De crisis in de energievoorziening — Vraag overtreft aanbod
HEBT u in uw huis de beschikking over elektriciteit? In miljoenen huizen werken de lampen, de koelkast, de televisie en vele andere huishoudelijke apparaten op elektriciteit. Elektriciteit is met de knip van een schakelaar beschikbaar. Toch is er, wereldomvattend genomen, een tekort aan elektriciteit.
Op veel plaatsen overtreft de vraag naar energie reeds het aanbod; vaak branden de lampen in de huizen zachter of zijn ze bij tijden helemaal uit. De New York Times berichtte vorige zomer: „Miljoenen Amerikanen leven onder de dagelijkse dreiging van het uitvallen of afnemen van de energievoorziening en mogelijke elektriciteitsrantsoenering. Dit tekort aan elektrische energie is echter niet alleen maar een seizoenverschijnsel, het is een onderdeel van een nationale crisis.”
Over de situatie vorige zomer in het land dat 35% van de elektriciteit ter wereld produceert, schreef Science Digest van december 1971: „Gedeeltelijke verduisteringen waren een normaal verschijnsel. Op sommige plaatsen was het uitvallen van de stroom een gewoon gebeuren geworden. Sommige elektriciteitsnetten konden, wankelend op de rand van een elektriciteitschaos, nauwelijks catastrofes vermijden.”
Dit uitvallen van de energie betekende voor sommigen tijdelijk ongemak. Liften hielden op te werken. De airconditioning viel uit. Radio’s en televisies speelden niet. Het voedsel in de koelkasten bleef niet langer koud. En gezinnen met elektrische kooktoestellen konden geen maaltijden bereiden.
Bewust van een crisis
Maar misschien hebt u van dit alles nog niets gemerkt en hebt u slechts gehoord dat er een crisis in de energievoorziening is. En daar u nog ongestoord van elektriciteit wordt voorzien, zult u er misschien weinig aandacht aan hebben geschonken. Toch is de situatie ernstig, misschien ernstiger dan u beseft. Het is niet slechts een kwestie van ongemak dat te wijten is aan het een of andere tijdelijke tekort aan energie en aan gebreken in de apparatuur. Er bestaat het gevaar van een totale ineenstorting, zoals energiedeskundige T.F. Bradshaw in een interview met U.S. News & World Report opmerkte:
„Ik denk dat de meeste mensen zich pas bewust zullen zijn van deze crisis wanneer zij naar de lichtschakelaar lopen, deze aanknippen en er niets gebeurt. Zelfs dan zullen zij nog denken dat er een technische storing is in de apparatuur die hen van elektriciteit voorziet. . . . wij hebben altijd zo’n overvloed aan goedkope energie gehad dat de mensen niet kunnen geloven dat er een energie-crisis bestaat.”
Toch is de crisis reëel. En men begint de eerste tekenen ervan reeds te voelen. Zo werden bijvoorbeeld vorige zomer in de stad New York, iets waar het algemene publiek waarschijnlijk geen weet van heeft gehad, grootverbruikers van elektriciteit opgebeld en gevraagd hun elektriciteitsafname te verminderen.
Het probleem is niet plaatselijk, beperkt tot een gedeelte van de Verenigde Staten of zelfs alleen maar tot de Verenigde Staten. In het NRC/Handelsblad van 29 maart 1971 stond een bespreking van het in Utrecht gehouden energiecongres; hierin werden de woorden aangehaald van professor J.J. Broeze over de situatie in Nederland. Hij zei:
„Er is op een schandalige manier potverteerd; we hebben gedacht dat de uitbreiding van het elektriciteitsverbruik onbegrensd was, maar nu komen grenzen in zicht. We moeten aan de rem — niet aan de noodrem — trekken en de economische groei nu wat afremmen omdat anders de toekomst ons zou kunnen dwingen nog veel harder te remmen.”
Ook andere Europese landen en Japan hebben te kampen met problemen in verband met de energievoorziening. De eerste minister van Japan verklaarde dat het grootste probleem voor zijn land was, voldoende energie te verkrijgen. „Energie is de sleutel”, zo zei hij, „voor de volgende 30 jaar.”
Maar waarom bestaat er heden ten dage zo’n grote vraag naar energie? Hoe groot is het energieverbruik? Waar komt de energie vandaan?