracht gebruik makende methoden, hebben vervangen.
De vele oude tapkranen in Lissabon, die nog steeds werken, geven enigszins een idee hoe de waterdistributie in die voorbije dagen geschiedde. Toen er meer water beschikbaar was en de bevolking groeide, werden er vele voortreffelijke openbare tapplaatsen aangelegd. Interessant is dat uit gegevens in documenten op het stadhuis van Lissabon nog veel is op te maken over de methoden die in de achttiende eeuw werden gebruikt om het water te distribueren.
Elke openbare tapplaats was aan een aantal mannen toegewezen die een vergunning hadden om drinkwater aan de huizen af te leveren; het water hadden zij op de rug bij zich in een houten dertig-literton. Ook niet-drinkbaar water werd van huis tot huis verkocht; de waterdragers echter die trachtten dit water voor drinkwater te verkopen, werden met zware boetes gestraft. Zo deed het gebruik zijn intrede om voor water te betalen dat aan huis werd afgeleverd. Zelfs tot op de dag van vandaag zijn er in Lissabon nog enige openbare wasreservoirs in gebruik, waar degenen die niet het voorrecht genieten stromend water in huis te hebben, heen kunnen om de gezinswas te doen. Ook zijn er nog velen die gebruik maken van de openbare badgelegenheden.
Moderne aquaducten
In vergelijking met de aquaducten uit de oudheid, die meestal werden gebouwd van baksteen, houten pijpen of zelfs bamboemateriaal, zijn de moderne aquaducten kolossale ingenieursprestaties, die uit kanalen, pijpleidingen en tunnels kunnen bestaan. De trek naar de steden, waardoor snel groeiende metropolen met een miljoenenbevolking zijn ontstaan, heeft een ware uitdaging geschapen voor het vermogen van de mens om zichzelf van voldoende water te voorzien. In de Amerikaanse staten New York en Californië zijn markante resultaten van grote inspanningen op dit gebied waar te nemen.
De stad New York bouwde het reusachtige Catskill-aquaduct om per dag een 1.900.000.000 liter water naar de stad te voeren. Er werd een commissie ingesteld die de watervoorziening van zo’n veertien grote steden in zuidelijk Californië zeker moest stellen. Als resultaat kwam het opmerkelijke Colorado River-aquaduct uit de bus, dat over een afstand van 380 kilometer water onder druk over verschillende bergketens voert. Het project omvatte ook de bouw van drie betonnen dammen en vijf grote pompstations om het water in totaal 490 meter omhoog te brengen. In Californië is men nu bezig met een watervoorzieningsproject dat elk ooit ondernomen ingenieurswerk voor het transport van water in de schaduw zal stellen.
Zonder twijfel zal iedereen het er over eens zijn dat water van fundamenteel belang is. Wist u echter dat er meer dan één soort van „water” is?
Jezus Christus zei tot een Samaritaanse vrouw die haar dagelijkse voorraad water uit een bron kwam putten: „Iedereen die van dit water drinkt, zal weer dorst krijgen. Al wie van het water drinkt dat ik hem zal geven, zal nimmermeer dorst krijgen, maar het water dat ik hem zal geven, zal in hem een bron van water worden dat opborrelt om eeuwig leven te schenken.” — Joh. 4:13, 14.
Dit „water” is Gods voorziening voor het verwerven van eeuwig leven door bemiddeling van Jezus Christus. Velen hebben tot hun eeuwige vreugde dit symbolische „water” gevonden. Wij hopen dat ook u hier zoveel belangstelling voor zult hebben dat u naar dit „water des levens” zult zoeken en het zult vinden. — Openb. 22:1.