Onderzoeken wie het waard zijn
1 Jezus’ instructies voor het verrichten van de prediking stellen ons voor een uitdaging. Hij zei: „Welke stad of welk dorp gij ook binnengaat, onderzoekt wie daarin het waard is” (Matth. 10:11). Hoe kunnen we dit goed onderzoeken nu mensen steeds minder thuis zijn?
2 Analyseer jullie gebied: Begin met het analyseren van jullie gebied. Wanneer is de kans het grootst dat mensen thuis zijn? Waar kun je ze gedurende de dag aantreffen? Is er een bepaalde dag van de week of een bepaald tijdstip waarop ze misschien meer openstaan voor een bezoek? Door je bediening aan de routine en omstandigheden van de mensen in het plaatselijke gebied aan te passen, kun je de beste resultaten behalen. — 1 Kor. 9:23, 26.
3 Veel verkondigers hebben succes gehad tijdens de vroege avonduren. Sommige huisbewoners zijn op die tijd meer ontspannen en geneigd te luisteren. Wanneer het in de wintermaanden vroeg donker wordt, zou telefoongetuigenis (waar toegestaan) ’s avonds doeltreffend kunnen zijn. In zakengebied werken en op openbare plaatsen getuigenis geven, zijn ook manieren om mensen met het goede nieuws te bereiken.
4 Tijdens een maand van speciale activiteit trof een gemeente regelingen om in het weekend aan het eind van de middag en op de woensdag en vrijdag ’s avonds getuigenis te geven. Ook organiseerden ze telefoongetuigenis en de bewerking van zakengebied. Deze regelingen brachten zoveel enthousiasme voor de dienst teweeg dat de gemeente besloot ze te handhaven.
5 Moeite doen om terug te gaan: Als het in jullie gebied moeilijk is om mensen thuis te treffen wanneer je hen nabezoekt, probeer dan aan het einde van elk bezoek, ook het eerste, een specifieke afspraak te maken. Houd je vervolgens aan de afspraak (Matth. 5:37). Als het niet ongepast is, kun je naar het telefoonnummer van de huisbewoner vragen. Ook dat kan een hulp zijn om weer met de persoon in contact te komen.
6 Onze ijverige inspanningen om te onderzoeken wie het waard zijn en om de gevonden belangstelling na te gaan, zullen beslist Jehovah’s zegen hebben. — Spr. 21:5.