’Maak discipelen van mensen uit alle natiën’
1 Jezus Christus voorzei dat het goede nieuws overal op aarde gepredikt zou worden „tot een getuigenis voor alle natiën”. Zijn opdracht om dat te doen, is duidelijk doorgedrongen tot allen die aan het predikings- en onderwijzingswerk deelnemen (Matth. 24:14; 28:19, 20). Tijdens dat werk kunnen we mensen van andere nationaliteiten tegenkomen die een vreemde taal spreken. Ook zij verdienen een kans om de Koninkrijksboodschap te horen en een duidelijk standpunt voor de waarheid in te nemen voordat de vrees inboezemende dag van Jehovah aanbreekt (Mal. 3:18). Wat kunnen we doen voor anderstaligen in het gebied dat ons is toegewezen?
2 Tot voor kort werden alle anderstalige adressen die we tegenkwamen standaard opgeschreven en doorgestuurd naar anderstalige gemeenten of groepen. Het predikingswerk onder anderstaligen in ons land werd dus vrijwel uitsluitend door verkondigers in die anderstalige gemeenten en groepen gedaan. Deze harde werkers hebben jarenlang de bereidheid getoond om grote afstanden af te leggen voor het bezoeken van anderstalige adressen. Veel taalgroepen bestreken ons hele land! Ze verdienen beslist een groot compliment. Nu het anderstalige veld wereldwijd meer aandacht krijgt, is het noodzakelijk geworden dat we ook in ons land meer in overeenstemming met de huidige richtlijnen van het Besturende Lichaam gaan werken. Dat heeft tot enkele organisatorische wijzigingen geleid. (Zie het Georganiseerd-boek, blz. 104-108.) Een paar van die richtlijnen willen we nader bekijken.
3 Hoe zou het anderstalige veld betere aandacht kunnen krijgen? De nieuwe regelingen bewegen alle verkondigers, ook die van de Nederlandse gemeenten, tot meer betrokkenheid en een gevoel van medeverantwoordelijkheid bij het zo goed mogelijk behartigen van anderstalige adressen. De Bijbel geeft de raad om ’met bekwaam beleid uw oorlog te voeren’ (Spr. 20:18). Dat houdt in dat we het doel en de uitgangspunten helder voor ogen moeten hebben. Het doel is om een zo grondig mogelijk getuigenis te geven aan „alle soorten van mensen” (1 Tim. 2:4). Een belangrijk uitgangspunt daarbij is dat de plaatselijke (Nederlandse) gemeente ervoor verantwoordelijk is dat alle adressen in hun gebied zo goed mogelijk bewerkt worden. Als het mogelijk en redelijk is zal iemand getuigenis krijgen in de taal waarvan hij afhankelijk is (Spr. 3:27). Daarbij volgen we de meest recente richtlijnen van de getrouwe slaaf (Matth. 24:45-47).
4 Wat moet je doen als je iemand in het gebied ontmoet die een andere taal spreekt? Hetzelfde als bij mensen die Nederlands spreken, namelijk proberen het goede nieuws met hem te delen. Daarvoor zul je waarschijnlijk de brochure Goed nieuws voor mensen uit alle landen kunnen gebruiken. Moet je het adres opschrijven? Er zijn twee mogelijkheden: (1) de persoon is werkelijk geïnteresseerd, of (2) de persoon heeft op dat moment geen verdere belangstelling. In het eerste geval moet je een S-43-formulier Nabezoek invullen. Dat wordt dan gestuurd naar een gemeente in de buurt die een gebiedstoewijzing voor de betreffende taal heeft. Indien dat niet kan of niet redelijk is, zal het al dan niet via het bijkantoor worden gezonden naar een gemeente met een verkondiger voor wie een S-17-formulier Vragenlijst over verkondigers die een vreemde taal beheersen voor die taal is ingevuld. In de tweede situatie — de anderstalige heeft op dat moment geen belangstelling — hoef je verder niets te doen, tenzij de ouderlingen een plaatselijke regeling hebben getroffen voor die betreffende taal.
5 Ingeval je een S-43-formulier ingevuld hebt, zul je de gevonden belangstelling warm willen houden. Houd contact met de geïnteresseerde, in ieder geval tot het moment dat een verkondiger die de taal spreekt het adres kan behartigen. Als de verkondiger verdere aandacht aan de geïnteresseerde gaat besteden, kan het voordelen hebben als je belangstelling blijft tonen. Misschien moet de verkondiger van ver komen, zijn zijn mogelijkheden wat beperkt, of zijn de vergaderingen in de taal van de huisbewoner ver weg. Het kan ook zijn dat er niemand beschikbaar is die de bedoelde taal spreekt. Dan zul je de belangstelling zelf verder willen ontwikkelen. Er kan in ieder geval op de persoon afgestemde aandacht en hulp zijn.
6 Welk gebied wordt bewerkt door anderstalige gemeenten en groepen? In het Georganiseerd-boek wordt op blz. 107 opgemerkt: „In de meeste stedelijke gebieden zullen de verkondigers van elke gemeente zich erop concentreren tot mensen te prediken die de taal van hun gemeente spreken, aangezien gebiedstoewijzingen in zulke gebieden per taal worden ingedeeld.” Als dat in jullie omgeving het geval is, zullen de ouderlingen van je gemeente laten weten welke taalgroepen in jullie gemeentegebied werkzaam zijn. Werk dus goed samen met de ouderlingen van je gemeente. Op die manier kan iedere huisbewoner de beste aandacht krijgen.
7 Hoe worden de gebiedsgrenzen van een anderstalige gemeente of groep bepaald? Het Georganiseerd-boek maakt duidelijk dat de omvang van een gebied beperkt is. Op blz. 105 staat over het verkrijgen van een gebiedstoewijzing het volgende: „Als er in het gebied van een gemeente veel anderstaligen wonen, moeten de ouderlingen het predikingswerk op zo’n manier organiseren dat er geestelijke hulp gegeven kan worden. Misschien is de anderstalige bevolking verspreid over het gebied van twee of meer buurgemeenten.” Als slechts het gebied van „twee of meer buurgemeenten” binnen „stedelijke gebieden” wordt opgenomen in de anderstalige gebiedstoewijzing, zijn de reisafstanden vanzelf beperkt. Hierdoor wordt zowel financieel als qua tijd en moeite een minder zware wissel getrokken op de verkondigers. Ook is het beheer van de adressen beter te overzien omdat er dan met slechts enkele plaatselijke gemeenten gecommuniceerd hoeft te worden (1 Kor. 14:40). Het gebied van een anderstalige gemeente of groep zal daarom niet meer zo groot zijn.
8 Schep vreugde in ons gezamenlijke werk. De snel veranderende maatschappij brengt voor ons als predikers en onderwijzers van het goede nieuws nieuwe uitdagingen met zich mee. Behoud daarom dezelfde instelling als Paulus, een op mensen gerichte en ijverige verkondiger, die kon zeggen dat hij ’grondig getuigenis had afgelegd omtrent berouw jegens God en geloof in onze Heer Jezus’ (Hand. 20:21-24). Hij was bereid ’alles voor alle soorten van mensen te worden’ om toch vooral „enkelen te redden” (1 Kor. 9:19-23). Paulus en ook zijn bediening werden overduidelijk gesteund door Jehovah, die hem zijn heilige geest gaf (Hand. 14:3, 4). Geef ook in jouw gebied een „grondig getuigenis” aan „mensen uit alle natiën”, en weet je verzekerd van Jehovah’s voortdurende leiding en zegen.
[Studievragen]
1, 2. Hoe kun je het overblijfsel steunen in hun verantwoordelijkheid voor de wereldwijde prediking?
3. Welke verantwoordelijkheid heeft elke verkondiger?
4, 5. Hoe kun je iemand die een andere taal spreekt het beste helpen?
6, 7. Waarom dienen we nauwgezet de plaatselijke regelingen voor het prediken tot anderstaligen te volgen?
8. Hoe kun je Jehovah’s zegen ontvangen?
[Illustraties op blz. 5, 6]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
NABEZOEK
MET BLOKLETTERS INVULLEN
Man □
․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․ Vrouw □
(Voornaam) (Achternaam)
․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․
(Straatnaam en huisnummer)
․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․
(Postcode) (Plaats)
Telefoonnummer: ․․․․․
Taal: ․․․․․
Opgegeven door: ․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․
(Naam verkondiger)
Gemeentenaam: ․․․․․
Datum: ․․․․․
(Gebruik achterzijde voor opmerkingen.)
Z.O.Z.
S-43-O 1/07
Opmerkingen:
INSTRUCTIES VOOR HET INVULLEN VAN DIT FORMULIER
1. De verkondiger moet dit formulier volledig, nauwkeurig en leesbaar invullen.
2. Het adres moet zo compleet mogelijk zijn, met alle eventuele toevoegingen.
3. Geef aan welke taal het best door de huisbewoner begrepen wordt.
4. Vermeld bij „Opmerkingen” waar de persoon belangstelling voor heeft getoond en welke lectuur er eventueel is achtergelaten. Als lectuur gewenst is, geef dan aan om welke publicatie het gaat en in welke taal.
5. Geef dit formulier direct aan de secretaris.
6. De secretaris zal dit formulier naar de betreffende gemeente of groep doorsturen. Als hij niet weet om welke gemeente of groep het gaat of niet over de adresgegevens ervan beschikt, kan hij het formulier naar het bijkantoor sturen.