Overzicht voor de theocratische bedieningsschool
De volgende vragen zullen worden besproken tijdens de theocratische bedieningsschool in de week van 27 oktober 2003. De schoolopziener zal een 30 minuten durend overzicht leiden gebaseerd op de stof die in toewijzingen is behandeld in de weken van 1 september tot en met 27 oktober 2003. [Opmerking: Als er achter de vraag geen verwijzing staat, zul je zelf nazoekwerk moeten doen om de antwoorden te vinden. — Zie Bedieningsschool-boek, blz. 36, 37.]
SPREEKHOEDANIGHEDEN
1. Wat wordt bedoeld met de raad in 1 Timotheüs 2:9 om zich te sieren in „welverzorgde kleding”, en hoe kan dit van invloed zijn op onze presentaties op het podium of in de velddienst? [be blz. 132 §4, 5]
2. Hoe moeten de bijbelse beginselen in 1 Johannes 2:15-17, Efeziërs 2:2 en Romeinen 15:3 van invloed zijn op onze persoonlijke verschijning? [be blz. 133 §2-4]
3. Waarom is innerlijke beheerstheid belangrijk en hoe kunnen we die verwerven wanneer we vanaf het podium spreken of in de velddienst zijn? [be blz. 135 kader; blz. 136 §5, kader]
4. Hoe heeft Jezus als „de getrouwe en waarachtige getuige” ons het voorbeeld gegeven in het gebruiken van de bijbel in de dienst? (Openb. 3:14) [be blz. 143 §2, 3]
5. Hoe kunnen we vaardiger worden in het gebruik van de bijbel? (Tit. 1:9) [be blz. 144 §1, kader]
TOEWIJZING NR. 1
6. Wat omvat studeren, en wat zijn enkele van de voordelen van een geregelde studie van Gods Woord? [be blz. 27 §3; blz. 32 §3]
7. Wat is in overeenstemming met Jakobus 1:5, 6 essentieel wanneer we voor een belangrijke beslissing staan? [w01 1/9 blz. 28 §4]
8. Wat zijn sleuteldatums, en waarom zijn ze van grote waarde? [si blz. 282 §27]
9. In welk opzicht is „wie een slecht bericht uitbrengt” verstandeloos? (Spr. 10:18) [w01 15/9 blz. 25 §3]
10. Hoe zullen mensen in de nieuwe wereld beter gaan begrijpen hoe Jehovah de tijd beziet? [si blz. 283 §32]
WEKELIJKS BIJBELLEESPROGRAMMA
11. Goed of fout: In 1 Korinthiërs 2:9 heeft de apostel Paulus het over dingen die Jehovah voor zijn getrouwe dienstknechten als een erfdeel heeft bereid. Leg dit uit. [ip-2 blz. 366 kader]
12. Op welke verzoekingen zijn de woorden in 1 Korinthiërs 10:13 van toepassing, en hoe ’zorgt Jehovah voor de uitweg’? [w91 1/10 blz. 10, 11 §11-14]
13. Hoe is Jezus’ voorbeeld in vrijgevigheid van invloed op christenen? (2 Kor. 8:9) [w92 15/1 blz. 16 §10]
14. Hoe was de Wet een ’leermeester die tot Christus leidt’? (Gal. 3:24) [w02 1/6 blz. 15 §11]
15. Wat zijn „de elementaire dingen van de wereld” waarvoor we moeten oppassen dat ze ons niet op een dwaalspoor brengen? (Kol. 2:8)