Sierra Leone en Guinee
ZO’N vijfhonderd jaar geleden stond bij de monding van de Sierra Leone een kleine kapokboom. In de driehonderd jaar dat de boom groeide, trok er een tragische stoet voorbij. Meedogenloze slavenhandelaars verscheepten bijna 150.000 mannen, vrouwen en kinderen naar buitenlandse slavenmarkten.
De historische kapokboom van Freetown
Op 11 maart 1792 verzamelden honderden vrijgelaten Amerikaanse slaven zich onder de kapokboom om hun repatriëring naar Afrika te vieren. Die dag stichtten ze een nederzetting die hun innigste hoop belichaamde: Freetown. Er bleven vrijgelaten slaven arriveren totdat de nederzetting meer dan honderd verschillende Afrikaanse bevolkingsgroepen telde. Die nieuwe bewoners kozen de kapokboom als symbool van vrijheid en hoop.
Al bijna honderd jaar troosten Jehovah’s Getuigen in Sierra Leone hun medemensen met de hoop op een veel grotere vrijheid, „de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods” (Rom. 8:21). Die vrijheid zal bevrijding betekenen van slavernij aan zonde en dood als Gods Messiaanse Koninkrijk vrede en paradijselijke toestanden op aarde tot stand brengt (Jes. 9:6, 7; 11:6-9).
De afgelopen vijftig jaar heeft het bijkantoor van Jehovah’s Getuigen in Sierra Leone ook de prediking in Guinee aangestuurd. Dit buurland heeft met grote politieke, maatschappelijke en economische onlusten te kampen gehad, wat voor veel bewoners aanleiding is geweest om de hartverwarmende boodschap uit de Bijbel te aanvaarden.
Jehovah’s Getuigen in Sierra Leone en Guinee hebben het goede nieuws verkondigd in weerwil van talloze hindernissen, zoals bittere armoede, wijdverbreid analfabetisme, ingewortelde tradities, etnische tweedracht en gruwelijk geweld. Het nu volgende verslag getuigt van het rotsvaste geloof en de onwrikbare toewijding van deze loyale aanbidders van Jehovah. Wij zijn ervan overtuigd dat hun verhaal jullie hart zal raken en jullie geloof zal versterken in „de God die hoop geeft” (Rom. 15:13).