Bied het hoofd aan de uitdaging van uw omgeving
WAAROM zou u het hoofd willen bieden aan de uitdaging van uw omgeving? Omdat schepselen die niet aan de uitdaging van hun omgeving het hoofd kunnen bieden, sterven; men dient aan de uitdaging het hoofd te bieden, wil men blijven leven. U zult, wilt u zich in een bepaalde mate van gezondheid en kracht verheugen, wilt u vorderingen blijven maken en wilt u niet gefrustreerd raken, zelfs tot op zekere hoogte aan de uitdaging van uw omgeving het hoofd móeten bieden.
In ons eigen lichaam hebben wij voorbeelden hoe er aan de uitdaging van de omgeving het hoofd kan worden geboden. U weet dat hoe hoger men komt, des te minder zuurstof er zich in de lucht bevindt. Het menselijk lichaam biedt aan deze uitdaging van grote hoogte het hoofd door het aantal rode bloedlichaampjes in het bloed te vermeerderen. De mensen die op grote hoogte leven hebben in het algemeen een groter hart. Zo hebben mensen die in tropische gebieden leven meer pigment in hun huid om hen tegen de zon, die daar hoger aan de hemel staat, te beschermen.
U kunt uzelf beschermen
Heden ten dage wordt door de zelfzucht van de mens niet alleen zijn letterlijke omgeving steeds ongezonder maar, wat belangrijker is, ook de geestelijke en morele omgeving van de mens wordt vervuild door mensen zonder morele beginselen. Wij kunnen maar heel beperkt iets doen aan de vervuiling van onze letterlijke omgeving. Maar wat valt er te zeggen over de morele vervuiling? Kunnen wij het hoofd bieden aan de uitdaging die hierdoor wordt geboden? Ja, dat kunnen wij. Hoe? In principe door ons hart te beschermen en door zelfbeheersing te oefenen. — Spr. 4:23.
Bij het bespreken van de verhouding van de mens tot zijn omgeving, zegt de overleden Nobelprijswinnaar in de biologie, Dr. A. Carrel, in zijn boek Man, the Unknown: „Ieder afzonderlijk persoon bezit het vermogen om zijn eigen levenswijze te vormen, om rond zich een omgeving te scheppen die enigszins afwijkt van die van de onnadenkende massa. Hij is enigermate in staat zichzelf af te zonderen, door zich bepaalde [fysieke] en mentale disciplines op te leggen . . . om meester te worden over zijn eigen lichaam en geest.” Ja, de mens bezit een natuurlijk vermogen om bepaalde dingen die hem omringen uit zijn geest te bannen. Maar dit natuurlijke vermogen is niet genoeg. Men heeft de hulp van Gods Woord der waarheid en Gods geest nodig om in een slechte morele omgeving staande te kunnen blijven.
Natuurlijk is het in het belang van een christen zelf om, voor zover dit mogelijk is, een omgeving die zijn geestelijke welzijn niet ten goede komt, te vermijden of te verlaten. ’Slechte omgang bederft werkelijk nuttige gewoonten.’ Gods Woord geeft de wijze raad: „Heb geen omgang met iemand die snel toornig is; en bij een man die woedeuitbarstingen heeft, moogt gij niet binnengaan, opdat gij niet vertrouwd raakt met zijn paden en stellig een strik in ontvangst neemt voor uw ziel.” — 1 Kor. 15:33; Spr. 22:24, 25.
Maar een christen moet misschien om in zijn levensonderhoud te voorzien, met dergelijke mensen samenwerken. En bijna alle christelijke jongeren komen op school in nauw contact met slecht gezelschap. Ook kunnen christelijke mannen of vrouwen een ongelovige huwelijkspartner hebben, die zich zelfzuchtig of misschien wel immoreel gedraagt. Dit alles behoort tot de omgeving van een christen en vormt een werkelijke uitdaging.
Hoe aan de uitdaging het hoofd te bieden
De christelijke getuigen van Jehovah hebben steeds weer opnieuw getoond dat aan deze uitdaging het hoofd kan worden geboden. Heel opmerkelijk was hun gedrag in de concentratiekampen in nazi-Duitsland, Rusland en andere landen. De toestanden — het milieu of de omgeving van deze kampen — waren zodanig dat de meesten die er gevangen werden gehouden, ontaardden. Maar over Jehovah’s getuigen schreef professor Ebenstein in zijn boek The Nazi State dat „elk lid een vesting schijnt te zijn die wel vernietigd maar nooit ingenomen kan worden”. Zij boden niet alleen het hoofd aan de uitdaging van een dergelijke omgeving, waarbij zij zoals een andere schrijver het uitdrukte, ’als rotsen in een modderpoel’ waren, maar zij waren zelfs in staat anderen zodanig te beïnvloeden dat dezen een betere, christelijke levenswijze gingen leiden.
Ofschoon er nu betrekkelijk weinig christenen in een concentratiekamp zitten, leven zij bijna allen in een vijandige omgeving die voor hen een uitdaging vormt. Misschien wordt een christen achtergesteld, beschimpt of belachelijk gemaakt vanwege zijn ras, nationaliteit of geloof. Hoe zal hij reageren? Zal hij bitter gestemd en wrokkend in zijn schulp kruipen? Of zal hij in woede uitbarsten? Dan zou hij niet succesvol aan de uitdaging het hoofd bieden; hij zou een nederlaag lijden. Om aan de uitdaging het hoofd te kunnen bieden en als overwinnaar te voorschijn te komen, moet hij Jezus nabootsen. — 1 Petr. 2:23.
Ook kan het gebeuren dat de omgeving waarin een christen verkeert, buitengewoon immoreel is. Misschien gebruiken degenen die zich bij hem op zijn betrekking, op zijn werk of op school bevinden, ontuchtige taal door schuine moppen te vertellen. Hoe kan hij succesvol aan deze uitdaging het hoofd bieden? In ieder geval niet door aan dergelijk gepraat mee te doen, door er plezier in te hebben, noch door er met een aandachtig oor naar te luisteren. Opnieuw geeft Gods Woord ons goede raad door te zeggen: „Blijft u ervan vergewissen wat de Heer welgevallig is, en hebt niet langer met hen deel aan de onvruchtbare werken die tot de duisternis behoren, maar wijst ze veeleer zelfs terecht.” — Ef. 5:10, 11.
Een christen zal soms ontdekken dat de personen met wie hij werkt, goederen stelen van hun werkgever of op hun werk er de kantjes aflopen. Kan hij aan zulke praktijken meedoen om er maar niet van beschuldigd te worden ’overdreven rechtschapen’ te zijn? Niet als hij God wil behagen.
Wat zal christenen helpen aan zulke uitdagingen het hoofd te bieden? Een van de dingen die zal helpen is, de vrees voor mensen te vervangen door vertrouwen in Jehovah (Spr. 29:25). Om dat vertrouwen te bezitten, moet een persoon zijn geest voeden door geregeld Gods Woord te bestuderen, zijn hart versterken door er geregeld over te mediteren en hij moet met anderen die Gods leiding zoeken, blijven samenkomen.