Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g72 22/7 blz. 3-4
  • Hoe ernstig neemt u het met de moraal?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hoe ernstig neemt u het met de moraal?
  • Ontwaakt! 1972
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hoe de christelijke moraal wordt bezien
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Inhoud
    Ontwaakt! 2000
  • Seks en moraliteit
    Wat jonge mensen vragen — Praktische antwoorden
  • Wanneer haat goed is — een bescherming
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
Meer weergeven
Ontwaakt! 1972
g72 22/7 blz. 3-4

Hoe ernstig neemt u het met de moraal?

DAT is een vraag die iedere rechtgeaarde persoon zichzelf terecht zou kunnen stellen, vooral in deze tijd. Kijk maar waar u wilt, in het zakenleven, in de industrie, onder allerlei beroepen of in de regering, overal vindt u een schrikbarend gebrek aan moraal. Als u niet op uw hoede bent, kunt u gemakkelijk door deze tendens worden beïnvloed.

Typerend is de grove en wijdverbreide corruptie onder de politie, die in oktober 1971 door het werk van de Newyorkse onderzoekcommissie-Knapp aan het licht kwam. Tijdens één verhoor uitte een voormalige politieagent de beschuldiging dat er in één politiedistrict met zeventig politieagenten slechts twee eerlijke agenten waren, slechts twee die geen steekpenningen aannamen. Tijdens een ander verhoor werd de beschuldiging geuit dat de politie zelf in narcotica handelt, dat er voor zo’n ƒ 22.000.000 aan drugs verdwenen was nadat de politie hier jacht op had gemaakt, aangezien deze drugs door de agenten zelf waren verkocht. En zo werden er dag in dag uit onverkwikkelijke onthullingen gedaan. Volgens sommige waarnemers was het niet langer een kwestie van slechts één rotte appel in een mand die de andere zou kunnen aansteken, maar kon er veeleer worden gezegd dat zo goed als alle appels rot waren.

Men zou kunnen vragen: Kan er soms iets anders verwacht worden? Earl Brown, voormalig gemeenteraadslid van de stad New York, schreef in de New York Times van 2 november 1971: „Het probleem is niet corruptie onder de politie, maar een wetteloze maatschappij. . . . Als men van de dienstdoende agent . . . eist dat hij niet corrupt is, eist men meer dan waar anderen zich aan willen houden. Wanneer Amerikanen orde en wet eisen, bedoelen zij dit voor iemand anders, niet voor zichzelf. De welgestelde ouder uit de middenstand die een politieagent steekpenningen aanbiedt opdat deze zijn zoon niet zal arresteren . . . negeert het feit dat hij een misdaad begaat. . . . Hoe kan men van de agenten verwachten dat zij niet corrupt zijn” als zoveel andere mensen het wel zijn?

Maar vindt men niet in bijna elk land, en vooral onder de jongere generatie, een behoorlijk aantal mensen die beweren dat zij het ernstig nemen met de moraal? Ja, zij geven inderdaad blijk van rechtvaardige verontwaardiging met betrekking tot wat men grote moraliteitskwesties of onrechtvaardigheden zou kunnen noemen, zoals de onrechtvaardigheid van oorlog, het onrecht dat wordt veroorzaakt door rassendiscriminatie en het uitbuiten van arbeiders.

Hoevelen van deze personen die protesteren tegen onrecht zijn echter werkelijk consequent wanneer het op hun persoonlijke moraal aankomt? Klaarblijkelijk slechts weinigen. Want, zoals één schooldirecteur opmerkte, beweren zulke personen zich aan een „macro-moraliteit” te houden, een moraliteit in verband met grote kwesties, terwijl zij volkomen onverschillig zijn wanneer het op „micro”-moraliteit of persoonlijke moraliteit aankomt. Zij zijn heel inconsequent en tonen geen gewetensbezwaren als het gaat om spieken bij schoolproefwerken, stelen, liegen, of wreed zijn voor hun ouders.

Dan zijn er nog vele geestelijken der christenheid, vooral de moderne of „liberale” geestelijken, die er alleen maar toe bijdragen dat de zaken nog erger worden. Zij hebben lange tijd het immorele gedrag van de zijde van hun parochianen door de vingers gezien, en nu hechten velen van hen zelfs hun goedkeuring aan gedrag dat uitdrukkelijk en ondubbelzinnig in Gods Woord, de bijbel, veroordeeld en verboden wordt, zoals voorechtelijke geslachtsgemeenschap en homoseksualiteit. — 1 Kor. 6:9, 10.

De bijbel wordt door velen weliswaar als ouderwets beschouwd, maar heeft de moderne mens zijn levenslot soms verbeterd door de in de bijbel opgetekende beginselen opzij te zetten? Grijpen misdaad en geweldpleging niet als nooit tevoren om zich heen? Zou dit zo zijn als de mensen acht sloegen op het bijbelse beginsel ’anderen net zo te behandelen als u door hen behandeld zou willen worden’? (Luk. 6:31) En zou er een pandemie van geslachtsziekten zijn of zouden aanrandingen en onwettige geboorten zo schrikbarend toenemen als de bijbelse beginselen werden opgevolgd en seksuele omgang slechts beperkt werd tot personen die getrouwd zijn?

Door het niet ernstig te nemen met de moraal, bestempelt men zich volgens de bijbel, het Woord van God, als een dwaas, ja, zelfs als een waanzinnige. Zo lezen wij dat „het een vermaak is voor den dwaas schanddaden te bedrijven”. En ook staat er: „Zoals een dolleman, die brandende pijlen en dodelijke schichten afschiet, zo is hij, die zijn naaste bedriegt en zegt: Deed ik het niet voor de grap?” — Spr. 10:23; 26:18, 19, NBG.

De moraal is geen vermaak en dient niet als iets beschouwd te worden waar men grappen mee kan uithalen. De moraal is iets wat men ernstig moet nemen. Daarom gebiedt Gods Woord ons dat wij niet alleen het goede moeten liefhebben en doen, maar ook het slechte moeten haten en verafschuwen. Ten einde uzelf te beveiligen met betrekking tot de moraal moet u zich als het ware zowel in positieve als in negatieve zin versterken door het goede lief te hebben en aan te hangen en door het slechte te haten en te vermijden. „Haat het slechte” en „hebt een afschuw van wat goddeloos is, hangt het goede aan”, zegt Gods Woord ons. — Ps. 97:10; Rom. 12:9.

Door het ernstig te nemen met de moraal volgt men de verstandige handelwijze. Het is de handelwijze waarvan men de minste spijtgevoelens ondervindt, zo die er al zijn. Wij ontkomen er niet aan, als wij onverschillig zijn, door bijvoorbeeld met seksuele immoraliteit te spelen, verliezen wij ons zelfrespect en worden door een schuldig geweten gekweld. Mensen met een slecht geweten „vluchten al wanneer er geen vervolger is, maar de rechtvaardigen zijn als een jonge leeuw die vol vertrouwen is”, zegt de geïnspireerde spreuk. — Spr. 28:1.

Als een hulp om het ernstig te nemen met de moraal dient u het tot een gewoonte te maken Gods Woord, de bijbel, dagelijks te lezen. Het zal u leiding, verlichting en kracht schenken om de juiste handelwijze te volgen en zal u in staat stellen het kwaad te vermijden. In dit boek worden de vereisten opgesomd waaraan de mens moet voldoen: „Wat vraagt Jehovah van u terug dan gerechtigheid te oefenen en goedheid lief te hebben en bescheiden te wandelen met uw God?” Gerechtigheid oefenen betekent ’anderen net zo te behandelen als u door hen behandeld zou willen worden’. En om u daartoe te bewegen, zult u geholpen worden door het beginsel: „Het loon dat de zonde betaalt, is de dood, maar de gave die God schenkt, is eeuwig leven door Christus Jezus, onze Heer.” — Micha 6:8; Luk. 6:31; Rom. 6:23.

Het lijdt geen twijfel: Als wij onze Schepper willen behagen, als wij datgene willen doen wat juist is jegens onze naaste en als wij de handelwijze willen volgen die op den duur het meest lonend is, dan moeten wij het ernstig nemen met de moraal.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen