Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g73 8/1 blz. 21
  • St. Lucia — Eiland van de tweelingpieken

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • St. Lucia — Eiland van de tweelingpieken
  • Ontwaakt! 1973
  • Vergelijkbare artikelen
  • De banaan — Een opmerkelijke vrucht
    Ontwaakt! 1994
  • Bananen smaken lekker en zijn goed voor u
    Ontwaakt! 1971
  • Een bezoek aan een bananenplantage
    Ontwaakt! 2003
  • Een internationale taal in de maak
    Ontwaakt! 1972
Meer weergeven
Ontwaakt! 1973
g73 8/1 blz. 21

St. Lucia — Eiland van de tweelingpieken

Door Ontwaakt!-correspondent op St. Lucia

EEN van de lieflijkste Westindische eilanden is St. Lucia — een bergmassief dat steil uit de zee oprijst en waarvan de toppen altijd in nevel zich gehuld. Dit bergachtigste eiland van de Bovenwindse Eilanden is bekend om zijn unieke natuurlijke kenmerk: de tweelingpieken. Dit zijn twee reusachtige, piramidevormige rotsen onmiddellijk aan de zeekust. De tweelingpieken zijn volledig bedekt met plantengroei, hebben een hoogte van meer dan zevenhonderd dertig meter en staan volledig los van alle omliggende bergen. Ze hebben lange tijd als markatiepunt voor zeelieden gediend, op een eiland dat meer dan twee eeuwen lang het toneel is geweest van heel wat gevechten tussen Fransen en Engelsen.

St. Lucia is zelfs wel veertien maal in andere handen overgegaan. Sinds 1803 heeft het eiland onder Brits bestuur gestaan. Nu heeft St. Lucia zelfbestuur als een van de Westindische, met Groot-Brittannië geassocieerde staten. Maar de Franse invloed is nog merkbaar. Een bezoeker merkt al heel snel hoe het Frans zich in de taal en in de namen met het Engels vermengd heeft. Zo ligt bijvoorbeeld het dorpje Londonderry in de heuvels achter Anse de la Rivière Dorée, en de pieken — in het Engels Pitons genoemd — dragen de namen Gros Piton en Petit Piton.

Hoewel Engels de voertaal is, wordt er in de dagelijkse omgang ook veel gebruik gemaakt van patois, een kleurrijk Frans dialect. Het patois is geen geschreven taal, maar toch is het verbazingwekkend te bemerken hoe het tot nu toe kans heeft gezien zich te handhaven. Ondanks het feit dat sommige mensen enigszins tegen het patois zijn ingenomen, daar zij vrezen dat het Engels van de kinderen erdoor bedorven zal worden, zijn er maar heel weinig mensen op het eiland die het niet kunnen spreken.

Het patois heeft beslist een zekere invloed op het Engels dat men spreekt, vooral als het om idiomatische of vaste uitdrukkingen gaat. Zo is bijvoorbeeld „Kumõ yay?” een heel gewone begroeting. Het onveranderlijke antwoord daarop is: „Mwẽ la, tee bwẽ.” Letterlijk wordt dit: „Hoe maakt u het?” „Ik ben er, het gaat wel.” En wanneer men nu in het Engels iemand vraagt: „How are you?” luidt ook het antwoord: „I’m there.” Een andere gewone idiomatische uitdrukking, die in het Engels niet gewoon is, luidt: „Come, let me tell you that.” Het is dus duidelijk dat het Engels dat op het eiland wordt gesproken een apart karakter heeft.

Wanneer een bezoeker de hoofdstad van het eiland Castries, binnenkomt, zal hij al gauw opmerken dat alle huizen daken hebben van gegalvaniseerd, vaak rood geschilderd, plaatwerk. Deze daken vormen een mooi contrast met het groen van de bomen en struiken die de huizen omgeven. In de verte hoort men misschien het geluid van een steelband, die levendige muziek maakt op instrumenten die zijn vervaardigd uit afgedankte olievaten.

Eens was St. Lucia een „suikerriet”-eiland, maar nu zijn bananen de voornaamste bron van inkomsten. Het duurt negen maanden tot een heel jaar voordat een bananeplant van jonge loot tot volwassen plant is opgegroeid en een tros bananen voortbrengt. Dan wordt de plant omgehakt, waarbij er wel op wordt gelet dat de scheuten of uitlopers niet worden beschadigd, omdat deze te zijner tijd ook weer een tros bananen zullen voortbrengen.

Veel eilandbewoners hebben een behoorlijke algemene ontwikkeling. Maar er zijn ook mensen die alleen maar de geïsoleerde wereld kennen waarin zij wonen. Zij leven niet alleen door het water, maar ook door hun gewoonten en tradities volkomen afgezonderd van de wereld. Terwijl sommige eilandbewoners u alle details van de recente wereldgeschiedenis kunnen vertellen, kan het ook voorkomen dat u mensen tegenkomt die nog nooit van de Tweede Wereldoorlog hebben gehoord, en heel velen weten niet wie er tegen wie hebben gevochten. Op sommige plaatsen wordt obeah (waarzeggerij en magie) beoefend; sommigen beweren zelfs dat het mogelijk is ten eigen bate een koop met de Duivel te sluiten.

Voor velen begint de dag ’s morgens om vijf uur. Zij zijn dan reeds druk bezig om hun zaken af te handelen voordat de zon op is — barrevoets lopend met de een of andere lading op hun hoofd, en een groot mes (machete) in de hand. Dit mes met zijn vijfenveertig centimeter lange lemmet wordt voor bijna alles wat u zich maar kunt voorstellen, gebruikt — van het wieden van de tuin tot het snijden van vis toe. Hoewel het leven vroeg begint, moet u zich niet voorstellen dat men op dit mooie eiland net zo gehaast leeft als in de grote steden op het vasteland. In de regel zijn de huizen eenvoudig gemeubileerd en de maaltijd bestaat gewoonlijk uit een bord rijst, broodvruchten, meelbananen, bonen en bonito (tonijn).

Dit eiland van de tweelingpieken, met zijn dichte, tropische gebladerte en diepe, in cultuur gebrachte dalen, is werkelijk een lust voor het oog en een plek waar de meeste mensen nog tevreden zijn met de noodzakelijke levensbehoeften.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen