Hoe zullen zij horen?
1. Wat maakt het predikingswerk soms moeilijk, en waarom houden we toch vol?
1 Jehovah’s dag komt snel dichterbij, dus is het dringend noodzakelijk om nog veel meer mensen te helpen nauwkeurige kennis over God en zijn voornemen met de mensheid te krijgen (Joh. 17:3; 2 Petr. 3:9, 10). Soms is dat best moeilijk, omdat velen onverschillig reageren of ons bespotten wegens ons predikingswerk (2 Petr. 3:3, 4). Toch hebben we genoeg redenen om aan te nemen dat er nog steeds mensen in ons gebied zijn die het goede nieuws zullen aanvaarden als ze het eenmaal horen. Maar hoe zullen zulke personen het horen als er niemand predikt? — Rom. 10:14, 15.
2. Waarom is het voorbeeld van Paulus een stimulans voor ons?
2 Tegenstand onder ogen zien: Omwille van de mensen die de Koninkrijksboodschap willen horen, moeten we ons niet af laten schrikken. Filippi was de eerste stad in Europa waar Paulus het goede nieuws predikte. Toen daar valse beschuldigingen tegen hem en Silas werden ingebracht, kregen ze allebei stokslagen en werden ze in de gevangenis geworpen (Hand. 16:16-24). Maar Paulus liet zich door die pijnlijke ervaring niet afschrikken. In de volgende stad op zijn zendingsreis, Thessalonika, ’verzamelde hij vrijmoedigheid door bemiddeling van God’ (1 Thess. 2:2). Zijn voorbeeld moedigt ons aan ’het niet op te geven’ in de dienst (Gal. 6:9).
3. Waardoor kunnen sommigen die voorheen niet geïnteresseerd waren, zich anders gaan opstellen?
3 Veel mensen die jarenlang niet wilden luisteren, zijn zich anders gaan opstellen. Economische malaise, ziekte, een sterfgeval in de familie of onrustbarende nieuwsberichten kunnen zo’n verandering veroorzaken (1 Kor. 7:31). Kinderen van ouders die afwijzend reageren, groeien op en willen soms luisteren. Door te blijven prediken geven we zulke mensen de kans ’de naam van Jehovah aan te roepen’ voordat het te laat is (Rom. 10:13).
4. Wat motiveert ons om „zonder ophouden” door te gaan met de dienst?
4 „Zonder ophouden”: Onze liefde voor God en voor onze medemensen motiveert ons om „zonder ophouden” te blijven prediken en discipelen te blijven maken, net als de apostelen in de eerste eeuw (Hand. 5:42). Heel wat mensen „zuchten en kermen over al de verfoeilijkheden” die nu plaatsvinden (Ezech. 9:4). Als ze het goede nieuws horen, biedt dat hun echt hoop en verlichting! En al willen de meeste mensen niet luisteren, we hebben de Bijbelse verzekering dat Jehovah heel blij is met onze inspanningen (Hebr. 13:15, 16).