Dieren doffen zich op
KAMMEN en haarborstels! Poeder en poederdonzen! Tandenstokers en tandenborstels! Men zou er beslist niet aan denken deze voorwerpen met het dierenleven in verband te brengen. Het idee alleen al zou sommige mensen misschien belachelijk lijken. Niettemin hebben onderzoekers en waarnemers van het gedrag van dieren ontdekt dat tal van onze buren onder de vissen, vogels en landdieren met dergelijke toiletartikelen zijn toegerust en dat ze die geregeld gebruiken om zich schoon en mooi te maken.
Onze dieren-buren hebben deze gedachte zich op te doffen niet van zichzelf. Neen, het is de Almachtige God, hun Schepper, die ze met deze toiletartikelen heeft toegerust. Hij is het ook die ze het instinct heeft gegeven deze toiletartikelen te gebruiken voor het doel waarvoor ze bestemd zijn. Hierdoor kunnen dieren dus een programma van praktische hygiëne volgen dat hen helpt gezond te blijven.
Hun kammen en borstels
Neemt u de toiletartikelen van de nederige mier eens. Deze kleine insekten bezitten kammen, borstels, zeep en pommade die ze veelvuldig en met grote energie gebruiken. Ja, mieren hebben kammen met fijne en kammen met grove tanden, net als de mensen. Deze kammen zitten aan het vierde gewricht van hun poten.
R. Dixon en B. Eddy citeren in hun boek Personality of Insects Dr. Cook die vele jaren lang een studie van mieren heeft gemaakt en gezegd zou hebben: „Dit (de scheenbeenkam) is een echte kam die de uitvinder van onze kammen wel als voorbeeld gediend zou kunnen hebben en waarvan het voornaamste verschil is dat hij permanent aan de poot vastzit die hem hanteert. De kam heeft een korte steel, een stevige rug en regelmatige tanden.” De tanden „lopen naar het vrije einde puntig toe, zijn stevig maar elastisch en springen terug als ze gebogen worden, net als de tanden van een kam”.
De borstels van de mieren zijn vernuftig en praktisch. Ze bestaan uit holle haartjes waardoorheen een smeermiddel of pommade wordt afgescheiden. Dit smeermiddel maakt dat korreltjes vuil en stof aan elkaar blijven kleven, waardoor ze gemakkelijk verwijderd kunnen worden.
De mieren doffen zich gewoonlijk ’s morgens als ze wakker worden op. Dan ziet men ze bezig zich energiek te kammen en te borstelen. Kieskeurig en niet gauw tevreden als ze zijn, doffen mieren zich bovendien telkens op wanneer ze dit nodig achten. Het is interessant dat mieren ook elkaar helpen kammen, borstelen en wassen, waarbij ze die gedeelten van het lijf van andere mieren reinigen waar deze zelf niet bij kunnen komen. Ja, ze passen zelfs massage toe.
Een ander dier dat met toiletartikelen is toegerust, is de bever. Hij heeft een ingebouwde kam en haarmiddeltoevoer. De nagel van de tweede teen van elke achterpoot is gespleten en de teen zelf kan, doordat hij geleed is, in elke richting buigen. Met deze kam zit de bever dus op zijn staart — hetgeen zijn vetklieren schijnt te helpen het benodigde haarmiddel af te scheiden en zijn bontjas op te dirken.
Onder de gevleugelde schepselen hebben de vrijstaartvleermuizen de doeltreffendste haarborstels. Aan de buitenste tenen van hun poten zitten haartjes of borsteltjes die uitsteken. Deze borsteltjes zijn vlak bij het puntje in een rechte hoek gebogen. Hoe meneer Vleermuis zijn poten dus ook beweegt, hij kan altijd tot op zijn haarwortels doordringen. En hij neemt er ruimschoots de tijd voor om zich op te dirken. Hij gebruikt beurtelings alle twee zijn haarborstels. Als hij klaar is, is het haar op zijn rug netjes in het midden gescheiden.
De borstels van de steurgarnaal hebben haren die, net als die van een flessenreiniger, rechtop staan. Ze bevinden zich op zijn voorste scharen en hij borstelt er elke dag energiek ieder deel van zijn lichaam mee, waarbij hij zelfs verbazend ver onder zijn schaal komt. Als zijn borstels vuil worden, maakt hij ze schoon door ze eenvoudig door zijn bek te halen.
Hoe ze zich poederen
Een van de schoonheidsmiddelen die enkele van onze dieren-buren gebruiken om zich op te doffen, is een soort van poeder, in de meeste gevallen stof. Kijkt u maar eens op de toilettafel in het boudoir van de reiger, welke langpotige vogel voornamelijk van vis en andere waterdieren leeft. Aangezien een dergelijke slijmerige kost zijn veren vuil maakt, moet de reiger zich dadelijk na het eten schoonmaken. Hij is hiertoe met twee schoonheidsmiddelen toegerust.
Op zijn borst heeft hij een poederdons die bestaat uit korte, brosse veren, bedekt met een wasachtig poeder. De nagel van de middenteen van zijn poot is zaagvormig. Onder een microscoop ziet hij er net uit als een kam. Na de maaltijd poedert de reiger zijn kop en hals flink door ze eenvoudig in zijn poederdons op zijn borst te steken. Dit zuigt het slijm op. Vervolgens gaat hij op één poot balanceren en gebruikt hij de andere om met zijn nagel-kam het poeder van zijn veren af te kammen. Daarna verzorgt hij zijn snavel en dan om beurten elke vleugel. Zijn vleugel uitspreidend, strijkt hij er met zijn poot onder en legt de veren netjes.
Ook de roerdomp is een vogel die zich op soortgelijke wijze opdoft, omdat zijn voedsel op dat van de reiger lijkt. Zijn kam is echter nog doeltreffender. Deze heeft zesendertig goed gevormde tanden!
Fazanten en patrijzen nemen geregeld stofbaden. Beide soorten hebben lievelingsplekjes of stofbadkuipen. Fazanten gebruiken een stofplaats zo dikwijls dat hij vol fijn poederachtig stof komt. Als er een op neerstrijkt en het poederachtige stof in zijn veren begint te gooien, gaat het stof in wolken omhoog. Tijdens droog weer gaan de patrijzen dagelijks naar hun stofbaden, of het nu op een weg is of op de een of andere droge, kale plek onderaan een dijk.
Ook olifanten houden van stofbaden. Ze maken hun stofbad gereed door met hun enorme poten heen en weer te schuifelen. Als ze een stofhoop bij elkaar geschraapt hebben die groot genoeg is, blazen ze het stof over hun rug. Ze doen dit vaak als ze door vliegen en hitte worden geplaagd. Moeder Olifant is heel precies op het toilet van haar jong. Ondanks zijn protesten dwingt ze hem het water in te gaan en wast hem dan grondig. Dan poedert ze hem na zijn bad van top tot teen met fijn stof en doft hem ten slotte op met een slurfmassage.
Hoe ze hun tanden schoonhouden
Weet u hoe sommige dieren hun tanden schoonhouden? Het antwoord is in hun bek zelf te vinden! Aan de binnenkant van hun lippen en wangen zitten uitwassen die natuurlijke tandenborstels vormen. Sommige zoogdieren hebben deze uitwassen ook aan de zijkant van hun tong. Telkens als het dier zijn bek open en dicht doet, gaan deze tandenborstels in een reinigende beweging op en neer.
De lemur of maki heeft zes ondertanden die recht uit zijn onderkaak steken. Dit is zijn kam, maar hoe maakt hij hem schoon als hij verstopt is met rommel uit zijn vacht? Welnu, de onderkant van het voorste gedeelte van zijn tong heeft kleine hoornachtige uitsteeksels. Door zijn tong snel over zijn tanden heen en weer te bewegen, maakt hij ze heel doeltreffend schoon.
Mungo’s gebruiken hun scherpe nagels als tandenstokers. F. W. Lane vertelt in zijn boek Nature Parade wat iemand over de mungo zei die hij als huisdier had: „Hij was buitengewoon schoon en peuterde na het eten op een allergekste manier zijn tanden met zijn nagels uit.”
In de zee worden de aan elkaar vastzittende, op een schaal gelijkende tanden van de papegaaivis verzorgd en gereinigd door stekelig gevinde lipvisjes. Deze diertjes reinigen ook de schubben van andere vissen. Ze zullen zelfs de gevreesde moeraal bij zijn mondhygiëne helpen. Ze gaan in zijn bek en zuiveren deze van parasieten. Tijdens deze schoonmaakbeurt zal de moeraal er meestal van afzien zijn tandarts aan te vallen.
De levende tandenstokers van de krokodil komen in de vorm van een pleviersoort die krokodilwachter wordt genoemd. Als krokodillen zich op een zandbank in de zon baden, sperren ze hun kaken wijd open en laten de plevieren hun tanden en bek reinigen. Naar men zegt, blijft de krokodil zich van de aanwezigheid van zijn tandenstokers bewust door de scherpe sporen op de vleugels van de plevieren, voor het geval hij zijn kaken zou sluiten voordat ze hun werk hebben gedaan.
F. Lane zegt dat er eens een oude krokodil was die het vergat en zijn bek dicht deed terwijl de krokodilwachters bezig waren zijn tanden te reinigen, waardoor hij ze verbrijzelde. De andere vogels schenen nooit meer te vergeten dat de oude baas dit had gedaan, want ze meden hem als een dodelijke ziekte.
Schoonheidshulp van anderen
Hebt u wel eens een aap gadegeslagen die ijverig het haar van een mede-aap zat uit te pluizen? Misschien dacht u dat hij aan het vlooien was. Neen, hij was niet op vlooien uit maar op de huidschilfertjes waarvan hij de zoute smaak heerlijk vindt. Dat niet alleen, maar degene die op deze wijze opgedoft wordt, ondergaat klaarblijkelijk een alleraangenaamste sensatie.
Rundvee helpt elkaar met het mooimaken van gedeelten waar ze zelf niet gemakkelijk bij kunnen komen. Ze staan tegenover elkaar en beginnen elkaars kop en hals te likken. Ja, ze geven elkaar een gezichtsmassage.
De Canadese bioloog D. McCowan zegt een muildierhert gezien te hebben dat de vacht van een sneeuwhaas aan het opdoffen was. De haas huppelde naar het muildierhert dat aan de rand van een bos aan het grazen was en ging voor hem zitten. Het hert begon onmiddellijk de kop, rug en flanken van de haas te likken. Dit ging tien tot twintig minuten door. McCowan ontdekte dat anderen ook herten hadden gezien die op deze wijze hazen opdoften. Het hert vindt de zoute bestanddelen in de pels van de haas klaarblijkelijk lekker en de haas vindt de strelende beweging van de tong van het hert gewoon heerlijk.
Ja, opdoffen is een geregelde bezigheid in het dierenleven. Mensen zijn niet de enigen die het doen.