Overzicht voor de theocratische bedieningsschool
De volgende vragen zullen worden besproken tijdens de theocratische bedieningsschool in de week van 26 oktober 2009.
1. Waarom werd Jehovah kwaad op Bileam toen hij met Balaks mannen meeging, terwijl Jehovah zelf had gezegd dat hij dat moest doen? (Num. 22:20-22) [w04 1/8 blz. 27 §2]
2. Wat leert het voorbeeld van Pinehas, die ’geen mededinging duldde’ ten opzichte van Jehovah, ons over onze opdracht aan Jehovah? (Num. 25:11) [w95 1/3 blz. 16 §13]
3. Waarom werd Jozua uitgekozen als opvolger van Mozes? (Num. 27:15-19) [w02 1/12 blz. 12 §1]
4. Welke aanmoediging bevat Numeri 31:27 voor christenen in deze tijd? [w05 15/3 blz. 24]
5. In welke opzichten was de regeling van de toevluchtssteden de Israëlieten tot voordeel? (Num. 35:11, 12) [w95 15/11 blz. 14 §17]
6. Wat houdt het voor christenen onder andere in beleidvol te zijn, en welke resultaten heeft dat? (Deut. 1:13) [w03 15/1 blz. 30; w00 1/10 blz. 32 §1-3]
7. Op welke manieren bracht de mozaïsche wet Gods rechtvaardigheid tot uitdrukking? (Deut. 4:8) [w02 1/6 blz. 14 §8–blz. 15 §10]
8. Leg aan de hand van Deuteronomium 6:16-18 uit wat de juiste manier en wat de verkeerde manier is om Jehovah op de proef te stellen. [w04 15/9 blz. 27 §1]
9. Hoe voorzagen de ’uitingen uit Jehovah’s mond’ in de behoeften van de Israëlieten, en hoe kunnen die uitingen ons in deze tijd voeden? (Deut. 8:3) [w99 15/8 blz. 25, 26]
10. Welke kijk hebben we door Deuteronomium 12:16, 24 op medische procedures waarbij iemands eigen bloed wordt gebruikt? [w00 15/10 blz. 30 §7]