Geboortenregelingskwestie veroorzaakt verdeeldheid
EEN groot aantal katholieken wilde al lang een verlichting van de kerkelijke ban op kunstmatige methoden tot geboortenbeperking. Wereldleiders die geplaagd worden door problemen van armoede en honger ten gevolge van ’bevolkingsexplosies’ hoopten eveneens op een verandering. Bovendien werd door de meerderheid van een pauselijke commissie een verandering geadviseerd.
Toch vaardigde paus Paulus VI in juli 1968 zijn encycliek Humanae Vitae (Over het menselijk leven) uit, waarin hij het standpunt van de kerk opnieuw bevestigde. Hierin werden alle methoden tot kunstmatige geboortenbeperking, met inbegrip van anticonceptiepillen, verboden. De encycliek vermeldde dat „bij elke en iedere huwelijksdaad de mogelijkheid tot het overbrengen van leven moet openblijven”.
Wijdverbreide reacties
De verklaring sloeg in als een bom en veroorzaakte een explosie. In een opschrift op de voorpagina van de New York Post werd verklaard: „PAUSELIJK EDICT VERWEKT STORM.” En de Sunday Examiner & Chronicle te San Francisco schreef erover:
„Het was paus Joannes XXIII die met het Oecumenisch Concilie de kerk op de zee van veranderingen van stapel liet lopen, maar het was paus Paulus VI die, toen de wind de laatste vijf jaar steeds stormachtiger werd, het roer moest houden. . . .
Met de pauselijke encycliek over geboortenregeling is de paus het roer bijna uit handen geslagen.
De Bark van Sint-Petrus, zoals de Kerk vaak wordt genoemd, ligt hevig te schudden op de golven van onbehagen bij priesters en leken.”
Allerwegen waren grote aantallen katholieken geschokt en boos. Zelden nog hadden zovelen van hen zulke krachtige uitlatingen gedaan. Een katholieke huismoeder in de Verenigde Staten zei: „Wat verbeeldt de paus zich wel, dat hij zomaar mijn slaapkamer durft binnenkomen?” Een Fransman met vier kinderen verklaarde: „Ik vind dat de paus ongelijk heeft. Ik zal het verbod van de paus niet naleven.”
In Brazilië wees een opinieonderzoek door het tijdschrift Manchete uit dat verreweg het merendeel der vrouwen in de vruchtbare leeftijd het niet met de paus eens was. Zelfs 52 percent van de vrouwen boven de 50 zeiden dat de paus ongelijk had en 84 percent vond dat gezinsplanning een persoonlijke aangelegenheid was die niet door de kerk mocht worden voorgeschreven.
Men zegt dat ongeveer 70 percent van de katholieke vrouwen in de Verenigde Staten middelen tot geboortenbeperking gebruiken. Slechts weinigen van hen zijn door de encycliek van gedachten veranderd. Dit punt werd opgemerkt door de priester R. Fox van de Loyola-universiteit te Chicago, die rondweg verklaarde: „Er zijn miljoenen mensen tot wie de paus schijnt te zeggen: ’U leeft in zonde.’ . . . Hun antwoord luidt: ’Loop maar naar de hel.’” Deze houding bleek duidelijk uit een manifest dat door een vereniging van 800 leken te Los Angeles werd uitgegeven. Hierin werd verklaard: „Wij verwerpen het verbod van paus Paulus inzake geboortenbeperking eenvoudig en vragen alle rijpe katholieken hetzelfde te doen.”
De pauselijke encycliek stuitte ook onder vele geestelijken op hevige tegenstand. De katholieke theoloog J.G. Milhaven zei tot een talrijk gehoor in de Fordham-universiteit te New York: „Ik kan deze leerstelling niet als waar aanvaarden, ook de meesten van mijn collega’s niet, evenmin als de meeste katholieken onder de 45 jaar — en velen boven die leeftijd.” Hierop barstten de aanwezigen, onder wie zich ongeveer 300 priesters en nonnen bevonden, in een luid applaus los.
J. Bluyssen, bisschop van Den Bosch, verklaarde botweg: „Ik kan het niet met de encycliek eens zijn.” Franse bisschoppen toonden dat ook zij er niet volledig achter konden staan, want de Houston Chronicle schreef: „De Rooms-Katholieke Kerk van Frankrijk heeft geoordeeld dat kunstmatige geboortenbeperking onder kerkleden ’niet altijd zondig’ is. Vrijdag werd in een verklaring van 120 Franse bisschoppen gezegd dat rooms-katholieken, ondanks het verbod van paus Paulus, voor zichzelf dienen uit te maken of zij anticonceptionele middelen willen gebruiken of niet.”
Op sommige plaatsen werden echter katholieke priesters die zich tegen het verbod hadden uitgesproken door conservatieve bisschoppen terechtgewezen en uit hun ambt verwijderd.
De gevolgen
Sommige katholieke geestelijken hebben het verbod dus afgewezen; anderen hebben geprobeerd het om te buigen; de conservatieven hebben het hooggehouden. Deze theologen waren het openlijk en vaak verbolgen met elkaar oneens. De gevolgen waren zoals te verwachten was — nog meer verwarring. Het vertrouwen van de gemiddelde kerkganger in zijn kerk werd nog meer geschokt. Vele duizenden verlieten te zamen met anderen in afkeer de kerk.
Kerkelijke autoriteiten erkennen dat de kloof tussen de katholieken en hun bisschoppelijke leiding door het verbod nog wijder is geworden. Zij erkennen eveneens dat hierdoor veel priesters en nonnen ertoe aangemoedigd zullen worden hun toewijzing te verlaten, en jonge mensen zullen worden weerhouden een religieus leven te gaan leiden.
Er is door dit verschil van mening in de kerk niet alleen grote verwarring ontstaan, maar de hele gedachte van een pauselijk gezag is erdoor aan scherpe kritiek blootgesteld. Hierover werd in de Manchester Guardian Weekly gezegd:
„Ongetwijfeld zal op de lange duur het gevolg van de pauselijke encycliek zijn dat het respect voor zijn morele gezag en de leer van de Rooms-Katholieke Kerk wordt verzwakt. Als de schok wat is uitgewerkt . . . zullen de littekens van een nieuwe wond die de Kerk door haar leiders is toegebracht, blijven. . . .
Deze laatste verklaring is voor veel katholieken op zijn minst . . . een pijnlijke herinnering aan de . . . veroordeling van Galileï.”
Door deze bittere verdeeldheid over geboortenregeling komt de kerk wel ver van de eenheid af te staan die volgens Gods Woord in de ware christelijke gemeente dient te bestaan. — 1 Kor. 1:10.